Het woord Midrasj
Het woord Midrasj is afgeleid van darasj (= onderzoeken). Midrasjiem zijn verzamelingen uitspraken van onze Geleerden over de diepere betekenissen van pesoekiem (= verzen) van de Tora en het leven.
Meerdere niveaus
De woorden van de Torah hebben meerdere nivo’s en ze worden allemaal als waar beschouwd: er zijn vele verschillende interpretaties mogelijk.
G’d dicteerde Mosje de gehele Tora (de geschreven Tora) en gaf tegelijk de Mondelinge Uitleg daarbij, die echter niet opgeschreven werd maar overgeleverd van geslacht op geslacht. Echter, om meerdere redenen werd het noteren toch noodzakelijk; het werd een verzameling die men de Misjna noemde.
Geheime code
De Geleerden legden zorgvuldig de halachot (= wetten) vast, maar hadden problemen met de wijze waarop de ethische en morele principes vastgelegd moesten worden.
Zij vreesden n.l. dat een ongelovig of onwetend persoon de ethische regels zou kunnen verdraaien. De Geleerden besloten de morele principes via een geheime code te noteren, leesbaar voor wie de sleutel bezat. Ze vermomden de morele regels, de midrasjiem, als verhalen, raadsels en moeilijk te begrijpen uitspraken. De midrasjiem camoufleerden aldus de ziel en de essentie van de morele en ethische principes.
Kenmerken van midrasjiem
Hieronder volgt een aantal kenmerken van midrasjiem:
– Zij bevatten diepe ethische en morele principes via eenvoudige verhalen.
– De Tora heeft meerdere betekenissen voor elk woord, zelfs voor elke letter en elk ervan is waar.
– Als geleerden verschillende uitspraken brengen over hetzelfde onderwerp dan bevatten zij elk een aspect van de waarheid, zelfs als ze tegenstrijdig lijken te zijn.
– Er is een traditie dat elke pasoek van de Tora niet alleen waar is in de simpele betekenis maar ook van belang is voor voorbije en toekomstige gebeurtenissen.
De midrasjiem vertellen ons van de liefde en vrees voor G’d, van het unieke van het Joodse volk, de heiligheid van de Tsaddikiem en de beloningen in deze en de komende wereld. Een ander woord voor midrasjiem is: aggadot, vertellingen.
DE MIDRASJ: was Mosje’s vrouw zwart?
Rabbijn mr. drs. R. Evers
Voordat over te gaan naar de inhoudelijke bespreking van enkele Midrasjiem wil ik eerst de functie en betekenis van de Midrasjiem duidelijk maken:
- Gebruik van de kennis: bij Midrasj gaat het niet om afstandelijke kennis. De Midrasj wil ons bij de Tora betrekken. Eeuwenoude waarden en normen worden vertaald naar deze tijd (actualisatie) en uitgevoerd in de praktijk door deze waarden en normen te praktiseren in de dagelijkse realiteit (realisatie).
- Doel van de kennis: hierbij gaat het de leerling uiteindelijk om levensheiliging. Verantwoordelijkheid tegenover G’d en medemens staat centraal.
- Gemeenschapsbetekenis van de kennis: Midrasj is niet `zitten met een boekje in een hoekje’. Het gaat om gemeenschappelijk ervaren kennis, die samen met anderen beleefd en gepraktiseerd moet worden.
- Ziel van de kennis: de halacha geeft de structuren van de Joodse belevingswereld maar de Midrasj geeft de ziel en de diepgang ervan weer.
- Vervulling van de wereld door G’dskennis: bij het leren van de Midrasj gaat het om een holistisch, harmonisch geheel van G’dservaring, niet gericht op winstbejag maar doordrenkt van gevoel van verantwoordelijkheid voor de Messiaanse vervulling van het werelddoel.
- Zachtmoedigheid en bescheidenheid: Midrasj-studie is bedoeld als karakterverfijning en geestesveredeling van de student.
