Parsja Sjemini 5772

Sjemini – de 8e dag. Op de achtste dag van de inwijding van de Tabernakel verschijnt G’ds Majesteit. Hemels vuur verteert het offer. Twee zonen van Aharon brengen vreemd vuur. HaSjeem (G’d) treft hen. Bedwelmende drank is verboden voor dienstdoende kohaniem (priesters). Dieren met gespleten hoeven, die bovendien herkauwen, zijn rein. Vissen moeten vinnen en schubben hebben. 24 soorten vogels worden verboden. Van insecten mag men slechts 4 soorten sprinkhanen eten.

Sjemini is de 26e parsja van de Tora, de derde van het derde Tora-boek, Vajikra. Parsja Sjemini bestaat uit 6 parsjiot, afdelingen waarvan 3 open en 3 gesloten zijn, telt 91 pesoekiem, verzen, 1238 woorden, 4670 letters en is hiermee de 41 na langste parsja. Sjemini bevat 6 ge- en 11 verboden.


VERDIEPING I: Veel mensen menen, dat ze door een kosjere levensstijl niet volledig van het leven kunnen genieten.

Identiteitsvormend
Kasjroet is één van die vele voorschriften, die ons er constant aan herinneren, dat we Joods zijn. Maar er is meer. Kasjroet drukt een stempel op ons consumptief gedrag en beïnvloedt onze levenswijze en gezondheid. Het is interessant te zien hoe actueel de opvattingen van Maimonides (1135-1204) daarover nog zijn tegenwoordig.
Psychosomatiek

In zijn voorschriften voor ons eetgedrag beschrijft hij lichaam en geest als één. Hoewel de bestudering van de psychosomatiek hier pas na de Tweede Wereldoorlog van de grond is gekomen, bestaat die band tussen psychische afwijkingen en lichamelijke stoornissen al zeer duidelijk in de denkwereld van Maimonides (12e eeuw).

Midden, geen extremen 
Maimonides is tevens aanhanger van de leer van het midden: de juiste maat is zelden extreem. Dit geldt voor alle eigenschappen van de mens. Men moet niet al te opvliegend zijn of makkelijk kwaad worden maar men mag ook niet zo kil reageren, dat men zich nergens iets van aantrekt. Het midden is het beste, ook in de eetsfeer. Zo mag men alleen maar verlangen naar dingen, die het lichaam werkelijk nodig heeft en waarzonder men niet kan leven: “De rechtvaardige eet tot verzadiging van zijn ziel” (Spreuken 13:25); meer niet.

Dit geldt ook voor wat uit de mond komt: “De mens moet voornamelijk zwijgen en alleen spreken over zaken die de wijsheid betreffen of over dingen, die men nodig heeft voor de lichamelijke gezondheid”.

Niet vol eten
Het is niet verstandig zich helemaal vol te eten. Men moet proberen een kwart onder het verzadigingspunt te blijven. Tijdens het eten moet men maar een klein beetje water drinken. Tijdens het verteringsproces moet men drinken wat men nodig heeft. Men gaat eerst naar de wc en dan pas aan tafel. Voordat men gaat eten, dient het lichaam te worden opgewarmd. Nadat men wat inspanning heeft verricht, rust men iets uit, totdat de geest tot bedaren is gekomen en daarna gaat men pas eten. Bij het eten moet men zitten. Indien men zich inspant direct na het eten, veroorzaakt men kwalijke ziekten. Zorg ervoor dat de ingewanden altijd los zijn. Een moeilijke stoelgang is oorzaak van verschillende ziektes.”

“Wanneer de mens zich inspant, niet tot verzadiging eet en gemakkelijk naar de wc gaat, wordt hij niet ziek en blijft hij gezond, ook wanneer hij ongezond voedsel eet. De meeste ziekten worden veroorzaakt doordat men zich volstopt, ook al is dat met goed
voedsel. Koning Salomo zei in zijn wijsheid: “Hij die zijn mond en tong in acht neemt, bewaart zijn ziel voor slechte zaken” (Spreuken 21:23). Voorgaand dieet geldt alleen voor gezonde mensen. Bij ziekten of ouderdom moet men zich al naar gelang de medische voorschriften gedragen.”

Richting en intentie
Richting en intentie bij ons doen en laten wordt ook aangegeven: “Men moet al zijn daden richten op het kennen van G’d. Wanneer men werkt, moet men niet alleen de intentie hebben om geld te verdienen. Werk niet meer dan nodig is voor de aanschaf van
eten, drinken, een woning en onderhoud van het gezin. Wanneer men eet of drinkt of seksueel verkeer heeft, moet men zich niet alleen richten op genot. Men doet het om het lichaam in goede conditie te houden.
Uiteindelijk moet onze gezondheid erop zijn gericht om G’d te kennen, omdat men zich onmogelijk kan bezighouden met de wetenschappen wanneer men ziek is of pijn lijdt”.

Niet roken
“Omdat een goede gezondheid past in het religieuze denken van het Jodendom – daarzonder kan men geen G’dskennis verwerven – is het noodzakelijk om zich ver te houden van dingen, die het lichaam schade berokkenen. Men mag nooit eten als men geen honger heeft en men mag alleen drinken wanneer men dorst heeft”. Gezondheid is een groot goed in het Jodendom.

Waarom heeft G’d zoveel niet kosjere dieren geschapen? Kasjroet vormt een test, een beproeving. Hasjeem wil kijken of wij voldoende wilskracht hebben om treife (niet-kosjer) eten te mijden.

