Rabbijn Evers: Sjavoe’ot leert ons elkaar in verdraagzame eenheid te aanvaarden

Met het oog op de komende Jom tov van Sjavoe’ot wil ik u gaarne de volgende gedachte meegeven.

Rabbijn R. Evers, rabbijn van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

Sjavoe’ot (het Wekenfeest)  heeft in de Tora geen bepaalde datum gekregen; het is gelieerd aan de Exodus uit Egypte door een telling van negenenveertig dagen, de Omer-telling. Op de vijftigste dag vieren wij Sjavoe’ot, dat in het jaar 2448 na de Schepping (1312 voor de start van de burgerlijke jaartelling) het hoogtepunt vormde van de uittocht. Toen kregen we de Tora. Pas toen kon er gesproken worden van een werkelijk Joods volk, het “volk van het Boek”.

De Omertelling verbindt Pesach met Sjavoe’ot. Tellen en tolerantie jegens de ander zijn met elkaar verbonden. Een interessant aspect van het tellen is dat de kwaliteit of eigenschappen van de getelde personen of zaken irrelevant zijn voor de telling.

Toen het Joodse volk aan het begin van het boek Bemidbar (Numeri) geteld werd, maakte het geen verschil of de getel­den zeer belangrijk, voornaam of geleerd waren. Iedereen gold als niets meer of minder dan een.

Wanneer wij bijvoorbeeld bij het dagelijkse gebed een minjan (tien mannen) nodig hebben dan maakt het geen verschil wie er in sjoel staan. Zijn er negen grote rabbijnen dan maakt een jongetje, dat net Bar Mitswa (kerkelijk meerderjarig) geworden is het vereiste getal vol.

De Midrasj (achtergrondverklaring) leert, dat “als er bij het geven van de Tora slechts een van de 600.000 Joodse mannen ontbroken had, de Tora niet gegeven zou zijn”.

Waarom is dit zo? Omdat wij allen een ding gemeen hebben: de vonk van G’ddelijkheid, de nesjama of onze nesjomme. En als wij in staat zouden zijn alleen op dit allerbelangrijkste menselijke aspect te letten en voorbij te gaan aan allerlei onhebbelijkheden van onze medemens, die stammen uit lagere regionen van het mens-zijn, dan zullen wij kunnen komen tot wat een “Einheitsgemeinde” in de werkelijke zin van het woord genoemd zou kunnen worden.
Tora schild Sjawoeot NIKDe Omertelling bereidt ons voor op het ontvangen van de Tora. De Midrasj vertelt dat de Tora pas werd gegeven, toen alle leden van het Joodse volk elkaar in eenheid omarmden. Misschien is het daarom dat de Tora geen duidelijke datum aangeeft voor Sjavoe’ot. Sjavoe’ot is niet afhankelijk van een vastgestelde datum. Pas na intermenselijke perfectie, die zijn beslag heeft gekregen in de Omertelling, is men gereed voor het werkelijk ontvangen van de Tora. En dit is de bedoeling van het Omertellen: opvoeden in verdraagzaamheid met als motto “verbeter de wereld, begin bij uzelf”.

Chag sameach, een goed Jom tov gewenst!

Reacties zijn gesloten.