Een unicum. Zo noemt het Centraal Bureau voor Genealogie het wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap. Het separaat afbeelden van het vorstelijk wapen als bijschild zoals in het wapen van Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap is in de Nederlandse heraldiek uniek, aldus het CBG in een artikel dat het wijdt aan het NIK-wapen.
Uitzondering op de regel
Heraldiek is de term die de kennis over wapens uitdrukt. De heraldiek kent regels, maar ook uitzonderingen op de regel. Het CBG legt uit dat er over de manier waarop wapens gestalte krijgen, conventies bestaan. Niet alles mag. Er zijn regels voor de kleurencombinaties; er zijn maximaal twee schilddragers, maar een wapen dat door drie schilddragers wordt gedragen, komt als uitzondering ook voor. Net als bij taal bestaan er zo nu en dan uitzonderingen die de regel bevestigen.
Ter gelegenheid van het 200-jarig bestaan in 2014 van het kerkgenootschap is in de aanloop naar het jubileumjaar in 2013 het wapen opnieuw geschilderd. Dit gebeurde in overleg met de Hoge Raad van Adel, volgens de voorschriften uit het besluit van koning Willem I om aan het kerkgenootschap een wapen toe te kennen, en is uitgevoerd door de vaste wapenschilder van de Hoge Raad van Adel.
Het wapen van het NIK bestaat uit een schild en bijschild. Het CBG noemt iets dergelijks een ‘een in Nederland tamelijk zeldzame compositie, die daarmee nog niet onheraldisch is’. Het grote wapen is dan het hoofdelement en het bijwapen zoals het CBG het uitdrukt, verbeeldt een territorium, rechten of een vorst waarmee het hoofdwapen verbonden is.
Heraldische uitzondering
Het wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft sinds 1817 zo’n wapen met bijschild. Hoe dit bijschild te beschouwen?
Dit bijschild, dat een gewoon onderdeel is van het wapen, moeten we toch wel zien in de sfeer van de heraldische uitzonderingen die gerelateerd zijn aan een vorst, in dit geval Willem I.
Het Koninklijke of Rijkswapen dat als bijwapen gevoerd wordt, is het wapen van Nederland zonder schildhouders. Schildhouders zijn in het geval van het Nederlandse Rijkswapen de twee leeuwen die het schild ieder aan een zijde met hun klauwen vasthouden. Deze ontbreken dus in de top van het NIK-wapen.
Vermeerderen
De genealogische deskundigen van het CBG wijzen er op dat vorsten al eeuwen aan particulieren of instellingen toestemming geven om hun wapen met het vorstelijk wapen te vermeerderen. Maar dit vinden we dan vaak terug in het schild zelf. Het schild is dan in kwartieren verdeeld; één kwartier beeldt het vorstelijk wapen af. Maar, zo concludeert het Centraal Bureau voor de Genealogie, over het wapen van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap:
Het separaat afbeelden van het vorstelijk wapen als bijschild is in Nederland in ieder geval een unicum.
Lees ook: Wapen Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap na bijna 200 jaar opnieuw geschilderd.
