Binnenkort vieren we Sjawoe’ot en gedenken dat we meer dan 3300 jaar geleden de Tora mochten ontvangen. Waarom spreekt G’d het Joodse volk toe in het enkelvoud: ‘die je uit Egypte heeft bevrijd’? Binnenkort vieren we Sjawoe’ot en gedenken dat we meer dan 3300 jaar geleden de Tora mochten ontvangen.
Het gehele volk was verzameld bij de berg Sinai en hoorde daar de Tien Geboden:
Anochie Hasjeem El-lokega – Ik ben jouw G’d die je uit Egypte heeft bevrijd….
Waarom spreekt G’d het Joodse volk toe in het enkelvoud: ‘die je uit Egypte heeft bevrijd’? Een paar miljoen Joden stonden daar verzameld, hetgeen zeker een meervoudsvorm waard was!
Het is gemakkelijk om als rabbijn je tot de menigte te richten. Het is verleidelijk en vaak ook noodzakelijk om je in algemene termen tot het grote publiek te wenden. Maar pas op: uiteindelijk gaat het steeds om het individu, de enkeling.
Zelfs als ik mij als rabbijn via de media richt tot de grote groep, moet het doel steeds zijn om het joodse hart van ieder persoon te raken. Oppervlakkige statements die iedereen prachtig vindt maar niets zeggen, zijn zinloos. De hoofdtaak van de rabbijn is om vanuit zijn eigen nesjomme via het medium Tora ieder lid van de gemeenschap persoonlijk tot steun te zijn. “Ik ben jouw G’d”.
Gelijk de Allerhoogste vanuit Zijn diepste innerlijk zich richt tot ieder afzonderlijk individu, zo ook dient de inzet van ons Opperrabbinaat primair gericht te zijn op de hulp aan de enkeling, ook als daarmee geen eer valt te behalen …. Omdat het een mitswa is.
En juist daarom zijn de vele persoonlijke dankbrieven die de pers niet halen maar die wel ons Opperrabbinaat bereiken, voor ons zo intens waardevol …. Als aansporing om verder te gaan, ook als er geen dankbrief komt!
Een paar voorbeelden uit de dankbrieven, om de betekenis van persoonlijke steun te illustreren.
“Na vele jaren dat wij trouw en op tijd steevast uw goede wensen mogen ontvangen t.g.v. onze verjaardagen willen wij hierbij daarvoor bedanken. Het doet ons goed dat wij niet vergeten worden, ook nu wij minder actief zijn binnen de Joodse gemeenschap. Speciaal uw altijd handgeschreven beste wensen onderaan geven ons een speciaal gevoel van persoonlijke binding. Fijn dat ook de oudjes voor u blijven bestaan!”
***
“… en natuurlijk ben ik U nog altijd dankbaar voor wat u destijds voor mij gedaan hebt.
Ik wil u nu graag laten weten dat het mij geestelijk zeer goed gaat en ik destijds in een grote dip zat.
Men heeft mij benaderd vanuit Herinneringscentrum Westerbork of ik op scholen wil praten over wat ik als jongetje van 10 jaar tijdens de vervolging en in het kamp meegemaakt heb. Aanstaande woensdag komt er iemand bij mij thuis om uit te leggen wat de bedoeling is. Ook heb ik voor het eerst een uitnodiging gehad om op 4 mei naar de grote kerk en de Dam in Amsterdam te komen als overlevende van alles wat dan herdacht wordt. Wel een beetje vreemd opeens al die belangstelling………misschien omdat er niet zoveel overlevenden meer zijn. Of ik het allemaal doe weet ik nog niet, ik vind het namelijk wel een beetje laat in mijn leven. Misschien kan uw mening mij helpen te beslissen?”
***
“ Ik las uw artikel en dacht: nou mail ik de goede man eindelijk, anders bereikt mijn mail hem nooit en kan ik ‘m nooit vertellen dat ik dus best geraakt ben door ons korte gesprek. Daarna belde ik thuis gekomen meteen met mijn moeder en vertelde over onze warme ontmoeting. Mijn moeder, die niets doet aan haar Jodendom en ook geen lid is van de Joodse Gemeente, kende u en sprak zeer enthousiast over u en kon zich uw toespraak goed herinneren die u bij de lewaja van haar vader hield zo’n 20 jaar geleden en ze vroeg mij of ze u nog eens spoedig mag spreken ………..”
IPOR
Binyomin Jacobs, hoofdrabbijn
Sjawoe’ot 5768
