Parsja Wajechi 5772

Bereesjiet / Genesis 47:28 – 50:26

WAJECHI (en hij leefde). Ja’akov leeft 17 jaar in Egypte als hij zijn einde voelt naderen. Hij laat Joseef zweren dat hij hem zal begraven in de spelonk Machpela. Ja’akov wordt ziek en als Joseef met zijn zonen Menasjee en Efraïm bij hem komt, benoemt Ja’akov hen tot zijn eigen zonen. Ja’akov is blind. Bij de zegen legt hij zijn rechterhand op het hoofd van Efraïm, de jongste en zijn linkerhand op het hoofd van Menasjee. Joseef probeert dit ongedaan te maken, maar zijn vader zegt dat hij weet wat hij doet. De jongste zal groter worden dan de oudste. Ja’akov ontbiedt dan zijn andere zonen voor een Beracha (zegen). Jehoeda maar vooral Joseef kunnen uitvoerige zegeningen tegemoet zien. Daarna sterft Ja’akov. Hij krijgt een grote begrafenis in de Machpela. Na hun vaders dood vrezen de broers de wraak van Joseef maar hij stelt hen gerust: G’d heeft alles ten goede gekeerd. Als ook hij zijn einde ziet naderen voorspelt hij, dat G’d hen zal uitvoeren en laat hen zweren dat de broers zijn gebeente zullen meenemen. Joseef werd 110 jaar.

Vajechi is de twaalfde en laaste parsja in Bereesjiet, het eerste boek van de Tora. Bereesjiet beschrijft de eerste 2309 jaar van de menselijke geschiedenis en bevat 1534 pesoekiem (verzen). Het behandelt de schepping van de wereld tot het ontstaan van de Hebreeuwse familie tot de dood van Joseef. Bereesjiet speelt zich af in Kana’an, Turkije, Babylonië, Syrië, Irak, Egypte, het zuiden van Israël (de Negev), Sedom, het land van de Filistijnen, Be’er sjeva en Edom. Vajechi bestaat uit 12 parsjiot, waarvan 7 open en 5 gesloten stukken, parsjiot setoemot, telt 85 pesoekiem, verzen, 1158 woorden, 4448 letters en is hiermee de 44e na langste parsja. Vajechi bevat geen ge- of verboden.

VERDIEPING I: Ja’akov geeft in zijn berachot Re’oeveen een erg stevig standje vanwege zijn inmenging in het huwelijk van zijn vader. De gemiddelde lezer heeft het echter mis als hij denkt, dat Re’oeveen werkelijk met Bilha sliep. Maar eerst wil ik iets anders met u bespreken. Op basis van zeer langdurig psychologisch onderzoek is aangetoond, dat wij uitermate bizarre denkers zijn en zeker niet rationeel beslissen.

Er zijn veel intellectuele valkuilen.

  1. Om te beginnen zijn wij meestal luie denkers. We hebben moeite met nieuwe, revolutionaire denkbeelden. We blijven meestal hangen bij het bekende. We zien alleen die informatie, die past bij onze denkbeelden.
  2. We vertrouwen erop dat als we goed zijn op terrein A wij ook goed zijn op terrein B.
  3. Verder wordt ons oordeel vaak gekleurd door recente dingen, die we gezien of ervaren hebben.
  4. We lijden ook aan chronische overschatting van ons kennen en kunnen. En dat leidt vaak tot volledig foute beslissingen gebaseerd op ongefundeerd optimisme.
  5. De grootste gemene deler van al deze intellectuele ellende is een doorlopende schaamteloze zelfoverschatting van de lui denkende mens. We projecteren onze ideeen en wensen op andermans situatie en leggen voor hem of haar accuut onze maatstaven aan.

Ik moest hier aan denken bij het standje van onze aartsvader Ja’akov aan zijn oudste zoon Re’oeween. Wat was er gebeurd? Vlak na de dood van Ja’akovs geliefde vrouw Racheel, verplaatst Ja’akov zijn bed naar de tent van Bilha, de bijvrouw bij Racheel. Dit schoot bij Re’oeween, zoon van Lea, in het verkeerde keelgat want hij vond dat zijn moeder Lea hierdoor niet voldoende aandacht kreeg van Ja’akov. Lea moest Ja’akovs nieuwe hoofdvrouw zijn. Wat deed Re’oeween?

