Tentoonstelling Joods leven in Harlingen

In Harlingen is in het Hannemahuis nog tot 16 september een bescheiden tentoonstelling te zien over het Joodse leven in deze Friese stad. De tentoonstelling kwam tot stand naar aanleiding van de plaatsing op 20 augustus van de eerste struikelstenen in Harlingen door de Duitse kunstenaar Günter Demnig bij de woonadressen van de familie Hes (leraar van de Joodse Gemeente en de chazzan in de sjoel aan de Raamstraat) en de familie Boas. De stenen zijn geplaatst op initiatief van de oud-Harlingse Vrony Koopmans (81) die in haar jeugd speelde met de kinderen van winkelier Speijer. De vereniging Oud Harlingen en het Centraal Comité 1945 hebben het project uitgevoerd. Op 20 augustus 1942 werden de eerste Joden uit Harlingen weggevoerd.

‘Joods leven in Harlingen’ is in drie delen onderverdeeld: een historisch overzicht van de Joodse Gemeente in Harlingen; herinneringen aan de Joden in Harlingen, hoe ze leefden, hun woningen en winkels; anti-Joodse maatregelen en deportatie.

Bij de tentoonstelling is ook een boekje verschenen met archiefmateriaal en herinneringen die oud-Harlingers hebben aan het voor-oorlogse Joodse leven. De uitgave ‘Over Ieske van Nico van Pietsje van Sakkie en al de anderen’ is verkrijgbaar bij het Hannemahuis.

De oudste stukken in de tentoonstelling zijn het Burgerboek 1683-1806 met de inschrijving van de eerste Jood in Harlingen op 27 juli 1686, Jacob Benjamins Arons afkomstig uit Duitsland, en het Register van naamsaanneming uit 1811 met Joodse Harlingers als Salomon Gomperts Messel, Benjamin Gomperts van Gelderen en Benjamin Hartog Cohen.

Aan het einde van de zeventiende eeuw vestigden de eerste joden zich in Harlingen. In de loop van de achttiende eeuw groeide het aantal Joden dat het poorterschap verwierf tot rond de twintig. Zij waren afkomstig uit alle windstreken, de meesten van hen waren werkzaam als handelaar, straatventer en ritueel slachter.
Al in de jaren zestig van de achttiende eeuw was er sprake van een georganiseerde Joodse Gemeente, waarbinnen gezamenlijke godsdienstoefeningen werden gehouden.

Foto’s, voorwerpen en bewegend beeld herinneren aan het Joodse leven in Harlingen tussen 1900 en 1943 zoals Dina Boas-Pais (1892-1942) en Gabriel Boas (1879-1942) arm in arm op de Grote Ossenmarkt, Levie Pais en zijn familie voor hun groente- en fruitwinkel op Kleine Bredeplaats 16 en de kledingzaak van Speijer op de Heiligeweg. De in het voorjaar van 2004 onthulde muurschildering met daarop de naam De Gunst E.A. Speijer Heerenkleding herinnert nog aan de kledingzaak die er ooit was. Voor de winkel liggen nu door toedoen van mevrouw Koopmans ook Stolpersteine.

Tijdens de bezetting zijn in de loop van 1942 en 1943 alle joodse inwoners van Harlingen gedeporteerd en vermoord. De synagoge werd getroffen tijdens een bombardement. De Torarollen en de rituele voorwerpen, die reeds verstopt waren, zijn onbeschadigd gebleven en na de oorlog overgebracht naar Israël. In de Raamstraat, op de plek waar eens de synagoge stond, is een gedenkteken aan gebracht.

De expositie toont ook een aantal dicht met potlood beschreven briefkaarten die de Harlingse Rosalie Leijdesdorff-Vos in april 1943 vanuit Westerbork verstuurde, vlak voordat zij op 30 april 1943 in Sobibor werd omgebracht. Ook een briefkaart geschreven in 1942 in Westerbork door Rachel Pais (Harlingen 1891, vermoord Auschwitz 23-11-1942) is bewaard gebleven.

Reacties zijn gesloten.