Monument in voorportaal Westerbork

Hoofdrabbijn Jacobs heeft een monument onthuld op de plaats waar in het Drentse buurtschap Gijsselte een kamp voor ruim 200 joodse mannen was. In oktober 1942 werd het kamp ontruimd en werden de bewoners via Westerbork gedeporteerd. Initiatiefnemer voor de plaatsing van een herdenkingsplaquette is Roelof Wever uit Ruinen (78). Toen, in 1942, smokkelde de toen 10-jarige Wever voedsel naar de Joodse gevangenen die er zwaar lichamelijk werk deden.

Wever (78) was donderdag aanwezig bij de onthulling van een monument voor de Joodse dwangarbeiders in buurtschap Gijsselte. Het monument werd onthuld na een toespraak door hoofdrabbijn Jacobs van het Interprovinciaal Opperrabbinaat.

Als kind kwam Wever regelmatig in de omgeving van Kamp Gijsselte. „Ik herinner me nog goed dat het kamp in 1938 werd gebouwd. Dat was voor de opvang van werklozen uit Amsterdam. Zij konden in onze omgeving aan de slag en kregen de opdracht grote gedeelten van de heide te ontginnen.”
Na het uitbreken van de oorlog namen de Duitsers het beheer over het kamp over. Werkloze joodse mannen uit heel Nederland werden vanaf januari 1942 opgeroepen om zich te melden voor het verrichten van arbeid. Zij kwamen in de oude werkverschaffingskampen terecht. In veel gevallen waren zij werkloos gemaakt doordat de bezetter hen uitgesloten had van hun baan. Door het plaatsen in deze werkkampen werden de joodse mannen gescheiden van gezin en woonplaats. Het was voor de bezetter een volgende stap in het isoleren van deze groep uit de maatschappij. „De mannen kwamen per trein uit Hoogeveen. Ze moesten zich een weg banen door een dik pak sneeuw. Hun omstandigheden waren niet best. Het was koud, er was weinig eten.”

Het werk op de heide viel de Joodse mannen niet mee. „Tot die tijd hadden zij als kleermaker of winkelier de kost verdiend. Nu werden zij gedwongen de heide af te graven. De meesten vermagerden snel. Mijn vader vatte het plan op de dwangarbeiders regelmatig van extra voedsel te voorzien. Mijn broer en ik hielpen hem daarbij. Wij gingen langs de deur en zamelden brood en aardappels in.”

Wever en zijn vrienden zochten de mannen op als zij op de heide aan het werk waren. „Het waren maar kleine beetjes: een paar gekookte aardappels, een half brood. We legden het onopvallend neer in een kruiwagen of op een afgesproken plek in het bos. De Duitsers mochten er geen lucht van krijgen.”

De Duitsers brachten in de nacht van vrijdag 2 op 3 oktober 1942 alle Joodse mannen uit Kamp Gijsselte en de andere 12 werkkampen in één grote actie over naar Kamp Westerbork evenals alle op dat moment in Drenthe woonachtige joden. Vandaar werden ze op transport gesteld naar Duitsland. „Slechts weinigen keerden terug”, aldus de tekst op het gedenkteken dat op initiatief van Wever op de plaats van Kamp Gijsselte is neergezet en donderdag door rabbijn Jacobs werd onthuld.

Ref Dagbld

Reacties zijn gesloten.