120 Jaar Gerrit van der Veenstraatsjoel

De Gerrit bestaat 120 jaar, eigenlijk al 122 jaar. De viering vond afgelopen week plaats, tijdens Chanoeka. Dat de viering van het jubileum werd uitgesteld hangt samen met de grote veranderingen die de Amsterdamse verenigingssynagoge de afgelopen paar jaar onderging.

De sjoel aan de Gerrit van der Veenstraat werd ingrijpend verbouwd, uitgebouwd en onderging ook een gedeeltelijke functiewijziging. De bovendiepingen bieden nu ruimte aan het joods studentenhuis ShMokum, compleet met mensa. De begane grond werd uitgebouwd zodat nu de dames en heren op het zelfde niveau zitten en de dames de dienst dichter bij de Aron Kodesj veel beter kunnen volgen.

Tijdens een sfeervolle se’oeda werd teruggeblikt op de voorbije jaren. Dit gebeurde onder meer door rabbijn R. Evers die, sinds meer dan twintig jaar de geestelijk leider van De Gerrit of tewel Kehillas Yacov is.
“Grote dank en blijdschap omdat wij de meio ve’esriem hebben mogen halen”,  zo sprak rabbijn Evers in de geheel gevulde sjoelruimte. “Mea we’esriem – mea ke’esriem – het symboliseert vernieuwing en verjonging. Daar zijn wij nu mee bezig!” Daarmee verwijzend naar de jongeren die de fakkel van De Gerrit overnemen en jonge bewoners boven de sjoel.

Kehillas Jacov 120 jaar diner

 

Respect en liefde
Ruime aandacht schonk rabbijn Evers aan de jarenlange nestor van Kehilas Yaakov. “Over hem spreken werkelijk alle oud-leerlingen met veel respect en liefde. Mijnheer Mundstuck bij wie een hele generatie Amsterdamse Jidden nog  geleerd hebben.”

Veel is er geschreven over de geschiedenis van dit Oost Jiddisje sjtiebel, halou heim kesoewiem beseifer diwrei hajomiem – staat dit  niet beschreven in de geschiedenisboeken van het Nederlandse Jodendom? Nou nee, want dit was geen Nederlands Jodendom althans niet in eerste  aanleg! Maar gaandeweg zijn onze notabelen ook volledig geïntegreerd  in de Nederlands Joodse samenleving. Een typisch voorbeeld hiervan was  een van onze oud-gabboiem, die voorzitter werd van de NIHS, de Joodse Gemeente Amsterdam.

Mijn dierbaarste gevoelens gaan natuurlijk naar de vele mensen, die  ons minjan ook vandaag nog in stand houden en door hun aanwezigheid  luister bijzetten aan het grote geheel van davvenen en lernen, onze  twee taken op aarde, waarbij HKB”H centraal staat. Weet dat zij het  zijn die de fakkel vandaag de dag nog brandende houden !!

Vervolgens ging rabbijn Evers in op het Chanoeka-feest en het aansteken van de Chanoekia.

Wij steken aan op straat om onszelf en anderen eraan te herinneren,  dat het licht van de Tora ons alles geschonken heeft om ons te meten  met hetgeen de buitenwereld te bieden heeft.
Wij steken elke avond een lichtje meer aan omdat wij kunnen toevoegen  aan de wereld om ons heen. En wij steken na nacht aan omdat de grote geestelijke duisternis om  ons heen almaar groter wordt.
Wij hebben de Tora en met dat licht smelten alle duistere krachten als  sneeuw voor de zon,  omein wechein jehi rotsoun!

Leidseplein
Kehillas Jacov 120 jaar Chanoekia LeidsepleinEnkele dagen later was het groot feest op het hoofdstedelijke Leidseplein, waar Kehillas Yacov de Chanoekia ontstak temidden van het uitgaangspubliek. Daar, op de hoek van Leidseplein en Leidestraat, hield rabbijn Evers bij de Chanoekia een toespraak over het belang van de Joodse aanwezigheid in de lichtstad Amsterdam. Daarna kwamen verschillende prominente Amsterdammers naar voren om de Chanoeka-kandelaar aan te steken. Het Chanoeka-verhaal werd voorgelezen door Noel Goldstoff, ook haar familie is betrokken bij de gerrit-sjoel.

Tientallen chewresjoels
Kehillas Yacov werd opgericht door Oost-Europese immigranten die rond de vorige eeuwwisseling hun heil in het westen zochten. Amsterdam telde tot de oorlog tientallen zgn. chewre- of vereniginssjoels. Daarvan zijn er na de oorlog nog slechts drie overgebleven: Tesjoe’at Israel – Hulpe Israels in de Pijp, Nidche Jisrael Jechannes – de Russische sjoel in de oostelijke binnenstad en Kehillas Yacov dat eerst in de Swammerdamstraat was gevestigd en begin jaren ’70 naar een woonhuis verhuisde in de Gerrit van der Veenstraat in Amsterdam Zuid. Als enige dagelijks functionerende Oost-Europese sjoel wordt het ook wel aangeduid als ‘de Shtiebel’.

Reacties zijn gesloten.