Op de dag waarop de bevrijding van Auschwitz werd herdacht, hield de Tweede Kamer een bijeenkomst om de slachtoffers van de Sjoa, in Nederland en daarbuiten, te gedenken.
Rabbijn Ies Vorst hield een indrukwekkende speech, waarin hij terugblikte op zijn herinneringen. Aan het eind van zijn toespraak zei Vorst dat hij nog dagelijks zijn overleden moeder ziet liggen, naast hem in de Tröbitz-trein. Deze trein vertrok volgepakt met gevangenen uit Bergen-Belsen en zwierf aan het eind van de oorlog twee weken lang door Duitsland tussen het geschut van de optrekkende geallieerde legers in, zonder eten of drinken.
Rabbijn Vorst eindigde zijn indrukwekkende toespraak met het uit zijn binnenzak halen van een foto van zijn moeder. De foto draagt hij zijn hele leven bij zich.
Mevrouw Heijman richtte haar verhaal vanuit haar Sjoa-verleden vooral op het heden. Zij onderstreepte de essentie van het vertellen over de oorlog op scholen. De Holocaust móét onderdeel blijven van de geschiedenislessen op scholen. De vijf in de bijeenkomst aanwezige overlevenden drongen daar op aan bij de Tweede Kamer. PvdA-Kamerlid Marcouch reageerde spontaan door aan te bieden met met mevrouw Heijman mee te gaan bij het bezoeken van een school.
De bijeenkomst met de vijf overlevenden van de Sjoa was georganiseerd door de fractie van de Christenunie. Bij de ceremonie waren vertegenwoordigers van alle Kamerfracties behalve de PVV aanwezig.
Christenen voor Israel en opperrabbijn Jacobs boden fractievoorzitter Voordewind 18.000 verzamelde handtekeningen aan van bezoekers aan de organisatie die daarmee hun steun betuigen aan het Joodse volk en hun afkeer tegen antisemitisme en Holocaust-ontkenning.
Voordewind kijkt terug op ‘een indrukwekkende bijeenkomst’ en zegt:
Deze moet een vervolg krijgen.
