Bestuurders Joodse Gemeente Arnhem koninklijk onderscheiden

Afgelopen zondag werd herdacht dat de sjoel in Arnhem 160 jaar bestaat. Bij de bijzondere sjoeldienst waren onder meer aanwezig: ambassadeur Divon van Israël, opperrabbijn Jacobs, rabbijnen S. Evers, E. Philipson en Stiefel, Centrale Commissie-voorzitter Rob Heijmans, PC-lid Peter Luzac, het IPOR-bestuur en bestuurders van omliggende kehillot, alsook “oud-Arnhemmers”, tal van genodigden en natuurlijk de leden van de NIHS Arnhem. Burgemeester Pauline Krikke verraste de drie bestuursleden van de NIHS Arnhem met de uitreiking van een koninklijke onderscheiding voor hun inzet ten bate van de Joodse Gemeente. Met een persoonlijke woord voor ieder van, reikte burgemeester Krikke de onderscheidingen uit aan de heren David Stegers, Leo Vosdingh en De Meijers.

Daar aan voorafgaand sprak opperrabbijn Jacobs. Daarbij zei hij onder meer, beginnend met een citaat uit de Talmoed, Sanherin:

Rabbi Jitschak de smid heeft gezegd: de overheersing van Sancherib was teniet gedaan door de olie van koning Chezkia die gebruikt werd om de sjoels en de leerhuizen te verlichten (Sanhedrin).

Het is niet eenvoudig om een kehilla als Arnhem overeind te houden, dat is geen sinecure. Sjoeldiensten, sjioerim, pastorale zorg, bijeenkomsten, representatie, contacten met lokale overheid, lewajot. Geen ingehuurde professionals, geen secretariële betaalde ondersteuning: alles wordt door gedreven bestuurders en bezielde leden geregeld en uitgevoerd. Gelijk de overheersing van Sancherib werd gebroken door het licht dat door Chezkia werd aangestoken in sjoel, zo ook mag de Joodse Gemeente Arnhem zich gelukkig prijzen met een ploeg vrijwilligers die er steeds weer zorg voor draagt dat het licht in sjoel blijft branden. Koning Chezkia bracht olie naar sjoel, zo wordt ons overgeleverd. Waarom staat er niet gewoon dat hij de verlichting verzorgde? Wat doet het er toe of het licht uit olie afkomstig was of van iets anders? Uiteindelijk gaat het toch om het eindproduct, het licht?

Om olie te verkrijgen moeten olijven worden uitgeperst, moet er gezwoegd worden, keihard gewerkt.

De Arnhemse meisjes, en jongens, houden de kehilla draaiende vanuit een elkaar respecterende eenheid, ze brengen licht naar sjoel, maar moeten er wel hard voor werken. Een lichtend voorbeeld vormen zij voor vele andere kehillot, ook voor Gemeenten die qua ledental veel groter zijn.

 

 

Reacties zijn gesloten.