Hoge Raad legt veroordeling op wegens antisemitisme

Een veroordeling wegens antisemitisme is ook in hoogste instantie uitgesproken jegens een man die in grote hoeveelheden e-mails had verstuurd met een antisemitische inhoud. De Hoge Raad laat de veroordeling door het Gerechtshof wegens het op grote schaal versturen van antisemitische e-mails in stand.

Het hof veroordeelde de verdachte onder meer tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 100 uur voor het in 2011 versturen van antisemitische e-mails aan het CIDI, ministers, Kamerleden, lokale politici en redacties van kranten en omroepen.

In de diverse e-mails schreef de veroordeelde onder meer:

“opdat jullie de joden duidelijk kunnen maken dat er geen plaats is in onze christelijke samenleving voor criminele misdadigers”

“verdom de joden en schop ze het land uit”

“waarom heb ik deze beelden niet op de tv in Nederland gezien??????????????????? omdat het jodentuig onze media beheerst!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! !!!!!!!!!!!! het wordt tijd dat wij Nederlanders van christus geboren erkennen een fout gemaakt te hebben toen wij onze samenleving open hebben gesteld voor die achterbakse, drammerige joden (..)”

“WORDT WAKKER EN SCHOP DE JODEN DIE ONS SCHULD AANPRATEN HET LAND UIT EN SLOOP ALLE INSTITUTEN DIE DIT SCHULDGEVOEL CULTIVEREN. ANNE FUCK HUIS, WESTERBORK FUCK, JOODS HISTORISCH FUCK ETC..ETC”

“DEPROGRAMMEER JEZELF EN KOOP NIET MEER BIJ DE JODEN, BESPUUG ZE EN LAAT ZE WETEN DAT WIJ VIES ZIJN VAN DE JODEN.”

Vaststaat dat de afzender van de e-mails van dergelijke uitlatingen een gewoonte heeft gemaakt. De afzender zei voor de rechter dat hij wilde provoceren en een maatschappelijk debat uitlokken, ‘omdat de Holocaust wordt gebruikt om kritiek af te wimpelen en omdat de verhouding tussen het beledigen van moslims en het beledigen van joden totaal zoek is’. Hetgeen hij heeft geschreven moet – aldus de verdachte – in deze context worden gezien.

Het Gerechtshof oordeelde dat de tekst van de uitlatingen ‘op zichzelf beschouwd beledigend zijn voor joodse mensen. De uitlatingen stellen joodse mensen immers in een ongunstig daglicht en treffen hen als groep’.
Deze uitlatingen droegen niet bij aan een maatschappelijk debat, een geloofsopvatting of een artistieke expressie. En doordat de verdachte zijn berichten stuurde naar publieke figuren concludeerde het hof dat het zijn opzet was dat de inhoud van de berichten bij het publiek bekend zou worden.

Over die laatste grond voor veroordeling klaagt de verdachte in cassatie. De Hoge Raad stelt vast dat het hof op juiste gronden tot deze veroordeling is gekomen. Het hof kon ervan uitgaan dat het de bedoeling van de verdachte was dat de berichten buiten de groep geadresseerden bekend zouden worden, nu deze berichten ongevraagd waren toegestuurd aan een groot aantal personen uit de politiek en de media, ze geen vertrouwelijk karakter hadden en ze gelet op de publieke functies van geadresseerden ook makkelijk buiten die kring bekend hadden kunnen worden.

Reacties zijn gesloten.