Kamermeerderheid voor intensieve handelscontacten met Israel

Handel drijven met Israël is prima, en het kabinet moet dat ook duidelijk uitstralen. Dat is de kern van de motie-Van der Staaij (SGP) die gisteren door de Tweede Kamer is aangenomen. Een belangrijk signaal na de commotie rond PGGM, Vitens en Royal Haskoning die hun economische activiteiten in Israel of met Israelische bedrijven staakten of terugschroefden.

Met het aannemen van de motie-Van der Staaij is nu uitgesproken dat economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israëlische bedrijven en instellingen prima is. De SGP/CU-motie kreeg de steun van VVD, PvdA, CDA en PVV. Tegen de motie stemden de overige partijen: D66, GroenLinks, SP, PvdD en de ouderenpartij.

Ook in de lokale politiek is het onderwerp aan de orde gekomen. De gemeente Zeist is aandeelhouder in het waterbedrijf Vitens. In de aandeelhoudersvergadering van Vitens gaat de gemeente Zeist vragen om met bedrijven in Israël net zo om te gaan als met bedrijven in andere landen. Een daartoe strekkende motie werd aangenomen met de stemmen van PvdA, CDA, VVD, indiener CU/SGP en Seyst.Nu voor. Tegen stemden SP, GroenLinks, D66 en NDZ.

Aanleiding om de motie in te dienen was de beslissing van waterbedrijf Vitens om de samenwerking met het Israëlische waterbedrijf Mekorot stop te zetten, terwijl de samenwerking met het bedrijf CMWU, in handen van Hamas, wordt voortgezet. Volgens de indiener van de motie Pieter van Ojen (CU/SGP) is Vitens daarmee niet meer neutraal. Bovendien zou Vitens het besluit hebben genomen op discutabele gronden: een betwist rapport van de Verenigde Naties en een verkeerd begrepen advies van het Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De tekst van de in de Tweede Kamer aangenomen motie:

overwegende, dat het kabinet heeft aangegeven een verklaard tegenstander te zijn van boycots van Israëlische bedrijven en instellingen;

overwegende, dat diverse Nederlandse bedrijven hun samenwerking met Israëlische bedrijven hebben beëindigd en dit in strijd met het Nederlandse beleid kan leiden tot een sfeer waarin het zakendoen met Israëlische bedrijven en instellingen verdacht is;

voorts overwegende, dat economische samenwerking vrede, veiligheid en stabiliteit in de betreffende regio bevordert;

verzoekt de regering om op zichtbare en overtuigende wijze duidelijk te maken dat zij economische relaties en samenwerking tussen Nederlandse en Israelische bedrijven en instellingen aanmoedigt

en gaat over tot de orde van de dag.

Reacties zijn gesloten.