Menachem Sebbag, rabbijn van de AMOS sjoel in Amsterdam, sprak op Jom Kipoer, vlak voor de afsluiting van deze dag van vasten en gebed. Hij sprak, kijkend naar de actualiteit van afgelopen zomer, over het verhaal van de profeet Jona die naar wat toen Nineveh en nu Mosul in Irak is, werd gestuurd.
Omdat ik het gevoel heb dat de mensheid, Jona heeft gefaald.
Wij staan nu klaar om het heiligste moment van de heiligste dag van het joodse jaar in te gaan. De zon daalt aan de hemel, de schemering zet zich in en wij, met de laatste krachten van ons verzwakte lichaam, proberen toch nog een voet tussen de deur te krijgen.
Awoer ki pana jom, gonenenoe betsedek joshew kechom hajom. Nu de dag ten einde neigt, bescherm ons door de verdiensten van diegene die zat op het heetst van de dag. Dit slaat op Avraham Avienoe, onze aartsvader Abraham, die op het heetst van de dag op gasten zat te wachten. Wij verwijzen naar een actie van Avraham, die ons bij moet staan in onze laatste poging Hasjem te overtuigen ons een goed jaar toe te schrijven.
Kijk goed naar deze actie van Avraham Avienoe. De Midrasj vertelt ons; jom sjlisji lemielato haja, het was de derde dag na zijn brit mila, hij had verschrikkelijk pijn, en dus; hotsie chama minartika, Hasjem heeft de zon hard laten schijnen om ervoor te zorgen dat er geen reizigers zullen zijn om Avraham niet verder te belasten. Maar Avraham zat nog steeds aan de poort van zijn tent. Wachten, hopen dat er nog een reiziger zal zijn dat hij de grote mitswe van hachnasat orchiem zou kunnen vervullen. Hasjem zond dus drie engelen, die zich voordeden als reizigers om Avraham tegemoet te komen.
Waar maakte hij zich zo druk om? Als er niemand is die je moet helpen is dat toch perfect? Daar moet je toch blij mee zijn? Maar nee! De mitsvot van Hasjem zag aartsvader Avraham niet als een verplichte nummer maar als een mogelijkheid (opportunity), en het deed hem pijn dat hij op die dag de mogelijkheid niet had om een mitswe te vervullen.
Wij verzoeken van Hasjem door alle tefillot; rachmenoe! Wees barmhartig! Reken ons niet af zuiver op onze daden. Ki lo jitsdak lefanecha kol chai; er is geen levend wezen dat, wanneer hij of zij onder de loep wordt genomen, schoon van zonde wordt verklaard. Wij willen absoluut niet een technisch verhaal van een accountant die de balans opmaakt van het wel of niet vervullen van VERPLICHTINGEN. Wij verwijzen naar deze actie van Avraham Avienoe om te benadrukken dat ook wij de wetten van Hasjem niet als verplichting ervaren, maar als mogelijkheid, mogelijkheid om spiritueel te ontwikkelen en mogelijkheid om dichter bij Hasjem te kunnen komen. En als wij dat goed bij onszelf internaliseren, dan verdienen wij ook om niet afgerekend te worden op de technische balans in onze feitelijke daden.
Iedere jaar opnieuw lezen wij bij mincha de haftara van het verhaal van de profeet Jona. Een verhaal van een mens die zijn opdracht niet internaliseert en zijn verantwoordelijkheid probeert te ontlopen. Een man die er achter komt dat vluchten van Hasjem, vluchten van verantwoordelijkheden en vluchten van zijn lot een waardeloze exercitie is. Er kan zoveel uit dit verhaal worden geleerd. Lessen over de balans tussen de mogelijkheden en begrenzingen van het menselijke brein. Over verantwoordelijkheid aanvaarden. Over introspectie, zelfonderzoek en zelf herkenning. Over de enorme kracht om tot inkeer te kunnen komen en daden herstellen. Allen onderwerpen en ideeën die zich prima lenen naar te taken van deze dag van Jom Kipoer en zeker de afsluitende momenten hiervan.
Ik heb de behoefte om over Jona te spreken vandaag. Niet omdat de Haftara van mincha over Jona ging en niet omdat de boodschappen uit dit boek zeer des Jom Kipoer zijn. Maar omdat ik het gevoel heb dat de mensheid, Jona heeft gefaald.
