Chanoeka 5769: de regels van het dam-spel

De Rebbe kwam onverwacht een van de dagen Chanoeka de sjoel binnen. Zijn aanhangers voelden zich enigszins gegeneerd, want in plaats van te lernen zaten ze te dammen, terwijl de lichtjes van de Menora brandden.
Kennen jullie de regels van het damspel, vroeg de Rebbe. Toen niemand reageerde gaf de Rebbe zelf het antwoord:
Je geeft één steen weg om er twee voor terug te krijgen.
Twee velden mag je niet in een keer vooruit gaan.
Je mag uitsluitend naar boven, niet naar beneden.
En als je eenmaal boven bent aangekomen, kun je alle kanten op……..

Hoewel deze richtlijnen ook nuttig kunnen zijn voor een gezonde bescherming van je eigen portemonnaie in deze financieel moeizame periode, doelde de Rebbe op een beleid ten aanzien van het leven op deze aarde in z’n algemeenheid. Hindernissen nemen, voorzichtig vooruit gaan, steeds een trede hoger op de spirituele ladder en als je dan uiteindelijk een heel hoog spiritueel niveau hebt bereikt, je bent Boven gekomen, dan kun je alle kanten op.

Chanoeka was de strijd tegen vervolging. De Griekse cultuur verbood de Joden om Tora en Traditie op een kosjere manier te bestuderen, te ‘lernen’. In het geheim werd er toch gelernd en als er dan een inval kwam tijdens het lernen, werden de Joodse geschriften snel aan de kant gedaan en in plaats daarvan kwamen de spelletjes op tafel. Vandaar de gewoonte om in het lichtschijn van de menora met o.a. de sewiwon, het chanoeka tolletje, te spelen of, zoals in bovenstaande geschiedenis, te dammen.

Wat is de essentie van Jodendom? En wat bestreden de Grieken? De Grieken hadden geen moeite met het Jodendom als een wetenschap of als een religie. Maar de Joodse benadering dat alles van Boven komt, dat er in feite geen onderscheid is tussen profaan en religieus en dat dus het Jodendom zich niet mag beperken tot de Tempel, de sjoel, de Hoge Feestdagen, maar dat we juist in het alledaagse als Joden op een Joodse wijze dienen te leven, dát was hun probleem. In de sjoel vroom zijn of op Jom Kippoer, is geen kunst. Maar om in het gewone dagelijkse jezelf steeds op een Joodse wijze te gedragen: dat is Jodendom!

En toch geneerden de aanhangers van de Rebbe zich. Ze voelden zich betrapt want op dat moment voelden ze dat ze niet echt Joods bezig waren. En hoe reageerde de Rebbe? Hij toonde dat ook in het damspel aanwijzingen zitten hoe te leven als een goed mens. Hij liet ze zien dat spiritualiteit ook in het gewone en het alledaagse zit en dat we die eruit moeten halen, de boodschap van Chanoeka!

Maar we zien nog iets: de Rebbe besefte dat zijn aanhangers zich enigszins ongemakkelijk voelden. En wat doet de Rebbe: in plaats van te vermanen of te zwijgen, toonde hij hen dat ze juist goed bezig waren.
Ook dat is Chanoeka: het licht van de menora steken we aan als het buiten donker is. Warmte dienen we uit te stralen, ook daar waar licht ontbreekt. Steeds rekening houden met de gevoelens en emoties van onze medemens, ook als die medemens in onze optiek een duistere weg bewandelt. Nooit kwetsen, nooit beschamen, maar tegelijkertijd er wel zorg voor dragen dat overal de menora brandt, zelfs in de diepste uithoeken. De chanoekaboodschap is universeel:
Vanuit oprechtheid, vanuit het diepste van ons wezen, steeds warmte uitstralen, niet alleen in de sjoel, maar ook waar het nog duister is.

Binyomin Jacobs, Opperrabbijn

Reacties zijn gesloten.