BEMIDBAR (in de woestijn). Bij telling blijken er meer dan 600.000 mannen van 20 jaar en ouder te zijn. De Levieten worden apart geteld: vanaf één maand. Het vervoer van het draagbare Heiligdom is hun taak. De stammen worden in een vierkant gelegerd rondom het Heiligdom: drie stammen per windrichting, ieder met zijn eigen banier. Zo moeten ze ook optrekken. De stam Levi wordt rondom het Heiligdom gelegerd. De stam Joseef wordt verdeeld in Efraïm en Menasjé. De rol van de eerstgeborenen wordt overgenomen door de Levieten omdat zij het gouden kalf niet hadden gediend. De Levieten worden verdeeld in de drie belangrijkste families: de Gersjonieten, de Kehatieten en de Merarieten. De draagtaken van de onderdelen van het Misjkan worden verdeeld.
Bemidbar is de 34e parsja van de Tora, de eerste van het vierde Tora-boek, Bemidbar. Parsja Bemidbar bestaat uit 30 parsjiot, afdelingen waarvan 23 open en 7 gesloten zijn, telt 159 pesoekiem, verzen, 1823 woorden, 7393 letters en is hiermee de 4 na langste parsja. Bemidbar bevat geen ge- of verboden.
Verdieping I: KOHANIEM EN LEVI’IEM ZIJN DE TOPPERS
Als we de tellingen in Numeri hoofdstuk 1 doorrekenen, stuiten we op een opmerkelijk fenomeen. De stam Ruben bestond uit 40.500 man. De stam Sjimon telde 59.300 man, Gad had 45.650 man, Jehoeda 74.600 man, Jissachar 54.400 man, Zevoeloen 57.400 man, Efraim had 40.500 man, Menasje 32.200 man, Benjamin 35.400 man, Dan 62.700 man, Asjeer 41.500 man en Naftali 53.400 man. Het totale Joodse volk telde 603.550 man tussen de 20 en 60 jaar. Niemand weet meer tot welke stam hij of zij behoort, alleen kohaniem en levieten weten dat zij afstammen uit de stam Levi. Kohaniem stammen bovendien nog af van Aharon, de broer van Mosje, de eerste koheen gadol, de Hogepriester.
In de geschiedenis hebben de kohaniem (en levieten) het het best van allen gedaan. De kohaniem begonnen met vier kohaniem – Aharon, Elazar, Itamar en Pinchas – op 603.550 volwassen mannen. Dat is ongeveer 1 op 150.000. Tegenwoordig is er geen groot minjan meer zonder koheen. Kennelijk hebben zij het stevigst standgehouden in de geschiedenis. Hetzelfde geldt voor de levi’iem. Die begonnen met 22.000 man, ongeveer 1 op 30 (eigenlijk waren er procentueel veel minder Levieten omdat zij vanaf 1 maand al meegeteld werden en de gewone Jisraeliem pas vanaf 20 jaar; grofweg was de verhouding levi’iem: jisraeliem wellicht 1:45). Tegenwoordig zijn er verhoudingsgewijs veel meer levi’iem. [ Tenzij we zeggen, dat er van de tien noordelijke Joodse stammen na de grote deportatie door de koning van Assyrie (zie haftara) niemand in Israel is achtergebleven of ooit naar Israel is teruggekeerd. Dan waren de enige overgebleven stammen Jehoeda, Benjamin, een aantal van de stam Sjimon (die verspreid onder de stammen leefden) en de Levieten en kohaniem, die in het zuiden van het Joodse land, rond Jeruzalem woonden. Dan is de huidige verhouding levieten en kohaniem aan de ene kant en de jisraeliem aan de andere kant wellicht niet zo disproportioneel ].
Hoe het ook zij, de Kohaniem (en wellicht ook de levi’iem) blijven oververtegenwoordigd. Waarschijnlijk komt dit door hun spirituele taak en hun voorrechten binnen het Joodse volk. De kohaniem vormen een onderdeel van de stam Levi. Kohaniem hadden binnen de stam Levi echter aparte taken en een hogere status gekregen. Kohaniem en levi’iem nemen in onze parsja een belangrijke plaats in: “En G’d sprak tot Mosjé: Laat de stam Levi naderen, plaats hem voor Aharon, de priester en zij zullen hem dienen” (3:6). De levi’iem kwamen in plaats van de bechoriem, de eerstgeborenen. Toen deze zondigden bij het gouden kalf werden ze afgekeurd als G’ds dienaren. De levieten, die geen afgoden hadden gediend, werden in hun plaats aangesteld.
Kohaniem en levieten hadden verschillende voorrechten. Zij mochten de Tempeldienst verrichten en kregen in ruil daarvoor heffingen en tienden van de Israëlieten.
