Begin december speelde op Europees niveau dat de Raad van Ministers van de Europese Unie een verklaring zouden uitgeven (hetgeen ook uiteindelijk is gebeurd) over het vastgelopen vredesproces waarin onder meer de status van Jeruzalem aan de orde zou komen. Op initiatief van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft het CJO een brief aan de minister van Buitenlandse Zaken geschreven.
Het CJO schreef ondermeer: “Met de Europese ministers is het Centraal Joods Overleg van mening dat het vredesproces zo spoedig mogelijk moet worden hervat en wij hopen dat de EU hieraan kan bijdragen. Wij zijn evenwel bijzonder bezorgd over wat er in de verklaring zou staan over Jeruzalem. Jeruzalem, en vooral de oude stad met de Westelijke muur, is altijd het centrum geweest van het Joods-religieuze leven. Zover ons bekend heeft de internationale gemeenschap nooit ‘West-Jeruzalem’ erkend als hoofdstad van Israel. Om nu plotseling ‘Oost-Jeruzalem’ als Palestijnse hoofdstad te erkennen, zou een radicale wijziging van het Europees beleid betekenen en ingaan tegen de diepgaande gevoelens van het Joodse volk voor die stad.”
Het Centraal Joods Overleg besloot haar brief met de woorden:
“Wij hopen en vertrouwen erop dat u de zienswijze van de georganiseerde Joodse gemeenschap in Nederland in uw aanstaande gesprekken met uw Europese collega’s zult laten meewegen.”