`Re’oeween ging heen en lag bij Bilha’ (Gen. 35:22). Volgens de Talmoed vergist iedereen zich die denkt dat Re’oeween geslapen heeft met Bilha. Dit lijkt de letterlijke vertaling van de Tora misschien wel aan te geven maar is een foutieve uitleg. Het wordt hem alleen aangerekend alsof hij met Bilha heeft geslapen. Maar het enige wat Re’oeween deed was Ja’akovs bed verschuiven. Hij beging hiermee een grove fout, dat wel. Inmenging in de intieme affaires van je ouders wordt gezien als een zware overtreding. Het geldt als `liggen bij Bilha’.

Re’oeween heeft inderdaad iets verkeerd gedaan, maar op een volledig ander niveau dan de lezer meent te weten. De Tora is geen gewoon boek. Het is geschreven vanuit het hoge morele niveau, dat God van de mens eist. Het oordeel is daarom vaak hard. `Hij, die meent, dat Re’oeween heeft gezondigd, vergist zich’ stelt de Talmoed. Er was geen sprake van incest. Maar omdat Re’oeween groot gebrek aan respect voor het intieme leven van zijn vader Ja’akov en zijn vrouw Bilha aan de dag legde, heet het toch `liggen bij Bilha’.

Om misverstand te voorkomen werd deze pasoek (vers) vroeger niet vertaald bij de openbare Tora-voorlezingen.

Hoe weet de Talmoed, dat we de pasoek (vers) niet letterlijk moeten vertalen? Omdat direct hierna alle zonen van Ja’akov gelijk worden gesteld:`De zonen van Ja’akov waren twaalf in getal’ (35:22 einde). Allen waren tsaddiekiem (oprechte, heilige mensen) zodat niet is vol te houden, dat Re’oeween incest zou hebben gepleegd met Bilha.

In 35:23 wordt Re’oeween nog steeds de bechor (eerstgeborene) van Ja’akov genoemd. Het enige wat van hem werd afgenomen was het eerstgeboorterecht op het aantal stammen. Dit ging over naar Joseef, de eerstgeborene van Racheel, omdat uit Joseef twee stammen – Menasje en Efraim – voortkwamen, die ieder een apart deel in Erets Jisraeel kregen.

Voor het overige bleef Re’oeween de bechor in de erfenis, behield hij het recht op de Tempeldienst (vergelijkbaar met de voorrechten van de kohaniem tegenwoordig) en werd hij als eerste geteld onder de kinderen.

VERDIEPING II: Waarheid, leugen en vrede

Joseefs broers begrepen, dat zij hun onderkoning-broer niet netjes hadden behandeld. En dat ze de vrede moesten herstellen. Met alle mogelijke middelen.

Nadat hun vader Ja’akov in Israël begraven was, keerden de broers met Joseef terug naar Egypte. Onderweg ging Joseef langs de put waar hij ingegooid was door de broers. Hij wilde daar een beracha (zegenspreuk) uitspreken over het feit dat hij daar 39 jaar eerder uit een put vol slangen en schorpioenen gered was.

Joseef tuurde wel erg lang in die put. De broers vreesden, dat hij op wraak zon. Toen zij terug waren in Egypte nodigde Joseef zijn broers niet meer uit. Dit was niet omdat hij hen haatte, maar omdat hij zich geen raad wist met de procedure van voorrang. Zo lang vader Ja’akov geleefd had, werd Joseef altijd aan het hoofd van de tafel gezet. Maar na zijn overlijden, wilde Joseef zijn gezag niet doen gelden over de broers. Hij kon de eerstgeboren Ruben niet op de belangrijkste plaats zetten en hij realiseerde zich ook dat Jehoeda, die een positie had als koning, niet als tweede neergezet kon worden. Om deze voorrangsproblematiek te vermijden, nodigde Joseef zijn broers helemaal niet meer uit.

