Parsja Behar Bechoekotai 5772

Behar (Wajikra/Leviticus 25:1-26:2)
BEHAR (op de berg) 
G’d gebiedt een Sjabbatjaar (Sjemita) voor het Land: het 7e jaar mag het land niet bezaaid worden. Wat vanzelf opkomt mag men eten. Na 7 x 7 jaar is het 50e jaar een Joweel-jaar, waarin het land ook braak moet liggen. G’d zal zorgen voor overvloedige oogsten in de voorafgaande jaren. In het Joweeljaar worden slaven vrijgelaten en krijgt iedereen zijn/haar oorspronkelijke grondbezit terug. Op andere tijdstippen kan familie een slaaf terugkopen. De prijs van grond wordt berekend naar het aantal te verwachten oogsten. Buiten het Joweeljaar om kan grond teruggekocht worden door een bloedverwant of zelfs een ander als de oorspronkelijke eigenaar niet kapitaalkrachtig genoeg is. Je mag geen rente berekenen als je iemand geld leent. Een slaaf moet men menselijk behandelen; de heer mag hem niet met strengheid regeren.

Behar is de 32e parsja van de Tora, de negende van het derde Tora-boek, Vajikra. Parsja Behar bestaat uit 7 parsjiot, afdelingen waarvan 1 open en 6 gesloten zijn, telt 57 pesoekiem, verzen, 737 woorden, 2817 letters en is hiermee de 50 na langste parsja. Behar bevat 7 ge- en 17 verboden.

Bechoekotai (Wajikra/Leviticus 26:3 – 27:34)
Bechoekotai  (bij (het aanvaarden van) mijn wetten)
Als jullie Mijn wetten uitvoeren dan zal het Land bloeien. Wanneer jullie Mijn wetten overtreden dan zal Ik vreselijke straffen over jullie brengen. Er volgt een huiveringwekkende opsomming wat het volk allemaal zal overkomen: ziekten, oorlog, bezetting, zevenvoudige straffen, de steden zullen ruïnes worden. Dit alles mede als de Sjemittajaren niet gehouden worden. Ook psychisch worden de mensen een wrak, ze worden verstrooid en gaan ten onder temidden van vreemde volkeren, het Land zal woest liggen. Zodra de mensen weer aan het Verbond denken en boete doen, zal God aan het Verbond denken dat Hij met de Aartsvaderen gesloten heeft. Het laatste deel van de sidra is gewijd aan de waarde van mannen, vrouwen en kinderen i.v.m. geloften. Dit betreft ook vee, grond en huizen.

Bechoekotai is de 33e parsja van de Tora, de tiende en laatste van het derde Tora-boek, Vajikra. Parsja Bechoekotai bestaat uit 5 parsjiot, afdelingen waarvan 3 open en 2 gesloten zijn, telt 78 pesoekiem, verzen, 1013 woorden, 3992 letters en is hiermee de 47 na langste parsja. Bechoekotai bevat 7 ge- en 5 verboden.

VERDIEPING: Herkenning van een valse profeet

Vele geloven hebben de Tora aangepast aan hun wensen en zijn een eigen B.V. begonnen. Vaak met aanzienlijk numeriek succes. Geent op de oude stronk van het Jodendom hebben zij hun oorsprong, het Jodendom, geminacht, verworpen en vervolgd. Alle kelalot, vloeken, die wij in deze parsja lezen, komen ook hier vandaan.

Maar wij blijven bij het oude. Numeriek succes is voor ons geen criterium! Maar voor de Masjiach geldt succes wel als criterium van zijn waarheid. Als de Masjiach er niet in slaagt de wereldvrede te laten `uitbreken’ is hij geen Masjiach.

Aan het einde van het derde boek Vajikra stelt de Tora: “Dit zijn de mitsvot, geboden, die G’d Mosje heeft opgedragen voor de Bné Jisraëel op de berg Sinaï” (Lev. 27:34). Volgens de Midrasj betekent dit dat (zelfs!) een profeet niets nieuws meer mag toevoegen aan de Tora na de Openbaring op de berg Sinaï.

 Latere profeten
Malbiem (19e eeuw) legt uit, dat de woorden ‘dit zijn’ uitsluiten, dat er nog andere mitsvot, geboden toegevoegd kunnen worden. De latere profeten hebben de Tora alleen nog maar uitgelegd. Maar zij hebben hier niets aan toegevoegd of afgedaan. Dit is ook logisch. G’d is perfect en kan in Zijn grote wijsheid de tijd overzien. Hij schept zelfs de tijd – doorlopend. G’d voorzag alle moderne ontwikkelingen. Daarom behoeft de Tora geen uitbreiding.