VERDIEPING II: Vissen moeten ‘vinnen en schubben in het water’ hebben.
Dit zijn kosjere kenmerken. Maar veroorzaken schubben en vinnen ook het kasjroet? Of hoeft een dier alleen bij een kosjere soort te horen, ook als dit individuele dier niet alle kosjere kenmerken heeft?
Sommigen zien vinnen en schubben als een symbool van kracht. Alleen een vis die tegen de stroom in kan zwemmen, is kosjer. Het symboliseert een ‘kosjere’ levensstijl. Alleen wanneer we niet meedoen aan de heersende cultuur en tegen de gangbare opvattingen in durven gaan, zijn wij werkelijk oké.

Veroorzakers of herkenningstekenen
Bij alle tekenen van reinheid en onreinheid (kosjer en niet-kosjer) is onduidelijk of dit nou de veroorzakers zijn voor het kasjroet van de soort of dat het slechts herkenningstekenen zijn. Een praktisch verschil zou zijn, dat een bepaalde soort als kosjer bekend staat maar dat er bij dit ene individuele dier de kosjere herkenningstekens ontbreken (bijv. door genetische manipulatie): een koe die wel herkauwt maar geen gespleten hoeven heeft. Als de kosjere kenmerken de oorzaak zijn van het kasjroet, dan is dit individuele dier niet kosjer. Zijn het slechts herkenningstekens, dan maakt het niet zo veel uit of bij dit individuele dier geen duidelijke kosjere kenmerken aanwezig zijn. De soort is immers kosjer.

Vin en schub in het enkelvoud
De Tora gebruikt het woord ‘vin’ en het woord ‘schub’ in het enkelvoud. Hieruit leidden de Chagamiem, de Geleerden af, dat zelfs één vin en één schub voldoende zijn om een vis toe te staan. Ook wanneer de kenmerken pas later ontstaan, is dat reeds nu voldoende om de vis te eten. Zelfs wanneer de vinnen of schubben afvallen wanneer men de vis uit het water haalt, is het nog oké.
Schubben zijn overigens alleen kosjere herkenningstekens wanneer ze gescheiden kunnen worden van de huid van een vis. Soms zijn de schubben niet herkenbaar omdat ze te dun zijn. Maar wanneer men de vis in een doek wikkelt of in een kom water doet en er schubben loskomen, is het dier toegestaan. Men kan ook de “zonnetest” doen: als men de schubben kan herkennen in de zon, is de vis kosjer.
Twee tekens

Vreemd is dat de Tora twee tekens geeft want elke vis met schubben heeft ook vinnen. Het omgekeerde is overigens niet waar. Er zijn vissen die wel vinnen hebben maar geen schubben. Dit betekent dus dat wanneer men schubben ziet men niet meer naar vinnen hoeft te zoeken.

Dit is volgens de Tosafisten (B.T. Choelien 66b) de enige traditie die wij in naam van de eerste mens, Adam, hebben ontvangen. Toen Adam alle dieren een naam gaf, gaf hij ook deze regel mee aan zijn nageslacht. Als dit inderdaad waar is, dan had de Tora met het vereiste van schubben kunnen volstaan. Het vin-vereiste lijkt dus overbodig! De Talmoed antwoordt hierop, dat de Tora beide moet schrijven, omdat we zonder de vermelding van het woord ‘vinnen’ nooit hadden begrepen dat ‘kaskesset’ schubben betekent.

Meer kenmerken?
Zijn dit de enige kenmerken of hebben kosjere vissen er meer? Volgens de Talmoed hebben treife vissen een spits hoofd en geen ruggengraat. Reine vissen hebben daarentegen een rond, zwaar en breed hoofd en wel een ruggengraat. Volgens de Ritwa (14e eeuw) zijn deze herkenningstekenen proefondervindelijk door de Chagamiem uitgevonden. In de Talmoed staat dat er 700 onreine soorten vissen zijn.
Zeven

Waarom vissen bij de Sjabbat-maaltijd onmisbaar zijn? Vis is in getallenwaarde zeven, hetgeen het dagnummer van de Sjabbat is. Dan is er nog de bekende vraag (ibid. 67b) welke status de Leviathan heeft. De Talmoed stelt dat Leviathan, waarvan de Tsaddikiem (Rechtvaardigen) in de toekomst een vismaaltijd zullen eten, een kosjer dier is.

Leviathan
De Leviathan-vis is in feite een Kabbalistisch concept. Het betekent: “G’d begeleiden”. In Messiaanse tijden zullen de vromen G’d nabij zijn. Waarom een vis bij uitstek “gezegend” is? Omdat het onder het oppervlakte van het water – onzichtbaar voor het menselijk oog – leeft. Alles wat aan het oog onttrokken is, krijgt zegen.

HAFTARA: I Sjemoe’eel/Samuel 20
“Daarna zei Jonathan tot David: Morgen is de nieuwe maan; dan zal men u missen, want uw zitplaats zal niet bezet zijn”.

Dit is de connectie met erev rosj chodesj, de dag voor nieuwemaansdag, waarop wij deze haftara lezen. Zondag is het rosj chodesj. Vroeger richtten de koningen een grote maaltijd aan om rosj chodesj te vieren. Hierbij zou David als schoonzoon en generaal van koning Sha’oel gemist worden, hetgeen Sha’oel tot woede en jaloezie zou brengen. Omdat Sha’oel na een korte regeerperiode door de profeet Sjemoe’eel toegezegd kreeg, dat hij zou worden opgevolgd door een betere kandidaat en bevroedde dat dit David was, werd Sha’oel erg kwaad op Jonathan, die de beste vriend van David was.

Maar er is een diepere band tussen het Davidische koningshuis en de maan. Gedurende de eerste 15 dagen van de maand wast (groeit) de nieuwe maan. Maar daarna neemt de maan af tot de volgende rosj chodesj.

Reacties zijn gesloten.