Letter en geest
Het Jodendom kan omschreven worden als een ‘wetsreligie’. In de loop der eeuwen zijn de meeste grondbeginselen van het Jodendom op een vrij juridische en legistische wijze uitgewerkt in leefregels voor de dagelijkse praktijk. De methode, die hierbij werd gehanteerd, was de Talmoedische hermeneutiek (uitlegkunde). Maar geest van de wet is hierdoor geenszins ondergesneeuwd.
Midrasj is uitzoeken
Het Hebreeuwse woord voor hermeneutiek is midrasj van de wortel D-R-SJ, die ‘navorsen’ betekent. De midrasj kan gezien worden als een geïntegreerd informatiesysteem, dat ons in staat stelt de Tora-informatie van de berg Sinaï, in steeds weer nieuwe levenssituaties te verwerken in het licht van de doelstellingen en normen van de Tora.
Het accent bij de midrasj ligt op de juiste levenswandel, de halacha (van de stam H-L-CH, die ‘gaan’ betekent). Aan de hand van de midrasj proberen wij de juiste levenswandel aan de ‘Tora en traditie’ te ontlenen.
Maar er bestaat ook een meer verhalende midrasj, de midrasj aggada, die de achtergronden en diepere, zedelijke betekenis uitlegt van bijvoorbeeld de verhalen uit de Tora.
Zoeken naar diepte
Midrasj, in de wettische of verhalende zin, blijft zoeken naar diepte. Dit vorsen – een levenslange arbeid – is soms een subjectief, soms een objectief gebeuren.
Soms wordt voornamelijk gelet op de letter van de tekst of de wet, in andere gevallen overheerst de geest en diepere bedoeling. Het geheel van informatie, die de Joden ontvingen bij de berg Sinaï kan gevat worden in de term traditie. Traditie heeft meestal een negatieve bijklank: ouderwets, conformistisch, sleur of dode letter.
Inspiratie en leiding
Voor ons is traditie geen statisch maar een dynamisch gegeven: geen klakkeloos overleveren en overnemen van bepaalde gegevens, maar een voortzetting van ervaringen, die het volk in de loop van de geschiedenis heeft opgedaan en waarin de religieuze creativiteit van een geheel volk zich heeft ontplooid en nog steeds uitdrukt, gesteund en geleid door een ‘Onzichtbare Hand’ van G’ddelijke inspiratie (vgl. B.T. Pesachiem 66a).
Voor een fraaie illustratie van de functie en betekenis van de Midrasj-inhouden neem ik u mee naar de raadselachtige passage over de roddel over de vrouw van Mosje. We lezen samen de Tora-tekst, stellen daarna enkele vragen naar aanleiding van de opmerkingen van Rasji (1040-1105) en komen met behulp van de Midrasj aggada tot twee mogelijke uitleggingen van de Tora.
“Mirjam en Aharon spraken over Mosje vanwege de Ethiopische vrouw, die hij gehuwd had want hij had een Ethiopische vrouw getrouwd. Zij zeiden: `Heeft Hasjeem dan alleen met Mosje gesproken? Hij sprak toch ook met ons? G’d hoorde dit’. De man Mosje was de bescheidenste mens, die op aarde leefde” (Bemidbar 12:1-2) in de oorspronkelijke tekst.
Hierbij stel ik de volgende vragen:
Vraag 1: Naar aanleiding van de eerste verklaring van Rasji op Bemidbar 12:1, waarin gesteld wordt, dat Mirjam hard over Mosje sprak: Waarom moet Rasji zo uitvoerig ingaan op de exacte betekenis van het woord `dibboer’ en omstandig verklaren dat Mirjams manier van spreken hard was?
Vraag 2: Naar aanleiding van de tweede verklaring van Rasji, die uitlegt, dat Mirjam met kwaadspreken begon: Waarom was het Mirjam, die met de `lesjon hara’ begon?
