Herdenken is een emotioneel gebeuren. Hoe te herdenken, wie, wat en wanneer te herdenken is een gevoelige kwestie. Herdenken zit in het DNA van het Joodse volk. Ons is opgedragen om dagelijks de uittocht uit Egypte te herdenken en ons recente verleden biedt ook tal van redenen om stil te staan en te herdenken.
Gisteren vond een herdenking plaats in Limburg waar in 1944 strijd is geleverd tussen de Geallieerde troepen en de Duitse Wehrmacht. Van beide kanten is de wens gegroeid om met elkaar te verzoenen bij een daartoe in 2004 opgericht monument. Enkele deelnemers aan de herdenking waren afkomstig uit onze gemeenschap en daarmee zijn vragen gerezen over waar wij staan als Kerkgenootschap. Deze zaak ligt bij velen binnen onze gemeenschap zeer gevoelig en roept heftige emoties op en wij vinden het daarom van belang onze positie met u te delen.
De Permanente Commissie van het NIK had en heeft het volgende standpunt:
Al dan niet tot verzoening te komen is primair een zaak voor degenen die direct betrokken waren. De herdenking betrof een militaire gebeurtenis.
Wij als NIK staan positief tegenover goede relaties met het huidige Duitsland. Wij herdenken echter geen soldaten die in dienst van de Duitse bezetter waren. Dat is niet onze rol en wij vinden het voor het NIK ook niet gepast om daders te herdenken. Onze positie hierover is overigens in lijn met het standpunt van het Centraal Joods Overleg (CJO).
Dat individuele leden van onze gemeenschap tot een eigen, mogelijk andere, afweging komen, al dan niet op grond van hun eigen (na-)oorlog(se) ervaringen is een gegeven binnen de Tora, Traditie èn Tolerantie waar ons kerkgenootschap voor staat en wordt door ons gerespecteerd.
Sjabbat sjalom!
De Permanente Commissie (bestuur) van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap
Jonathan Soesman, voorzitter
Ruben Vis, secretaris