In de Tora wordt aangegeven hoe een valse profeet herkend kan worden. Er mag niets worden toegevoegd aan G’ds woord: “Maar een profeet, die overmoedig genoeg is om in Mijn naam een woord te spreken, dat Ik hem niet gebood te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt – die profeet zal sterven. Wanneer u nu bij uzelf mocht zeggen: Hoe onderkennen wij het woord dat G’d niet gesproken heeft? – als een profeet spreekt in de naam van G’d en zijn woord wordt niet vervuld en komt niet uit, dan is dit een woord, dat G’d niet gesproken heeft. In overmoed heeft de profeet het gesproken, u zult voor hem niet vrezen”.

Het is verboden te luisteren naar een valse profeet. Een valse profeet is dus iemand, die zegt te zijn gestuurd door een afgod of iemand die verklaart door G’d gezonden te zijn maar die G’ds voorschriften verdraait. Uiteraard is het ook verboden om een valse profeet te zijn door zich voor te doen als profeet, terwijl men andermans profetieen kaapt of zich voor te doen als een profeet terwijl de profetieen slechts fantasie zijn. Deze laatste vormen van valse profetie komen het meest voor.

Valse Meshiechiem, Messiassen in de geschiedenis
Valse profeten zijn er altijd geweest. Daarvan getuigt Tenach regelmatig. Minder bekend zijn de meer recente valse Meshiechiem uit de afgelopen 2200 jaar.

1. Eén van de vroegste Messiaanse bewegingen gaat terug op de Qumran-sekte, bekend geworden door de Dode-Zee rollen, goeddeels te zien in een apart, zeer fraai gebouw van het Israël Museum, the Shrine of the Book. De secte trok zich in de woestijn terug, voerde een strenge leefwijze als voorbereiding op de Verlossing. Deze Rollen zouden een heel ander licht op de stichter van het Christendom werpen; was hij bij deze sekte? De discussie hierover is tegenwoordig verstomd.

2. Een andere man die geen Masjiach bleek, was Bar Koziba, later Bar Kochba genoemd = zoon van de sterren. Rabbi Akiwa geloofde in hem. Helaas leed hij een militaire nederlaag tegen de Romeinen.

3. In de 11e eeuw hadden meerdere mensen een openbaring van Elijahoe in Saloniki gehad; Elijahoe zal de Masjiach vooraf gaan. Er waren wonderen en tekenen, maar de tocht naar Jeruzalem ging niet door. Dit was een Messiaanse beweging zonder Messias-achtige leider.

4. Rondom 1127 trad in Marokko Mozes al Dari, een grote geleerde op: de eerste nacht van Pesach zou de Masjiach verschijnen. Men verkocht alle bezittingen, die zou men niet meer nodig hebben, men wachtte op de daken van de huizen op de engelen die hen naar het Heilige Land zouden brengen. Helaas, er gebeurde niets en de Joden waren diep gedesillusioneerd en ook straatarm.

5. De grootste valse Masjiach was Sjabbatai Zwi. Hij was van zichzelf overtuigd, had jaren in stilte de Zohar bestudeerd en sprak omstreeks 1666 de Vierletterige Naam hardop uit, die alleen als de Masjiach verschenen is, mag uitgesproken worden. Hoewel vele rabbijnen hem in de ban deden, kreeg hij een zeer grote aanhang, hij was een charismatische leider, zowat heel Amsterdam werd Sabbatiaans, hij reisde heel

Europa af en wist een geweldig enthousiasme en een diepe vreugde te ontketenen. Ook nu verkocht men goederen en maakte zich gereed voor vertrek. Sjabbatai Zwi vertrok naar Constantinopel, vergezeld door vele aanhangers, maar de Turken namen hem gevangen, hadden geen zin in een groot aantal Joden binnen hun toenmalig bezit in het Heilige Land. Hij werd, onder doodsbedreiging, mohammedaan. Fanatieke volgelingen probeerden een verklaring te geven, maar de ontgoocheling, de bittere teleurstelling, de emoties en onderlinge strijd om “de” waarheid barstte los; de daarop volgende depressie heeft enkele generaties nodig gehad om te genezen. Nog een eeuw later was het een zware beschuldiging Sabbatiaan te zijn , want de beweging verliep merkwaardigerwijs niet; ik heb me laten vertellen dat er nóg steeds Sabbatianen bestaan. Mijn voorvader Rabbi Ja’acov Emden heeft nog een machloket, meningsverschil gehad met Rabbi Jonathan Eibeschütz, die hij ervan beschuldigde aanhanger te zijn van de valse Messias, Sjabbatai Zwi.