Vraag 3: Waarom gaat Rasji zo uitvoerig in op de woorden van Tsippora, die medelijden had met de vrouwen van de nieuwe profeten Eldad en Medad omdat Eldad en Medad geen aandacht meer zouden hebben voor hun vrouwen, net zoals Mosje geen aandacht meer had voor zijn vrouw Tsippora?
Vraag 4: Naar aanleiding van de derde Rasji – die stelt, dat `koesji’ hier niet Ethiopier maar mooi betekent – vraag ik me af waarom Rasji `koesji’ niet letterlijk neemt.
Vraag 5: Verder: Waarom geeft Rasjie nog een gematria – uitleg in getallenwaarde – reden voor `koesji’, dat dit mooi betekent?
Vraag 6: Waarom legt Rasji `al odot ha’isja’ – vanwege de Ethiopische vrouw – als echtscheiding uit?
Vraag 7: Waarom moet Rasji verklaren, dat Tsippora zowel qua innerlijk als uiterlijk – begasjmioet en beroechnioet – perfect was?
Het eerste antwoord
Rasjie maakt veel gebruik van Midrasjbronnen en legt hier uit, dat wij het bericht over een Ethiopische vrouw niet letterlijk moeten nemen. Mosje had maar een vrouw, Tsippora, en die was een Midjanitische.
Nu kan Ethiopische ook zwart betekenen en zou men kunnen vertalen, dat Mirjam en Aharon spraken over de zwarte huidskleur van Tsippora. Sommige Midjanieten waren kennelijk heel donker (Ibn Ezra).
Daar het Jodendom niet racistisch is – iedereen kan Joods worden – en uit de context niet blijkt dat Mirjam aanmerkingen maakte over Tsippora’s zwarte uiterlijk neemt Rasji hier aan dat zij spraken over Tsippora’s uitzonderlijke schoonheid.
Black is beautiful. Volgens Rasji spraken Mirjam en Aharon over het feit dat Mosje geen contact meer had met zijn vrouw en zich volledig gewijd had aan zijn G’ddelijke openbaringen.
Hoe wist Mirjam, dat Mosje zich had afgescheiden van zijn vrouw? Mirjam stond naast Tsippora toen het nieuws rondging, dat Eldad en Medad profeten waren geworden. Vertwijfeld riep Tsippora uit: “Wee de vrouwen van deze profeten. Als hun mannen verbonden raken met profetie, zullen zij geen aandacht meer hebben voor hun vrouwen gelijk mijn man Mosje, die geen contact meer met mij heeft”.
Mirjam ving dit geshockeerd op en vertelde het aan Aharon. Zij onderhielden Mosje hierover maar zonder kwade bedoelingen. Zij meenden, dat dit indruiste tegen de Tora, de Leer van Mosje, die altijd aandacht voor het aardse had gepredikt.
Mirjam en Aharon roemden daarom Tsippora’s schoonheid. Het woord `koesji’ moet men in overdrachtelijke zin begrijpen: ”Net zoals iedereen het eens is over de zwarte huidskleur van een Ethiopier, zo ook was iedereen het eens over Tsippora’s schoonheid, die niet alleen lichamelijk maar ook geestelijk van aard was. Tsippora was de perfecte vrouw, zowel in aardse als in spirituele zin”.
Dat Mosje geen contact meer had met Tsippora lag niet aan haar uiterlijk of innerlijk. Het was puur vanwege zijn intense contacten met het Opperwezen, dat Mosje zich had afgescheiden van zijn vrouw.
Daarin waren Mirjam en Aharon zijn minderen. Zij realiseerden zich kennelijk niet, dat Mosje hen ontstegen was. Zoals vaak bij subtiele lasjon hara (kwaadsprekerij) projecteert men de eigen omstandigheden en eigenschappen op anderen.