De broers vroegen Bilha, die na het overlijden van Racheel een moeder was geweest voor Joseef, om Joseef te zeggen dat vader Ja’akov vlak voor zijn overlijden hem een verzoenende opdracht had gegeven: “Vergeef toch de misdaden van uw broers, al hebben zij u kwaad gedaan”. Het was duidelijk dat Ja’akov dit nooit voor zijn dood had gezegd.

Toch is het onder zeer strikte omstandigheden geoorloofd om onware mededelingen te doen om de lieve vrede te bewaren. Joseef huilde toen men zo tot hem sprak. Hij vond het vreselijk dat de broers hem er van verdachten dat hij wraak zou willen nemen hoewel dat door de Tora verboden werd: ”Je zult je niet wreken en geen wrok koesteren” (Leviticus 19:18). Toen gingen de broers naar het paleis van Joseef en vielen voor hem neer. Ze zeiden: “We zijn bereid slaven voor u te zijn!” Maar Joseef zei hen: “Wees niet bang. Neem ik soms G’ds plaats in? Jullie hadden misschien iets kwaads tegen mij in de zin, maar G’d heeft het ten goede gekeerd zodat Hij kon doen zoals vandaag gebeurt: ik houd een groot volk in leven”.

Joseef herinnerde de broers er aan, dat de Joden worden vergeleken met het zand van de zee. Dat is onverwoestbaar. Bovendien benadrukte Joseef, dat Ja’akov hen in zijn eindberacha vergeleken had met de dieren in het veld: die kunnen niet uitgeroeid worden. Er moeten verder twaalf stammen op de wereld zijn tegenover de twaalf maanden, twaalf sterrenbeelden, en tweemaal twaalf uur in de dag. Dit heeft G’d zo in de Schepping gelegd. Daarzonder kan het universum niet bestaan. De broers waren de twaalf stamvaderen en zouden spirituele bakens voor de rest van de wereld worden. Tien broers konden Joseef niet ombrengen. Joseef zei hen: “Kan dan één broer wel tien broers ombrengen? Wees niet bang. Ik zelf zal jullie en jullie kinderen verzorgen”.

Joseef troostte zijn broers en sprak tot hun hart. Hij probeerde ze nog verder te overtuigen, dat hij ze absoluut niet wilde doden, want dan zouden de Egyptenaren zijn afstamming in twijfel trekken. Joseef was in aanzien gestegen doordat hij nu kon aantonen dat hij bij de royal family van Avraham, Jitschak en Ja’akov behoorde: “Als ik jullie dood, zal iedereen begrijpen dat jullie geen familie waren. Wees niet bang!”. Moraal van het verhaal: vrede gaat boven waarheid. Soms mag een klein leugentje om bestwil, om de vrede te bewaren. 

Ondanks zijn goede intenties, stierf de relatief jonge Joseef als eerste van zijn broers. Volgens de Talmoed kwam dit door een enigszins negatieve eigenschap. Joseef voelde zich wat verheven en liet zich af en toe als heerser gelden. Toen zijn broeders naar Egypte kwamen, hoorde Joseef hoe zij hun vader Ja’akov zijn ‘dienaar’ noemde. Toch protesteerde hij daar niet tegen. Omdat hij zijn vader niet voldoende geëerd had, werd zijn leven verkort. Het eren van ouders leidt tot een langer leven (Exodus 20:12). Juist bij grote geesten geldt: hoge bomen vangen veel wind.

 

HAFTARA: I Melachiem, Koningen 2:1-12

Zin 1: “Toen David zijn einde voelde naderen, droeg hij zijn zoon Salomo op: Zin 5 “En er is nog iets: je weet wat Joav, de zoon van Tseroeja, mij heeft aangedaan – wat hij de twee opperbevelhebbers van het leger van Israël heeft aangedaan, Avneer, de zoon van Neer, en Amasa, de zoon van Jetter. Die heeft hij vermoord. Hij heeft nodeloos bloed vergoten in vredestijd…” Zin 6: “Laat je door je wijsheid leiden en gun hem geen vredige dood op zijn oude dag”.

