Struikelstenen gelegd op zeven plaatsen in Nederland

Op de laatste woonadressen van Joodse inwoners zijn dezer dagen struikelstenen gelegd. Kleine stoeptegels met een koperen bovenlaag waarin de gegevens van de weggevoerde Joodse bewoner zijn te lezen. 24 Bewoners van een krankzinnigengesticht worden eveneens herdacht. Hun verplegend personeel moest hen met pistool op de borst laten gaan.

De Joodse sportcommentator Han Hollander en diens vrouw Leentje Hollander-Smeer zijn twee Stolpersteinen in de stoep gemetseld voor hun huis aan de Amstelkade 118 in Amsterdam. Hollander was de eerste Nederlandse radio-verslaggever bij grote sportwedstrijden.

Ook in Weesp, Enschede, Hilversum, Doesburg en Glanerbrug (bij Enschede) zijn dezer dagen stolpersteinen in het plaveisel gelegd voor de huizen van weggevoerde joodse bewoners.

“We hebben geen Joden, alleen patienten’
In Eindhoven werden 24 stolpersteinen gelegd voor het Rijks Krankzinnigen Gesticht. Hun namen komen niet voor op het monument voor de 1800 naamloos begraven patiënten op de gestichtsbegraafplaats. De 24 werden er niet begraven maar op 14 maart 1944 gedeporteerd.
Opmerkelijk is dat de geneesheer-directeur zich bij de Duitse SD verzette tegen hun deportatie. Bij hun eerste sommatie de kaarten van de Joodse patienten te overhandigen antwoordde geneesheer-directeur Mooij aan de SD-ers: “Wij hebben geen Joden, alleen patiënten.” Mooij werd gearresteerd en verbleef gedurende zes maanden in Kamp Vught.

Pistool op de borst
Ook een administrateur die zijn medewerking niet verleent, wordt gearresteerd en komt na zes weken vrij. Uiteindelijk doorzoeken de SD-ers, geassisteerd door een burgerwacht, zelf de kaartenbakken en dwingen de gestichtsmedewerkers, door hen het pistool op de borst te zetten, de Joodse patienten aan te wijzen. Van de 24 heeft geen enkele patient de oorlog overleefd.
In de gestichtsadministratie staat achter hun namen in de kolom Uitschrijving: ONTVOERD 14-3-’44.

Reacties zijn gesloten.