6. In 1755 beweerde Jacob Frank dat hij een reïncarnatie was van Sjabbatai Zwi. Zijn leer leek op de christelijke drie-eenheid. Hij werd spoedig in de ban gedaan. Voor een bisschop geroepen beweerde hij, dat het bloedsprookje op waarheid berustte, waarop duizenden exemplaren van de Talmoed werden verbrand. Hij werd later gevangen genomen en zijn beweging verliep langzamerhand.

Ook in Spreuken (30:5-6) wordt gewaarschuwd tegen valse profeten maar met andere woorden. Koning Salomo begint positief: “Alle woorden van G’d zijn gelouterd; voor degenen, die bij Hem schuilen, is Hij tot schild. Voeg niets aan Zijn woorden toe, opdat Hij u niet zal terechtwijzen en u een leugenaar bevonden wordt”.

De profeet Jeremia daarentegen fulmineert streng tegen valse profeten: ”Daarom zal Ik de profeten een les leren, is het woord van G’d, die Mijn woorden van elkaar stelen. Ik zal de profeten van leugenachtige dromen een les leren, is het woord van G’d, die zij vertellen om Mijn volk te misleiden door hun leugens… Ik heb hen niet gezonden en hun geen opdracht gegeven; zij zijn voor dit volk niet van het minste nut (23:30-32).

Maar wij blijven hopen op de laatste echte profeet, de Masjiach…Het tijdperk van de profeten was met de profeet Male’achi voorbij. Sindsdien was de profetie in handen van kinderen en dwazen. De enige ware profeet, die nog komen gaat, is de Masji’ach. Dan zullen wij allemaal het profetisch niveau bereiken.

Het doel van de komst van de Masji’ach
Wat is eigenlijk het doel van de komst van de Masji’ach? Waarom hebben we een Masji’ach nodig? Het grootste probleem dat een religieus mens kan hebben, is de vraag hoe het kan zijn dat G-d, Die zo perfect is, zo een moeilijk te begrijpen wereld geschapen heeft. De Masji’ach zal duidelijk tonen hoe perfect de wereld in elkaar zit. Het feit dat we het nu niet zien, is te wijten aan onze spirituele blindheid. Onze ogen zullen geopend worden en wij zullen overal de hand van G-d zien.

Tekenen naderend Messiaans tijdperk
Zijn er tekenen van een op handen zijnd Messiaans tijdperk? Volgens de Joodse tijdrekening leven we op dit moment 5772 jaar na de Schepping. Volgens een Talmoedische traditie zal deze wereld zoals wij die in de huidige gedaante kennen, zesduizend jaar voortduren. We leven dus vrijdagmiddag. Vrijdagmiddag, vlak voor de Sjabbat, gaat alles in een Joods gezin sneller ter voorbereiding van de Sjabbat. De zes dagen van de week worden ook in millennia beleefd. Rabbi Aryeh Kaplan (20e eeuw, New York) legt uit dat wij in een sterk versnelde tijd leven. De afgelopen 150 jaar zijn wij enorm snel vooruit gegaan qua technologische ontwikkeling. We leven in een tijd dat mensen geen oorlog meer tolereren, onrecht en ongelijkheid bestrijden en al het kwaad dat vroeger als onvermijdelijk werd ervaren, proberen uit te bannen. Waarom zien wij deze plotselinge veranderingen? Het lijkt er op dat G-d langzamerhand naar de vervolmaking van de menselijke maatschappij toe werkt. Aan het einde van de dagen zal blijken dat net zoals G-d perfect is, ook het universum en de menselijke samenleving in diepste zin volmaakt is.

Eén man de hele wereld veranderen
Maar kan één man de hele wereld veranderen? Ik denk van wel. Hitler was in staat om de wereld aan de rand van de afgrond te brengen. Dan moet dit ook in positieve zin mogelijk zijn. Voor deze positieve taak heeft de Masji’ach wel hulp van Boven nodig teneinde het goede in de mensheid naar boven te halen maar hij hoeft geen onsterfelijk wezen te zijn.

Reacties zijn gesloten.