De Joden van Ophemert, slechts zo’n 140 jaar

Op vrijdagmiddag 4 mei is in De Torenhof in Ophemert door burgemeester Alex van Hedel van de gemeente Neerijnen het eerste exemplaar overhandigd van ‘Het Joodse verleden van Ophemert’ aan mevrouw Ro Groenhof-Kalker. ‘Het Joodse verleden van Ophemert’ is geschreven door Tjeerd Vrij. Ro Groenhof-Kalker is een 89-jarige geboren en getogen Ophemertse, die de kampen Vught en Auschwitz heeft overleefd.

Zeven families
‘Het Joodse verleden van Ophemert’ in het kort: rond het jaar 1800 vestigden de eerste Joodse gezinnen zich in Ophemert, een dorp dat zo’n zeven kilometer stroomafwaarts ligt van Tiel. De Joodse gemeenschap die gestaag groeide, bestond op zijn hoogtepunt uit zo’n zeven families met achternamen als Van Blijdestein, Israël, Kalker en Van Zwanenburg. Families die grossierden in beroepen als slager en koopman in manufacturen. De in 1850 (volgens andere bronnen, oa. Jac. Zwarts, in 1874) gebouwde synagoge aan de Waalbandijk werd voor deze families de spil waarmee zij hun Joodse identiteit vorm gaven en levend hielden.

Chower-titel
Het gebouw raakte rond 1920 in onbruik. Enkele jaren daar voor, in 1915, kreeg een van de weinige Joden van Ophemert, Israel van Blijdestein, op zijn 70e verjaardag de Chower-titel van opperrabbijn Wagenaar van Gelderland. Hij was veertig jaar eerder een van de oprichters van het sjoelgebouw. In 1915 was er in het dijksjoeltje nog wel minjan, maar dat werd samengesteld door joden uit Ophemert, aangevuld met geloofsgenoten uit het naburige Varik, dat aan de overkant van de Waal ligt.
Het modehuis Blijdesteijn in het naburige Tiel, gaat terug tot 1833. Toen begon de eerste uit Duitsland afkomstige voorvader er in 1833 zijn manufacturenzaak. In 1812 had hij in Ophemert zijn Duitse naam Freudestein ingewisseld voor Van Blijdesteijn.

Kleurrijke anekdotes
In ‘Het Joodse verleden van Ophemert’ beschrijft Tjeerd Vrij de opkomst en de ondergang van deze kleine Joodse gemeenschap. Naast archiefstukken, is een belangrijke mondelinge bron mevrouw Ro Groenhof-Kalker zelf. Zij is een rechtstreekse afstammeling van het eerste Joodse echtpaar dat zich vier generaties eerder in Ophemert vestigde. Door de combinatie van een zeer respectabele leeftijd van 89 jaar en een nog kraakhelder geheugen, konden vele kleurrijke anekdotes over het vooroorlogse Joodse leven voor de vergetelheid worden behoed. Zo krijgen we een inkijkje in de typische kenmerken van die tijd, zoals de moeite die het kostte een geschikte Joodse huwelijkspartner te vinden, over buitenechtelijke kinderen, armoede, het verdienen van de kost door met een kar vol manufacturen over slecht begaanbare landwegen langs de boerderijen te trekken.

Brief
‘Het Joodse verleden van Ophemert’ eindigt in april 1943 toen een busje het gezin Kalker – in de oorlog het nog enige Joodse gezin dat in Ophemert woont – ophaalde en naar kamp Vught bracht. Met voedselpakketten hielpen buren uit Ophemert de familie. Hoe belangrijk deze steun was, niet alleen fysiek, maar ook mentaal, blijkt uit de brief die Jet Kalker uit kamp Vught wist te smokkelen. Deze brief is integraal afgedrukt in ‘Het Joodse verleden van Ophemert’.

Van auteur Tjeerd Vrij verschenen eerder ‘Bittere tranen – Jodenvervolging in Tiel en Omgeving’ en ‘Zwarte kerst – Over een fusillade’.

Reacties zijn gesloten.