Bij een aanslag op een bus in het centrum van Jeruzalem is een jonge vrouw van Nederlandse afkomst omgekomen. Batshewa Nechama Unterman-Loewenstein is de dochter van twee Nederlanders: James en Rivka Loewenstein. Batshewa Unterman laat een dochter Efrat van zes maanden na. De inzittende baby kon worden gered voor dat de bulldozer opnieuw de auto zou raken. Een voorbijganger, Jeremy Aronson, wist het kind uit de auto te halen. Ook Aronson is van Nederlandse origine. Zijn vader en grootouders zijn Nederlands. Tegenover de pers zei Aronson: “De bulldozer reed een moment later precies over de auto en over de plek waar de baby zich oorspronkelijk bevond. Wanneer wij de baby er niet uit hadden gehaald, dan was ze zeker dood geweest.”
Beide ouders van Batshewa Unterman zijn uit Nederland afkomstig. Haar grootvader van moeders kant Abr. Levie was de religieus voorganger van de Joodse Gemeente Amersfoort.
Batshewa was getrouwd met Ido Unterman, een kleinzoon van rabbijn Isser Yehuda Unterman, van 1964 tot 1973 opperrabbijn van Israel en voordien opperrabbijn van Tel Aviv.
De aanslag vond plaats in de drukke Jaffastraat in het hart van de Israelische hoofdstad. Bij de aanslag kwamen nog twee andere mensen om, en er vielen tientallen gewonden. Een in Oost-Jeruzalem woonachtige Palestijn heeft de aanslag gepleegd door met een bulldozer op de bus vol passagiers in te rijden. Volgens de politie was de 30-jarige Palestijnse man met wegwerkzaamheden bezig in de straat waar hij de aanslag pleegde.
