Tweede Kamer houdt rondetafelgesprek over antisemitisme

Woensdag 4 maart vond een Rondetafelgesprek plaats voor leden van de Tweede Kamer over het onderwerp Bestrijding antisemitisme en radicalisering in het onderwijs. Arie Slob van de ChristenUnie was de initiatiefnemer van deze bijeenkomst en de voorzitter van het Rondetafelgesprek in de Klompe-zaal op de begane grond met een publieke tribune.

Een van de deelnemers, mevrouw Bloeme Evers (overlevende Auschwitz) ventileerde haar ‘Gedachten over antisemitisme naar het gevoel van een Joodse vrouw’. Guy Muller van het CIDI ging in op antisemitisme in  het onderwijs en kwam met twee maatregelen voor de korte en de lange termijn: een meldplicht voor incidenten in de klas, en het trainen van docenten.

Tweede Kamer Deelnemers kl Rondetafelgesprek antisemitisme in onderwijs 20150304

Andere deelnemers aan het gesprek waren rabbijn Lody van de Kamp, de Amsterdamse jongerenwerker Said Bensallam, Patrick Vogelaar (directeur Beatrixschool, Den Haag), Gerben Horst (CNV Onderwijs) en Rob Hommen (leraar Lyceum Schondeln in Roermond, lid hoofdbestuur Aob) en NIK-rabbijn Raphael Evers. Van de Kamerfracties waren SGP, VVD, PvdA en CU vertegenwoordigd.

Mevrouw Bloeme Evers kreeg als eerste het woord en vertelde het volgende.
Het doet me wel en geen genoegen met u over het genoemde onderwerp van gedachten te mogen wisselen. Wel omdat we hopen openhartig met elkaar te spreken, niet omdat het eeuwenoude fenomeen zelfs in Nederland de laatste jaren weer vaker ten tonele komt, helaas, nadat tijdens decennia na 1945 het onderwerp haast taboe was.

Er leven tal van vooroordelen over Joden, zoals: de Joden willen de wereldmacht veroveren, de media in handen krijgen, Joden zijn rijk, zijn gierig en hebben rare gewoonten, vooral in de godsdienst ingebakken. Enzovoort. Daar wil ik in een eerlijk gesprek naar luisteren.

Antisemitisme kleedt zich graag en vaak in anti-zionisme, het is als een doorkijkbloese van het antisemitisme. Men gaat in negatieve vorm door tot in de finesses van het doen en laten van het democratisch geregeerde Israël, maar niet in het doen en laten van de vele autocratisch en willekeurig geregeerde landen, waar men onder andere géén vrije verkiezingen kent maar eerder dictatuur. In Israël worden ook wel politieke fouten gemaakt, net zoals in allerlei andere landen.

Is er een geneesmiddel tegen antisemitisme?
Een kleine pleister op de wonde kan zijn: nader kennismaken. Ik las van een Amsterdamse synagoge die leerlingen van een school uitnodigde voor een bezoek, waarbij veel voorlichting over Jodendom werd gegeven. Bij een later onderzoek bleek dat de negatieve beeldvorming een flink stuk ten gunste omgeslagen was. In hoeverre deze gunstige ontwikkeling stand houdt weet ik niet.
In de synagoge die ik regelmatig bezoek, gelegen in een Joods-onvriendelijke buurt, zijn toch door gesprekken en zelfs een voetbal-wedstrijd(je) de vijandelijkheden grotendeels opgehouden.

Desondanks weten we heel goed hoezeer ook in dit tolerante land het flink gestegen antisemitisme, mede en vooral door wat er in buurlanden gebeurd is, de politie noopt tot grotere waakzaamheid ten aanzien van Joodse gebouwen en hun gebruikers. Ook als er een ogenschijnlijke verbetering optreedt, dan nog vrees ik dat de opvattingen niet fundamenteel veranderd zijn. Het is een droevige ontwikkeling.

Is er een oplossing te vinden voor het uitbannen van het antisemitisme?
Het is een eeuwenoud fenomeen, al van ver voor het begin van de gewone jaartelling gesignaleerd. Er is een mentaliteitsverandering voor nodig, wellicht te bereiken via discussie, een werkelijk openstaan voor een andere opvatting, nadere kennismaking, thuis uitnodigen, uitleg en verklaring. Maar het is echt heel moeilijk vooroordelen te slechten. Het enige is het blijven proberen, de confrontatie niet schromen.

De Kamerleden Roelof Bisschop (SGP), Sjoerd Potters (VVD) en Gert-Jan Segers (ChristenUnie) bevroegen mevrouw Evers indringend naar de oorzaken van de intensivering van het antisemitisme in de laatste tien jaar en naar de mogelijke oplossingen om dit fenomeen te bestrijden.