Mirjam en Aharon beroemden zich er op, dat zij ook met het Opperwezen spraken maar toch een gewoon huwelijks leven leidden. Maar zij vergisten zich in het profetisch niveau van hun jongere broer Mosje.
Rasji’s verklaring past goed in de context want de episode over het huwelijksleven van Mosje en Tsippora volgt direct op het profetische optreden van Eldad en Medad. Zijn verklaring verdraagt zich echter wat minder goed met de letterlijke betekenis van het woord `koesji’, dat overigens in gematria, getallenwaarde ook `mooi van uiterlijk’ betekent.
Tweede antwoord: Rasjbams verklaring
Rasji’s kleinzoon, Rabbi Sjemoe’eel ben Meir, bijgenaamd de Rasjbam, verklaart het woord `koesji’ letterlijk. Mosje was namelijk inderdaad in een ver verleden getrouwd met de koningin van Ethiopie.
Wat was er gebeurd? Na de dood van een Egyptische opzichter besloten Datan en Aviram Mosje aan te geven bij Farao. Datan, die gered was uit de handen van de Egyptenaar, vertelde, dat Mosje de Egyptische opzichter gedood had. Farao besloot dat Mosje gedood moest worden. Mosje moest vluchten voor zijn leven maar hij werd gearresteerd. Hij beklaagde zich bij Hasjeem dat hij nu wel begreep dat het Joodse volk deze zware slavernij moest ondergaan. Ze verraadden elkaar bij de overheid. Dat is een zeer kwalijke zaak.
De beul probeerde Mosje te executeren maar de nek van Mosje veranderde in marmer. Het zwaard sloeg terug in het gezicht van de beul, die stierf. Mosje vluchtte het paleis uit en werd door Hasjeem geholpen. Iedereen die hem achtervolgde werd blind. Zo kon Mosje het land Egypte verlaten.
Mosje wilde Bileam doden omdat die het Joodse volk erg veel kwaad had gedaan. Bileam vluchtte met zijn zoons Janus en Jambrus naar Koesj. Koning Kikonus haalde Bileam gastvrij binnen en benoemde hem tot zijn raadgever. De koning moest op een gegeven moment oorlog voeren tegen de Bnee Kedem, die hem geen belasting meer betaalden. Bileam bleef als plaatsvervanger achter en maakte van de gelegenheid gebruik om zich tot koning te laten kronen.
Bileam versterkte de stad aan twee kanten met hoge muren. Langs de derde windrichting liet hij een diepe gracht graven en aan de vierde kant zorgde hij dat er overal slangen woonden, zodat de hoofdstad onneembaar was.
Koning Kikonus kwam na de oorlog terug. Tot zijn verbazing was de hoofdstad onbereikbaar geworden. Hij besloot om beleg te slaan rond zijn hoofdstad. Op dat moment arriveerde Mosje. Hij verbaasde zich over het feit, dat koning Kikonus zijn eigen hoofdstad moest heroveren.
Mosje was nog jong maar bijzonder sterk, mooi en bovenal wijs. Het beleg duurde echter ontzettend lang. Koning Kikonus stierf na negen jaar. De soldaten kozen Mosje als koning. Mosje moest toen met Adonia trouwen, de weduwe van de koning. De soldaten werden onrustig omdat de belegering veel te lang had geduurd. Ze vroegen Mosje hoe ze de stad zouden kunnen veroveren. Het zwakke punt van de stad was de muur van slangen en ongedierte.
Mosje beval zijn soldaten ooievaars af te richten voor de jacht en liet hen drie dagen niet eten. Daarna stuurde hij zijn soldaten af op de slangenkuil. Iedereen moest zijn ooievaar op zijn schouder meenemen. De ooievaars werden losgelaten en er bleef geen slang meer over. De zelfgekroonde Bileam moest rennen voor zijn leven. Mosje kreeg in het koninklijk paleis de oude kroon van Kikonus en werd opnieuw tot koning gekroond.