Verdieping II: Jom Jeroesjalajiem, Bamidbar, de woestijn en Sjawoe’ot. Alles in een week. Bestaat er een relatie?
In 1947 stemden de meeste Joden, zij het met tegenzin, in met het verdelingsplan van de Volkerenbond. Beter een half ei dan een lege dop, moeten de beslissende stemmen gedacht hebben. De Arabieren kenden dit spreekwoord niet, kozen eieren voor hun geld en stemden tegen: liever een lege dop dan een half ei.
Woestijnles
Een groot deel van de Tora speelt zich af in de woestijn. Vanaf Exodus hoofdstuk 13 – Besjalach – tot het overlijden van Mosje zaten we letterlijk bemidbar, in de woestijn. Geheel tegen alle sociale gebruiken en conventies in, zijn we daar een volk geworden, buiten ons vaderland. Anders dan alle andere volkeren, die hun wet op eigen bodem ontwikkelden, kregen wij midden in een onherbergzame wildernis een wet, die in een of andere vorm door vrijwel alle beschaafde volkeren is overgenomen. Wat betekent deze woestijn-les?
Hoofd boven water
We zijn altijd in staat geweest om in woestijnen van rampspoed en ellende, die ons in de loop der eeuwen getroffen hebben, door te gaan en vol te houden. Ondanks alle tegenslagen zijn we altijd in staat geweest om ons hoofd boven water te houden. De Tora is gegeven in de woestijn . Niet in Israël omdat wij anders wellicht zouden denken dat de Tora alleen in Israël geldig zou zijn of alleen voor Israeli’s bedoeld zou zijn.
Legering rond de Tora
Het Misjkan, het reizende Heiligdom in de woestijn was een maand eerder, op 1 Nisan 2449 na de Schepping ingewijd. Nu werden de Bnee Jisra’eel weer geteld en op Hemels geinspireerde wijze stamsgewijs rond het Misjkan gelegerd om parallel te lopen met de Hemelse legers (groepen) Engelen, die ronds G’ds Troon gegroepeerd staan. Zo zijn wij alle ballingschappen doorgekomen: omdat wij ons altijd gegroepeerd hebben rond de Tora, ons transportabele vaderland, dat de essentie van het Misjkan vormde. In het Allerheiligste stond de Aron hakodesj, de Heilige Arke, waar de draagbalken niet uit gehaald mochten worden als symbool van onze constante bereidheid Hasjeem overal, waar Hij ons heen leidt, te volgen.
Nesjomme-energie
Maar er was meer symboliek, die onze tocht door de woedende baren van de geschiedenis leidde. Waar haalden we dat continue enthousiasme vandaan om maar te blijven doorgaan? Uiteraard is de uiteindelijke bron van al onze kedoesja-energie onze G’ddelijke nesjomme (ziel), die ons aards bestaan met de Hemel verbindt. En de Hemel is een onuitputtelijke energiebron. Maar is daarvoor een symbool te vinden in het doorlopend reizende Misjkan (Heiligdom)? Jazeker!
Nesjomme-vuur
Bij het ontmantelen van het Misjkan om het klaar te maken voor de reis, staat er: ”Dan nemen zij al het dienstgerei, waarmee men in het Heiligdom dienst doet, doen dit in een kleed van hemelsblauwe wol, bedekken het met een dekkleed van tachasj-vel en zetten dit op een draagbaar…Het altaar moeten ze van as zuiveren en er over heen spreiden ze een kleed van purperrode wol” (4:11-13).
Rasji (1040-1105) vraagt zich ter plekke af wat er met het Hemelse vuur gebeurde. Naast aards vuur brandde op het altaar ook een Hemels vuur. Hoe werd dat vervoerd? Rasji legt uit, dat dit Hemels vuur in de vorm van een leeuw onder een koperen stolp lag en zo het dekkleed niet verbrandde tijdens de reis van het Misjkan.
Jom Jeroesjalajiem, de enige ondeelbare hoofdstad
Tijdens onze reis door dit bittere goles is ons nesjomme-vuur, die Hemelse energievulkaan, nooit verdwenen. Onder de moeilijkste omstandigheden bleef dit branden. Overal begrepen we, dat buiten ons Heilige Land een half ei beter was dan een lege dop. Het was ook nooit meer dan een half ei, die goles-ervaring. Gelukkig konden we deze week Jom Jeroesjalajiem vieren, de enige ondeelbare hoofdstad van het Joodse land. Het halve ei groeide gestaag uit, door bitachon, emoena, blood, sweat and tears, tot een ondeelbare eenheid ad biat go’eel tsedek bimhera bejamenoe, ameen.
