Beth Shalom gefuseerd met Cordaan. Ouderenzorg constant aandachtspunt binnen Jodendom.

Bij de bijeenkomst er gelegenheid van het feit dat sinds 1 januari het Joodse zorgcentrum Beth Shalom over is gegaan naar Cordaan, sprak onder meer rabbijn R. Evers, rabbijn van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.

Allereerst stond rabbijn Evers stil bij alle resultaten die geboekt zijn – voor en achter de schermen – voor de samenwerking tussen Cordaan en Beth Shalom.

Moge dit tot in lengte van dagen in goede verstandhouding vruchtbaar zijn en bijdragen van ieders geluk – uiteraard staan de bewoners van Beth Shalom hierbij voorop.

Vervolgens ging rabbijn Evers in op een Joodse kijk op ouderenzorg, en verbond dit met de parasja van deze week waarin de Tien Uitspraken, de Asseret Hadibrot (Tien Geboden) worden gelezen.

R Evers Zorg voor ouderen is een constant aandachtspunt binnen het Jodendom. De vraag is waar dit vandaan komt.

Het moge geen toeval heten, dat wij deze zorg aanstaande sjabbat uit de Tora voorlezen: “Kabeed et aviecha we’et imecha – eer uw vader en uw moeder”! Eerbied voor ouders en ouderen is een moeilijk, ouderwets en in wezen nauwelijks bespreekbaar onderwerp.

Moeilijk omdat het een emotioneel onderwerp is, ouderwets omdat onze maatschappij voornamelijk gericht is op jeugd, kracht en toekomst en nauwelijks bespreekbaar omdat de wereld om ons heen in een vacuüm rond zin, betekenis en waarden leeft.

Eerbied voor ouders – en zeker het respect voor onze eerste generatie, die zo ontzettend veel heeft moeten meemaken in die zwartste bladzij uit onze geschiedenis – is bij uitstek een normatief begrip, dat door de normenvrije wetenschapsbeoefening noodzakelijkerwijs verwaarloosd werd en langzaam in de vergetelheid raakte.

De voortschrijdende rationalisering van het leven laat weinig ruimte voor aandacht voor de oudere generatie: onze economie-geconcentreerde, prestatiegerichte opvoeding laat weinig heel van de praktische beleving van dit vijfde gebod dat niet in termen van het Bruto Nationaal Product kan worden uitgedrukt.

Toch raakt eerbied voor ouders de fundamenten van onze religie. Het confronteert ons met de boodschap van het verleden, de zin van onze traditie voor de toekomst. Veel van de educatieve problemen, waarvoor vele jonge ouders zich tegenwoordig gesteld zien, wortelen in een onjuiste interpretatie van dit gebod.

De wederzijdse verantwoordelijkheid tussen ouders en kinderen – samengevat in de hechte familieband, die het Jodendom in de loop der eeuwen kenmerkte – heeft altijd centraal gestaan in de Joodse ethiek. Het feit, dat dit opgenomen staat in de Tien Geboden getuigt van het eminente belang hiervan.

De strategische positie binnen de Tien Geboden is opmerkelijk. Het vijfde gebod vormt de overgang tussen de eerste vier geboden, die de relatie tussen God en mens regelen en de laatste vijf geboden, die de intermenselijke relaties beheersen.

De traditie leert ons, dat de eerste vijf geboden en de laatste vijf op aparte Tafelen beschreven stonden. Daarmee gaven de Wijzen aan, dat de Tien geboden twee verschillende systemen bevatten.

Eerbied voor ouders – Kibboed Aw waEem – werd opgenomen in de eerste categorie. Dit is op het eerste gezicht onbegrijpelijk.

Kibboed Aw waEem regelt bij uitstek een relatie tussen mensen; Kibboed Aw waEem overbrugt de generatiekloof, een aangelegenheid, die weinig verband houdt met de invulling van de relatie tot God.

Abarbanel (15e eeuw) geeft het verband aan tussen de ouderlijke autoriteit en de aanhankelijkheid aan de traditie: `Kibboed Aw waEem is bedoeld om het aanzien van de Joodse traditie, die de ouders zich hebben eigengemaakt, te verhogen zodat de kinderen erin zullen geloven en erop zullen vertrouwen.

En daarom bevindt Kibboed Aw waEem zich binnen het kader van de eerste vijf geboden, die de relatie tussen mens en God regelen’.

Respect voor de ouders, de primaire overdragers van het Jodendom, versterkt het respect voor de traditie, die zij uitdragen. Uiteindelijk wekt het een sfeer van gehechtheid aan de autoriteit van de traditie op.

Kibboed Aw waEem vormt de bron voor generalisatie van een houding, die nodig is voor het behoud van de traditie. De vijftiende eeuwse filosoof Rabbi Josef Albo voegt hier verder aan toe, dat deze grondhouding noodzakelijk is voor het in stand houden van alle traditionele religies.

Het is een universele waarheid: een cultuur moet worden overgedragen en dit is alleen mogelijk als respect en eerbied een brug slaat tussen de generaties.

Het is een delen van waarden, het samenbeleven van een `Weltanschauung’, die de jongere generatie niet uit zichzelf kan genereren. De samenloop in onze moderne maatschappij van het verwerpen van de ouderlijke autoriteit en het ontstaan van allerlei nieuwe cultuurvormen is zeker niet toevallig.

Ik wens alle bewoners, bestuurders en medewerkers een mooie en stabiele toekomst toe binnen de kaderen van onze Joodse Gemeente, Ameen!

 

Reacties zijn gesloten.