Alle schatplichtige volken uit de omgeving hadden gehoord dat Kikonus was overleden en betaalden hun belastingen niet meer. Mosje wist hen toch te onderwerpen. Koningin Adonia had een zoon Moencham, die het op een bepaald moment groot genoeg was en troonopvolger wilde worden. Ook koningin Adonia wilde dat graag.
Ze hield een toespraak tot haar volk en vertelde dat Mosje al veertig jaar koning was maar haar nog met geen vinger had aangeraakt: ”Mosje heeft een ander geloof dan wij. Het is een schande dat een vreemdeling over ons de baas speelt. Het is beter dat Moencham, mijn zoon en de zoon van Kokinus, zal regeren.” Mosje Rabbenoe verliet het land met grote rijkdom omdat de mensen van Ethiopië hem trouw hadden gezworen. Veertig jaar had Mosje het land van de Ethiopiërs geregeerd.
Mosje verliet Ethiopië op zijn 67ste. Hij vertrok naar Midjan omdat hij niet terug durfde naar Egypte.
Mosje vlucht naar Midjan
Jitro moest vluchten voor Farao omdat hij gepleit had voor de Joden. Maar hij was een groot en geleerd man en werd direct aangesteld als priester voor de afgoden. Jitro doorzag echter dat die dode beelden niets konden uitrichten. Ook in Egypte was hij al tot die conclusie gekomen. De Midjanitische afgoderij was minstens even dom.
Jitro had elk geloof onderzocht. Uiteindelijk bleek hem dat alle religies vals waren. Alles was bedacht door mensen. Jitro had het ware geloof nog niet gevonden. Maar hij wilde niet meer in de afgodentempel optreden. Hij zei tegen de Midjaniten, dat hij te oud was: ”Haal al jullie beeldjes maar op. Ik stop ermee.”
De Midjanieten begrepen dat Jitro niet in hun goden geloofde en deden hem in ban. Niemand trouwde meer met zijn dochters. Niemand wilde hem helpen. Zijn zeven dochters bleven ongetrouwd en moesten het kleinvee zelf weiden. Geen herder wilde ook maar iets voor ze doen. Ook bij de bron werden de dochters van Jitro gediscrimineerd. Ze moesten altijd het langst wachten. De herders waren af en toe zo bruut dat ze de meisjes in het water duwden.
Opeens kwam Mosje in zijn Egyptische kleren langs. Hij gaf de herders een stevig standje en redde de meisjes. Het water kwam Mosje tegemoet en hij gaf alle dieren, ook die van de schaapherders te drinken. Toen Mosje de bron verliet, zakte het water weer weg. Overal waar een tsaddiek komt, heerst beracha (zegen).
Jitro begreep niet waarom zijn dochters al zo snel terug waren. Zij vertelden hem dat zij een Egyptische man waren tegengekomen die hen had gered uit de handen van de herders. En ze vertelden over G’ds Voorzienigheid wat ze hadden gehoord van die Egyptenaar. Jitro werd nieuwsgierig en vroeg zijn dochters om hem uit te nodigen. Hij was niet zozeer gastvrij maar hij hoopte op een toekomstige schoonzoon.
Tsippora rende terug naar de bron om de vreemdeling naar huis te brengen. Jitro vroeg aan Mosje wat hij in Midjan deed. Mosje vertelde dat hij op de vlucht was voor Farao. Toen hij dat hoorde, werd Jitro zo bang dat hij Mosje in een put gooide. Daar bleef hij de komende tien jaar.
Tsippora gaf hem stiekem te eten. Tien jaar later vroeg ze aan haar vader: ”Wilt u die man terugzien die u tien jaar geleden in de put heeft gegooid?”. Jitro kon zijn oren niet geloven: “Die man moet allang dood zijn want hij heeft niks te eten gekregen.” Maar Tsippora vertelde over de geschiedenis van de voorouders van Mosje: “Avraham werd gered uit de kalkoven en Jitschak was bijna geslacht op het altaar. Ja’akov overwon in de strijd met de engel. Deze man werd gered van het zwaard van Farao toen zijn nek veranderde in steen.”
