Ha’azinoe (Devariem/Deuteronomium 32:1-52)
HA’AZIENOE (luisteren jullie).
Mosje roept hemel en aarde tot getuigen wat er gebeurde in vroeger dagen en schildert hoe het volk zal afwijken – in zeer poëtische taal. Weer worden alle rampen genoemd die over het volk zullen komen als ze niet de ge- en verboden gehoorzamen. Maar eens zal God Zijn volk genade schenken en wraak nemen op de tegenstanders. En nogmaals vermaant Mosje het volk zijn woorden ter harte te nemen. Het doel is G’d als de Schepper te erkennen en uiteindelijk kan niets de band tussen G’d en het Joodse volk teniet doen. Mosje moet de berg Nevo bestijgen en uitkijken over het Land Israel. Israel binnentrekken mag hij niet.
Ha’azinoe is de 53e Tora-parsja, de 10e van Devariem. Ha’azinoe bevat 3 open afdelingen, telt 52 pesoekiem, verzen, 614 woorden en 2326 letters.
VERDIEPING: Tesjoeva, wel nodig in deze tijd van roddel en achterklap
Tesjoeva bestaat op veel niveaus, macro en micro. Eerst wat over macro-tesjoeva.
Macro-tesjoeva
In aanloop naar een congres hierover kreeg ik de volgende e-mail: “In aansluiting op het telefoontje hierbij het verzoek voor informatie. Ik veronderstel dat je in je functie contacten hebt met mensen die terug willen keren – zoals dat heet – naar het orthodoxe Jodendom, respectievelijk dit proces van terugkeer hebben doorgemaakt. Graag jouw indruk over de volgende issues:
1) Hoe is het gesteld met het fenomeen van de terugkeer naar het Jodendom anno nu. Antw.: Er is veel aanwas maar helaas meer afval.
2) Wat is doorgaans de leeftijd van ba’alei/ba’alot teshuvah; welke achtergrond, ed. Antw.: Vooral jongeren en pas getrouwden maar ook wel ouderen en gepensioneerden. Ze komen uit de meest uiteenlopende achtergronden.
3) Wat brengt ze er toe om voor het orthodoxe Jodendom te kiezen, dwz. zoals zij het zelf zien? Antw.: Ik hoor verschillende geluiden. Zo missen ze een stuk spiritualiteit, of een houvast, ofwel richting in hun leven of willen ze horen bij een groep.
4) Hebben ze bv. andere opties (Joodse of anderszins) uitgeprobeerd? Antw.: Soms wel maar meestal niet omdat ze altijd wel enige Jiddisjkeit om zich heen hebben gezien of minimaal weten dat ze bij het Jodendom behoren. Er zijn uiteraard wel andere opties maar die passen meestal niet bij Joodse jongeren. Meestal overheerst het gevoel, dat het `allemaal wel te vinden is in het Jodendom’. Maar sommigen hebben andere opties uitgeprobeerd en waren daar kennelijk niet tevreden over. Procenten ken ik niet omdat ik maar een deel van de realiteit zie.
5) Wat geven zij aan als problematieken bij de terugkeer? Antw.: A. Onbekendheid met het Iwriet als taal en de complexiteit van de rituelen. B. De geslotenheid van de groep, die toch vaak als een kliek wordt ervaren. C. Doordat de groep erg klein is, is men erg op elkaar betrokken en wordt er veel over elkaar gesproken, hetgeen een stevig gevoel van onveiligheid genereert. D. De vele eisen van het Jodendom. Soms is men in onverwachte situaties niet erg bedacht op de verschillende barrieres, die het Jodendom opwerpt en die sociaal niet erg geaccepteerd zijn, waardoor men in problemen kan komen.
6) Hebben ze hulp, steun ondervonden? Antw.: Veelal wel. Als men iets meer wil weten van of doen aan het Jodendom dan staan er altijd vele leken, professionals en Rabbijnen klaar om ze met raad en daad ter zijde te staan. Veelal worden ze al snel in de groep verwelkomd, opgevangen en opgenomen. Men is al lang blij, dat de veelal relatief zeer kleine groep uitgebreid en aangevuld wordt.
7) Is er een onderscheid in deze context tussen ba’alei en ba’alot tesuvah?
Antw.: Niet veel maar ik heb de indruk, dat de verhouding ongeveer 50 – 50 is.
8 ) Hebben ze het gevoel hun plek, hun niche te hebben gevonden binnen het Jodendom, resp. een bepaalde stroming in het Jodendom (streng orthodox, modern orthodox etc)? Antw.: Iedereen zoekt de plaats binnen het Jodendom, die hem het meest ligt. Met name hier in Nederland is men hier over het algemeen heel eerlijk in en is er weinig hypocrisie. Maar nadat men eenmaal in een groep gegroeid is – en zeker als men er met goed fatsoen niet meer uit kan – is er soms sprake van een kunstmatige persoonlijkheid. Men voelt zich niet happy maar is vanwege solidariteit toch voorvechter of verdediger van de groepsnormen. Dit komt voor maar niet veel.
Micro-tesjoeva
Tja, wat is tesjoeva? Inkeer heeft te maken met groei en leven. Tot inkeer komen betekent: weten èn uitspreken wat je verkeerd deed èn beslissen dat je het niet meer zal doen. Tesjoeva veronderstelt dus zelfkennis en zelfanalyse. Het betekent ook: tot zichzelf komen, het ware ik ontdekken, het werkelijk goede in de mens. Iedereen wordt opgeroepen om het goede en G’ddelijke in zichzelf te ontwikkelen: goed doen en blijven doen, gericht op het G’ddelijke, groeien in de religie.
Er zijn een aantal kenmerken van voortgaande vervolmaking, waaraan men kan herkennen of men inderdaad groeit in de religie en of men inderdaad een “volmaakt” mens – een tsaddiek, rechtvaardige, een religieuze topper – begint te worden.
