De Joodse Gemeente Almere heeft een nieuw bestuur. De eerste stap van het nieuwe bestuur is te komen tot een beleidsplan voor een nieuwe toekomst nadat de kehilla de afgelopen twaalf maanden te maken heeft gekregen met forse maar onontkoombare ingrepen.
Sinds de oprichting heeft de Joodse Gemeente Almere meer dan enige andere kehilla financiële steun gekregen van de besturen van het IPOR en het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. Via het IPOR beschikte de Joodse Gemeente Almere meer dan vijftien jaar lang over een eigen rabbijn voor twee dagen in de week. De kosten werden niet door Almere gedragen.
Daarnaast betaalde het NIK rechtstreeks de huur voor de bedrijfsruimte waar de sjoel was gevestigd. In 2012 is door het NIK aan het toenmalige bestuur van de Joodse Gemeente Almere aangekondigd dat deze 100 procent huursubsidie zou worden afgebouwd tot nul. Terugkijkend is er door het NIK in de afgelopen jaren meer dan 300.000 euro aan huur betaald. Met de bijdrage van het IPOR is er in de ruim vijftien jaar in totaal meer dan 800.000 euro naar Almere gegaan.
De start van de financieringen door NIK en IPOR is gebaseerd op twee overwegingen:
- Almere beschikte uit de aard van het feit dat het een gloednieuwe kehilla is, niet over enige vorm van liggende gelden. Er was geen kapitaal of enige andere vorm van beschikbare middelen waaruit de kosten konden worden betaald.
- De verwachting was dat het ledental zou groeien, en dat er daardoor ook een groei zou zijn aan inkomsten. Die verwachting, zo moet na ruim vijftien jaar worden vastgesteld, is niet uitgekomen. In tegendeel, er zijn nu minder leden dan pakweg tien jaar geleden.
De Centrale Commissie deelde in de begrotingsvergadering de opvatting dat het niet langer verantwoord is, voort te gaan zonder uitzicht op daadwerkelijke verbetering van de eigen vermogenspositie van Almere. Niet verantwoord ten opzichte van de eigen NIK-portemonnee, maar ook niet naar de andere Joodse Gemeenten waarvan wordt verwacht dat zij hun broek zelf ophouden.
De consequentie is dat het NIK heeft besloten niet langer de huur te betalen en dat het IPOR heeft besloten niet langer de rabbijn-kosten te betalen. De rabbijn heeft aangekondigd in Almere te blijven wonen. Het bestuur van de Joodse Gemeente onderzoekt in het nieuwe beleidsplan hoe het zelf voor een beperkt aantal uren zijn diensten kan gaan betalen. Voor de plaats van de sjoeldiensten wordt een alternatieve oplossing gezocht.
Bij de uitwerking van het beleidsplan biedt het NIK ondersteuning en het bestuur van het NIK heeft incidentele financiële hulp toegezegd.

