Parsja Pinchas

PINCHAS (persoonsnaam): Pinchas krijgt van Hasjeem Zijn vredesverbond aangeboden, omdat hij het recht van Hasjeem heeft opgeëist door het leven te nemen van de ontuchtige Midjanietische Kozbi bat Tsoer en haar minnaar Zimri ben Saloe. Tevens beveelt G’d vijandelijkheden tegen de Midjanieten te openen, omdat ze de Joden in de (afgoden)valstrik lieten lopen. Mosjee en Elazar moeten van het volk de 20-jarigen (dienstplichtigen) en daarboven tellen. Er volgt een lange lijst met namen van families en het getal van de volwassen mannen is meer dan zeshonderdduizend. Mosjee moet het land in erfelijk bezit verdelen naar de omvang van iedere stam. De Levieten horen niet bij de getelden en krijgen geen erfelijk bezit. De vijf dochters van Tselofchad claimen land, omdat hun overleden vader geen zoon had. Hasjeem wijst hen land toe en onderwijst het erfrecht. G’d gebiedt Mosjee vanaf de berg Arawiem uit te kijken over het Beloofde Land, waarna Mosjee moet sterven. Mosjee vraagt G’d iemand aan te wijzen die het volk kan leiden. Jehosjoe’a wordt aangewezen. In het openbaar draagt Mosjee op hem zijn leiderschap over. Daarna volgen een aantal voorschriften omtrent de offerdienst.

Pinchas is de 41e parsja van de Tora, de achtste van het vierde Tora-boek, Bamidbar. Parsja Pinchas bestaat uit 35 parsjiot, afdelingen waarvan 10 open en 25 gesloten zijn, telt 168 pesoekiem, verzen, 1887 woorden, 7855 letters en is hiermee de twee na langste parsja. Pinchas bevat zes mitsvot, geboden.

VERDIEPING I:
Met een extra woord maakt Hasjeem, G’d duidelijk, dat hij wil, dat aan iedereen bekend wordt, dat Pinchas Am Jisraeel, het Joodse volk van een grote calamiteit gered heeft. De afgoderij en ontucht ging het hele volk aan. Pinchas ging frontaal in tegen de sfeer van `permissiveness’, die in ieder geval bij de stam Sjimon heerste. G’d biedt hem een `briet sjalom’ – een vredesverbond aan.
Dit vredesverbond kan op verschillende niveau’s begrepen worden:
1. Het kan bedoeld zijn als bescherming tegen de agressie van de families van de gedode man en vrouw, die het hier natuurlijk niet bij wilden laten.
2. Hoewel hij van Aharon afstamde, was Pinchas nog geen koheen en krijgt hij nu als een erfelijk geschenk de kehoena, het priesterschap aangeboden. Van hem zouden de Kohaniem gedoliem, Hogepriesters afstammen. Hij was de hoeder van de traditie.
3. Maar is dit vrede? Soms moet een leider hard optreden om de eenheid te bewaren. Het is een actuele vraag. Wat is belangrijker? Vrede of gerechtigheid? Als men te vriendelijk is voor wrede mensen, zal men op den duur te hard zijn voor de mensen, die werkelijk mededogen verdienen. Soms moet men werkelijk leiderschap durven tonen.
Maar Pinchas oogste weinig bijval. Met zijn daad kreeg hij een lading van kritiek over zich heen. “G’d sprak tot Mosjé als volgt: “Pinchas, zoon van Elazar, de zoon van Aharon, de priester heeft Mijn woede afgewend van de kinderen Israëls doordat hij Mijn ijverzucht heeft uitgeoefend in hun midden” (25:10-11).
Rasjie legt de noodzaak om de afstamming van Pinchas nogmaals te herhalen uit: ‘Omdat de stammen hem minachten en zeiden: “Hebben jullie Ben Poeti gezien? De vader van zijn moeder heeft nog kalveren vetgemest voor de afgoden en toch heeft hij een stamvorst – Zimri ben Saloe – gedood!” Daarom vermeldt de Tora zijn afstamming van Aharon.’

Opnieuw afstamming vermeld
Men sprak kwaad over Pinchas vanwege het feit dat de vader van Pinchas, Elazar, getrouwd was met een dochter van Poetieel (Jitro, de schoonvader van Mosjé) die ooit eens afgodendienaar was. Ze waren kwaad, dat hij de euvele moed had gehad om een stamvorst van Sjimon te doden.
Iets eerder (25:7) wordt de afstammeling van Pinchas reeds vermeld. Waarom gebeurt dat hier, aan het begin van Parsja Pinchas, opnieuw? Rasjie leidt hieruit af, dat Pinchas op zijn afstamming werd ‘afgerekend’. Men meende dat hij niet het recht had om in te grijpen in het overspel van Zimri ben Saloe, omdat hij zelf afstamde van Jitro, die alle afgoden gediend had. Daarom benadrukt de Tora juist, dat hij afstamde van Aharon, de hogepriester.