Guy Muller (CIDI) ging hier op in en vertelde de aanwezige Kamerleden het volgende:

De kernvraag is hoe de problematiek van het antisemitisme goed in kaart te brengen en grondig te bestrijden en vooral: hoe antisemitisme in het onderwijs kan worden bestreden. Hiervoor zal ik twee concrete oplossingen aandragen, die ik u verzoek met de Kamer te bespreken. Een oplossing voor de korte termijn, en een voor de lange termijn.

Eerst Guy Muller een voorbeeld geven van een antisemitisch incident op een school.

Een meisje zit in Den Haag op een middelbare school. Een jongen uit haar klas schrijft op Facebook “Wir mussen die Juden abstraffen!!” met daarbij een klapgebaar. Verschillende klasgenoten liken dit. In een chat met het meisje schrijft de jongen in kwestie, in een soort van Duits, beledigingen als:  “Du bist GEHITLERT” voorzien van heel veel hakenkruizen. Haar oudere zus, die op dezelfde school zit, ziet dit en meldt het bij de schoolleiding. De jongen wordt geschorst. Maar de klas ziet het meisje als ‘verraadster’. Op verzoek van de schoolleiding komt er politie naar school om voorlichting te geven. Maar zodra de agent de klas uit is, reageert de klas woedend naar deze leerlinge. Er is geen sprake van fysiek geweld, maar zij voelt zich zo onveilig op school dat ze van school gaat. De schoolleiding helpt  bij de overplaatsing.

Wanneer komt antisemitisme voor in de klas of beter gezegd, wanneer is de kans het grootst dat dit aan de orde komt?
Niet uitsluitend, maar wel regelmatig zijn er incidenten tijdens lessen over de  Tweede Wereldoorlog en de Shoa/Holocaust. Dat kunnen opmerkingen zijn die direct gericht zijn tegen Joodse medeleerlingen, of tegen docenten die les proberen te geven over het onderwerp. In sommige klassen gaat het zover dat het leraren onmogelijk wordt gemaakt les te geven over de Holocaust.  Wat is daaraan te doen?

Ten eerste: ‘ Meldplicht voor Docenten’
Docenten zouden verplicht moeten worden, lessen over de Tweede Wereldoorlog,  die uit de hand lopen, te melden aan directie van de school. De directie is verantwoordelijk om maatregelen te nemen zodat lessen over WOII ordelijk verlopen.

De schooldirectie rapporteert aan de inspectie, die periodiek rapporteert aan de Kamer. De Kamer kan de inspectie verzoeken op schooldirecties af te stappen, met de cijfers, en vragen: “Wat hebben jullie eraan gedaan…?”  Een meldplicht voor docenten gelijk zoals bijvoorbeeld in sommige delen van de zorg.
Belangrijk is dat het er niet om gaat om docenten te straffen, maar om duidelijk in beeld te krijgen waar en in welke klassen het misgaat, en om welke individuen het gaat. Een leerling die bereid is om een les over de Tweede Wereldoorlog te verpesten zal mogelijk eerder radicaliseren. We vangen twee vliegen in een klap. Het doel is niet om docenten te in kaart te brengen, maar om een beeld te krijgen van de ‘probleemklassen’ en ondersteuning te bieden.

Lange termijn: docentenpoule
CIDI is een groot voorstander van het specifiek te trainen van docenten voor ‘zwaardere’ klassen. Een docentenpoule die kan worden ingeschakeld om deze klassen les te geven.

Hiermee komen we meteen op  een oplossing voor lange termijn. Eigenlijk zou  elke docent in staat moeten zijn om lessen te geven over welk thema dan ook. Docenten moeten dus (nog) beter worden voorbereid op wat hen in de klas staat te wachten.  Schoolleiders moeten beter worden toegerust om te reageren op wat in de school speelt, liefst zonder slachtoffers apart te zetten.

Docentenopleiding
Docenten moeten worden getraind om assertief op te treden als regels niet worden nageleefd, niet weg te kijken, en ‘ouderwets’ orde te houden. Bovendien moeten docenten een sterk empathisch vermogen ontwikkelen, zoals we dat ook van leerlingen verwachten. Oprecht begrijpen voor wie je staat en aan wie je lesgeeft, de sociaal-economische en culturele achtergrond kennen en begrijpen, zijn essentieel om aansluiting te vinden bij leerlingen. Alleen zo blijft de les goed hangen.

Het is allemaal gemakkelijker gezegd dan gedaan, en wij beseffen dat er veel op het bord van het onderwijs wordt gelegd. Daarom pleiten wij ervoor docenten en schoolleiding effectief toe te rusten en te ondersteunen.

 

 

 

Reacties zijn gesloten.