Op 8 juli van dit jaar, middenin alle zorgwekkende en afschuwelijke berichten en beelden vanuit Irak en Syrië en oprukkende terroristen van ISIS, kwam het bericht uit Mosul, in de provincie Ninveh, dat o.a. de tombe van de profeet Jona zou zijn geschonden. Kort daarna doken er filmpjes en foto’s op van de beestachtige massa’s bezig met deze grafschendingen. Nineveh en Jonah twee namen die voor mij alleen in boeken bestonden werden plotseling wereldnieuws. Ninveh en Jona twee namen die voor mij altijd symbool stonden voor een verhaal over zelfinzicht, herstel en vergiffenis werden plotseling genoemd in correlatie met wreedheid, vernietiging en onheil!
Zal het ons, de mensheid, worden aangerekend dat wij de vermoedelijke laatste rustplaats van een van onze profeten niet wisten te bewaken en beschermen en dat deze nu verdwenen is? Weet ik niet! Maar dat aan ons, de mensheid, hiermee een belangrijke boodschap wordt gezonden, daar ben ik ervan overtuigd.
En Jona wordt aangesproken door Hashem om naar Ninveh te gaan. Een stad vol slechteriken; “ki alta ra’atam lefanai”! Jonah probeert in eerste instantie te vluchten van deze opdracht. Waarom? Dit wordt pas aan het einde van het verhaal duidelijk. Laatste vers; “wa’ani lo achoes….” Zal ik geen barmhartigheid tonen?
Jona ging ervan uit; wie goed doet, goed verdient. En wie slecht is moet boeten voor zijn slechtheid. Hasjem wilde hem duidelijk maken dat zelfs als de mens zondigt en in en in slecht is past nog steeds de eigenschap van menselijke waarde en barmhartigheid en de mogelijkheid tot herstel en inkeer. Dat wanneer de mensheid geconfronteerd wordt met haat en kwaad moet men alles doen deze te bestrijden maar tegelijkertijd nooit vergeten dat de mens een schepeling van Hasjem is. Dat terwijl men met man en macht het kwade moet bestrijden en tegenhouden, tegelijkertijd moet men waken voor de valkuilen van wreedheid en ongevoeligheid. Voor de grootste valkuil: het vergeten dat je vijand ook een kind van Hasjem is; het verliezen van het vermogen te vergeven.
Op 8 juli van dit jaar, was Israel bezig om zich te verdedigen tegen aanvallen vanuit de Gaza strook door Hamas. Puur kwaad. Kwaad gericht op het ontmantelen en vernietigen van de Staat Israel en het Judenrein maken van de regio. Kwaad in de vorm van raketten op onschuldige burgers van Israel gericht en tunnels, voor slachtpartijen onder de bevolking bedoeld. Kwaad in de vorm van eigen burgers als menselijke schild gebruiken.
Op 8 juli van dit jaar, was Israel bezig om flyers te droppen, telefoontjes te plegen, sms’jes te versturen om onderscheid te maken tussen de noodzakelijke uitschakeling van het kwade en de menselijke waarden van hun vijand.
Op 8 juli van dit jaar, zijn in de provincie van Ninveh 11 van de 35 kerken afgebrand. Op 8 juli van dit jaar, zijn in de provincie Ninveh 3 Sunni geestelijken (Khattab Hassan, Riyadh-al-Wandi, Abdul Ghafoor Salman) publiekelijk vermoord vanwege hun religieuze overtuiging.
Op 8 juli van dit jaar, heeft Hamas raketten afgevuurd op Tel Aviv, Haifa en Jeruzalem met de hoop dat kinderen, die op straat spelen, zullen worden gedood. Op 8 juli van dit jaar, heeft de IDF besloten om Gaza binnen te trekken met alle gevaren van dien (62 soldaten gekost) omdat ze weigerden Gaza plat te bombarderen omdat kinderen op straat spelen.
Op 8 juli van dit jaar, hebben de terroristen in Irak, Syrie, Gaza en elders de boodschap van Jona geprobeerd van de aardbodem te doen verwijderen. Om geen menselijke waarden te hanteren en geen begrenzingen aan haat te geven. Zelfs fysiek om zijn graf te vernietigen alsof hij, in stilte vanuit zijn graf zijn boodschap nog aankondigde.
Op 8 juli van dit jaar, heeft Jona ons alweer gewaarschuwd niet de vergissing te maken dat hij in eerste instantie wel gemaakt heeft. Niet te vergeten dat een ieder geschapen is naar het evenbeeld van Hashem. Niet te vergeten dat de menselijke waarden in het algemeen en van vergevingsgezindheid niet opzij kunnen worden geschoven omdat onze emotie er op dat moment niet bij staat.
En juist met die gedachte van onvoorwaardelijke liefde van Hasjem, dat wij geschapen zijn naar Zijn evenbeeld en dat Hij voor altijd vergevingsgezind blijft, gaan wij deze laatste momenten van Jom Kipoer in.