Wat was hier gebeurd ? David lijkt hier een oude, wraakzuchtige koning, die het vuile werk overlaat aan zijn zoon Salomo. Zoals bij de episode van Re’oeween en Bilha geldt ook hier, dat men kennis van de achtergronden moet hebben om de diepgang van de woorden van koning David te begrijpen. Koning David geldt als een zeer verheven `nesjomme’ (ziel).

Laten wij ons vanwege ruimtegebrek beperken tot de episode van Amasa, de zoon van Jetter. Rabbi Moshe Weismann gaat hier dieper op in. Bij de opstand van Davids zoon Avsjalom had Amasa Avsjaloms kant gekozen. David gaf opdracht zijn zoon Avsjalom niet te doden. Joav was Davids generaal maar gaf zijn mannen opdracht Avsjalom wel te doden. David was hier duidelijk niet over te spreken.

Amasa koos uiteindelijk de kant van David. Joav viel in ongenade bij David en Amasa werd benoemd tot Davids belangrijkste generaal. Maar Joav bleef hoog in aanzien, omdat hij een grote talmied chagam, Tora-geleerde was en hij altijd zorgde voor de armen. Zijn huis stond open voor iedereen, die dat nodig had en Joav zelf ging nooit aan tafel voordat hij een arme iets te eten gegeven had. Voor zijn goede gedrag had hij Olam Haba, een plaats in de toekomstige wereld verdiend. Maar deze verloor hij door het doden van Avneer en Amasa.

Wat gebeurde er tussen Joav en Amasa? Amasa moest van koning David de mannen van de stam Jehoeda ronselen tegen de opstandige Sjiva ben Bichrie maar Amasa gaf de mannen van de stam Jehoeda uitstel omdat ze intens bezig waren met het leren van Tora. Amasa redeneerde dat Tora-leren het allerbelangrijkste was en negeerde hiermee de orders van de koning (iets waarop in die tijden de doodstraf stond). Joav voerde de doodstraf op slinkse wijze uit. Hij werd voor het Sanhedrien, het hoogste gerechtshof gesleept voor moord op Amasa. Maar Joav kon niet veroordeeld worden bij gebrek aan bewijs.

Nu bestonden in het oude Israel twee rechtsmachten, de rechtsmacht van het Beet Dien, de formele juridische procesgang, die gebonden is aan strenge bewijsregels. Maar daarnaast bestond er het recht van de koning, dat enigszins vergelijkbaar is met de moderne openbare ordehandhaving. Op dat laatste terrein bestaan minder formele regels, hebben de autoriteiten meer bewegingsvrijheid en zijn zij minder gebonden aan wetten. Een koning heeft meer persoonlijk beslissingsrecht.

David vond het erg belangrijk, dat zijn naam en de naam van zijn dynastie zuiver zou blijven. Hij wilde op geen enkele manier betrokken zijn bij het `uit de weg ruimen van Avneer en Amasa’ door Joav. Joav kon kennelijk tijdens het leven van David niet gestraft worden. Misschien was Joav te machtig of genoot hij te veel populariteit of waren de familiebanden te sterk.

Joav was namelijk een neef van koning David, de zoon van zijn zuster Tseroeja. David maakte zich druk om zijn geestelijk welzijn. David wilde dat zijn neef zo veel mogelijk onbezoedeld de Olam haba, de Toekomstige wereld, zou betreden. Hiervoor moest hij boeten op deze wereld. Zou hij gewoon sterven, dan zou hij de volle laag straf in de Olam haba krijgen. Dat wilde koning David voorkomen. Net zoals Joseef met zijn kat en muisspelletje de broers Gehinnom, de hel, wilde besparen, zo wilde koning David dit met Joav. Maar om dit soort zaken te zien en te willen, moet men op een hoger niveau staan dan de gemiddelde burger. Wat in Tenach gebeurt, is niet simpel in termen van de media uit de 21e eeuw te vertalen. Daarom is Tenach vertalen bijna onmogelijk zonder nadere uitleg.

Reacties zijn gesloten.