Waarom aanmerkingen tegen Pinchas?
Alle mensen, die getuigen waren van de daad van Zimri en de reactie van Pinchas, schaamden zich. Ze probeerden de eer van het Joodse volk en van Mosjé te verdedigen. Zimri pleegde overspel voor de ogen van Mosjé en de hele gemeenschap van Israël. Van al deze mensen had alleen Pinchas het ‘lef’ om hier tegen te ageren. De andere mensen kenden de voorschriften in deze even goed als Pinchas. Toch traden ze niet op. Daarom probeerden zij de zuiverheid van zijn motieven in twijfel te trekken. Zij probeerden hem te beschuldigen van wreedheid, een eigenschap, die hij geërfd zou hebben van zijn grootvader Jitro. Daarom zou hij zo ijverzuchtig zijn opgetreden en Zimri hebben gedood.

Vetmesten
Om deze reden wordt ook de praktijk van Jitro om kalveren vet te mesten voor de afgodendienst vermeld. Het is erg wreed om een dier goed te eten te geven en de schijn te wekken voor zijn bestwil bezig te zijn enkel en alleen om hem uiteindelijk te slachten. Zo probeerden de Israëlieten hun geweten te sussen: “Pinchas was gemotiveerd door wreedheid en niet alleen door zijn geweten. Wij waren niet zo wreed en daarom zijn we niet opgetreden.” Om deze reden werden ook alle stammen bij de kritiek op Pinchas betrokken, want het betrof hen allemaal.

Pinchas’ motieven
Daarom herhaalt de Tora de genealogie van Pinchas. Pinchas was volgens de Tora de kleinzoon van Aharon en niet zozeer de kleinzoon Jitro. Hij werd niet gedreven door wreedheid, maar slechts door religieuze ijverzucht. Aharons karakter was vredelievend. Hij ‘rende de vrede achterna’ en zorgde voor Sjalom tussen voormalige vijanden en man en vrouw.
Daarom is het hem ook gelukt om G’ds woede af te wenden van de kinderen Israëls. Aan zijn ijverzucht lag een diepgaande bezorgdheid ten grondslag, niet alleen over de relatie tussen mens en medemens, maar ook over de goede verstandhouding tussen G’d en het Joodse volk. Dit was zijn ware beweegreden voor zijn ijverzuchtige daad.
Niet meteen oordelen
Uit de episode van Pinchas en de reactie van de stammen kunnen we veel opsteken voor het dagelijkse leven. Heel vaak zien we mensen ‘vrome’ daden verrichten waarbij wij vraagtekens zetten omdat wij de zuiverheid van hun motieven betwijfelen. Dit zegt meestal meer over onze eigen gevoelens dan over de werkelijke intenties van degene, die wij observeren.
De Ba’al Sjem Tov (18e eeuw) stelt dat men “eigen gebreken niet moet toeschrijven aan anderen”. Dit is een vorm van projectie. Wanneer men iemand anders iets ziet doen, projecteert men de eigen gevoelens op de daad van de ander. In feite zegt de kritiek op de ander meer over de criticus dan over de bekritiseerde. Een belangrijke les voor het dagelijkse leven (gebaseerd op een uitleg van Rabbi M.M. Schneursohn).

VERDIEPING II: `Hasjeem zei tegen Mosje: ‘Behandel de Midjanieten als jullie vijanden en versla hen’ (25:16).
Er waren 2 dingen misgegaan:
1. Peor, die afgodendienst symboliseert;
2. Kozbi, die ontucht symboliseert.
In de pasoek (vers) staan de woorden `Behandel de Midjanieten als jullie vijanden’ in een gebiedende wijs in een infinitief-vorm (makor), hetgeen duidt op een eeuwigdurende houding van afkeer. De woorden `versla hen’ staan in een gewone gebiedende wijs, dat een eenmalige daad aangeeft.
De eenmalige aanval op Midjan gebeurde om de vele doden door de verradelijke verleiding van Midjan te vergelden. Maar de eeuwigdurende houding van afkeer van Midjan is moeilijk te begrijpen.

Waar het om gaat is dat de roeping van het Joodse volk is om een heilig volk te zijn en een koninkrijk van kohaniem, priesters te worden. Dat verdraagt zich niet met promiscuiteit en afgoderij. Een zuivere sexuele moraal en een oprechte hechting aan het Opperwezen zijn de idealen van het Jodendom. Onze helden zijn de hero’s van de geest.
Midjan en Moav waren er op uit – in het kielzog van Bileams spirituele vernietigingsdrang – om Am Jisraeel te vergiftigen met een geest van lust en passie voor de lagere driften, ongebreidelde sexualiteit en verdinglijking van de Oneindige Eeuwigheid Een Sof door stompzinnige aanbidding van beeldjes van het laagste allooi. Peor was annale afgoderij. Tempelprostitutie vierde hoogtij. Mosje Modaal leek hier niet tegen bestand. 24.000 doden waren het gevolg en eigenlijk stierven er nog veel meer mensen.

`Behandel de Midjanieten als jullie vijanden’ in continue afkeer, is in iedere generatie weer even actueel. Ons wordt geboden om constant alert te zijn tegen deze geest van vunzigheid. Wij moeten beseffen, dat wij hier niet beter of wijzer van worden. Vallen voor verleiding dunt onze gelederen continu uit. Vandaar dat we altijd op onze hoede moeten zijn.

Reacties zijn gesloten.