In Haarlem is een monument onthuld ter nagedachtenis van de in de oorlogsjaren omgebrachte Joodse inwoners. Op het monument staan de 715 naam voor naam genoemd, begeleid door de woorden uit het boek Eecha (Klaagliederen) Al ele anie bochiya – over de huil ik. De burgemeester, oudere en jongere aanwezigen lazen de namen en leeftijden van de op het monument vermelde personen voor.
Voorafgaand aan de onthulling spraken burgemeester Bernd Scheinders, opperrabbijn Jacobs en rabbijn Spiero van de Joodse Gemeente Noord-Holland NoordWest. Namens het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap was Centrale Commissie-voorzitter Rob Heijmans bij de onthulling aanwezig.
Ruim tien jaar is er door de Stichting Joods Monument Haarlem gewerkt aan het verkrijgen van draagvlak en aan de realisatie van een gedenkteken voor de weggevoerde en omgebrachte Haarlemmers.
Burgemeester Schneider zei: “Toen ik hier zes jaar geleden burgemeester werd, verbaasde mij het dat er nog geen Joods monument was in Haarlem. Ik hoop dat nu dan iets van wat de Haarlemse Joodse gemeenschap in de oorlogsjaren is aangedaan, kan worden weggenomen.”
“Het monument is geen eind, maar een begin van educatie over de Tweede Wereldoorlog. Met als les hoezeer mensen erg makkelijk kunnen veranderen van mensen in onmensen.” Ook ging hij op de recente vernielingen door ‘feestvierende’ jongeren in het Groningse Haren. Baldadigheid? Duitsland begon ook heel onschuldig met de Hitler Jugend.”
Hij noemde zich intolerant, n.l. voor groeperingen en meningen die anderen niet tolereren en geen ruimte geven.
Rabbijn Spiero schetste de opeenvolgende gebeurtenissen in Haarlem in de oorlogsjaren. Van de inval door de Duitsers, de eerste anti-joodse maatregelen, de vergeldingsexecutie van een aantal prominente Haarlemmers waaronder opperrabbijn Philip Frank en de leidinggevende figuren H.O. Drilsma en B.J. Chapon, bestuursvoorzitter van de Joodse Gemeente en voormalig Gemeenteraadslid in zijn woonplaats Heemstede, tot en met de uiteindelijke deoportatiers van de haarlemmer joden. Rabbijn Spiero bracht dank aan de gemeenteraad voor het feit dat twee straten in het hart van de stad zijn genoemd naar de langjarige Haarlemse rabbijn S.Ph. de Vries en naar de in 1937 benoemde opperrabbijn Frank, daar waar de grote sjoel van Haarlem ooit stond.
Een van de aanwezigen liet na afloop blijken zeer onder de indruk te zijn: “Vanmiddag waren mijn vrouw en ik aanwezig bij de onthulling van het Joods Monument. Ik stel er prijs op om u te laten weten dat wij deze gebeurtenis niet hadden willen missen. Het was allemaal zeer aangrijpend: de toespraak van beide rabbijnen, het joodse gebed en in het bijzonder het oplezen van de namen van de weggevoerde en vermoorde Joden en bovenal het uitdrukkelijk noemen van de leeftijd van overlijden. De muziek was zeer passend. Deze uren blijven ons lang bij!
Het was ook goed om te zien dat er jongeren, zelfs in de kinderleeftijd, bij waren. Ik hoop dat de aangebrachte beplanting een levende omlijsting gaat vormen van deze gedenkplaats.”
Een impressie van de bijeenkomst is HIER te zien.
De locatie van het monument is aan het Philip Frankplein, waarbij gebruik is gemaakt van de muur van het daar recent geplaatste transformatorhuis. Deze plek is welgekozen. Waar nu de Toneelschuur staat, stond vroeger de oude synagoge, het hart van vooroorlogs joods Haarlem. De Wijde Appelaarsteeg komt uit op een pleintje, het Philip Frankplein, dat vernoemd is naar opperrabbijn Philip Frank. In de buurt staat een aantal belangrijke openbare gebouwen: de Philharmonie, het gerechtshof, de Toneelschuur en het Teyler museum.