Jitro liet Mosje uit de put halen. Het bleek dat hij daar stond te davvenen tot Hasjeem. Mosje werd geschoren en netjes aangekleed en naar zijn huis gebracht. Toen Mosje zich later in de achtertuin van Jitro terugtrok om Hasjeem te bedanken voor Zijn wonderlijke redding, zag hij een prachtige staf uit de grond steken. Hij bracht die naar Jitro. Mosje wilde weten van wie die was. Jitro zei: “Het is een heel speciale staf die ik weg heb genomen uit het Egyptische hof na de dood van Joseef. Degene die deze staf bezit, zal de Joden bevrijden uit Egypte. Niemand anders kon hem uit de aarde trekken. Dit voorspellen de sterren.”
Het was de staf die G’d Zelf aan Adam had gegeven. Adam had het doorgegeven aan zijn zoon Sjet. Uiteindelijk kwam het in bezit van Avraham. Daarna kreeg Jitschak hem. Vervolgens Ja’akov, daarna Joseef en uiteindelijk werd hij, na de dood van Mosje Rabbenoe, overhandigd aan koning David en alle goede koningen uit de Davidische dynastie.
Jitro kreeg eerbied voor Mosje. Mosje leerde hen alle principes van het Joodse geloof. Met name Tsippora nam zijn woorden met volle teugen in zich op. Ze zorgde dat alle afgoderij uit huis verdween.
Tsippora betekent vogeltje en herinnert ons aan het vogeloffer dat iemand, die melaatsheid had, moest brengen als offer. Tsippora had alle goede eigenschappen van de aartsmoeders Sara, Rivka, Racheel en Lea tezamen. Mosje had veel aan Tsippora te danken. Op zijn 77ste trouwde Mosje met haar en werd kort daarna uitverkoren om Am Jisra’eel te verlossen.
De koesji was koningin Adonia
Rasjbam doelt op koningin Adonia met zijn verklaring van `koesji’. Mirjam en Aharon onderhielden Mosje over het feit, dat hij wel 40 jaar met Adonia getrouwd kon zijn maar nog geen vijf jaar met Tsippora en nu al geen contact meer met haar onderhield. Rasjbam let meer op de psjat, eenvoudige betekenis van het woord `koesji’ dan op de context.
Wat is het verschil in benadering tussen Rasji en Rasjbam?
Rasji let meer op de context dan de letterlijke betekenis van een enkel woord. Daar ligt het verschil tussen grootvader Rasji en kleinzoon Rasjbam.
De antwoorden op de vragen
Vraag 1: Waarom moet Rasji zo uitvoerig ingaan op de exacte betekenis van dibboer, de toon van Mirjams spreken over Mosje?
Antwoord: Omdat het niet alleen om de inhoud van Mirjams spreken maar ook om de `ton qui fait la musique’ gaat.
Vraag 2: Waarom was het Mirjam, die met de `lesjon hara’ begon?
Antwoord: Wellicht omdat zij zich het sterkst identificeerde met Tsippora en/of omdat zij het was, die het direct van Tsippora hoorde.
Vraag 3: Waarom gaat Rasji zo uitvoerig in op de woorden van Tsippora?
Antwoord: omdat Rasji moet uitleggen wat er aan de hand is/was met Tsippora, dat hier opeens een probleem was.
Vraag 4: Waarom neemt Rasji `koesji’ niet letterlijk?
Antwoord: Omdat Tsippora een Midjanitische was en Rasji niet aanneemt, dat hier een probleem was met een eerder huwelijk van Mosje.
Vraag 5: Waarom geeft Rasjie nog een gematria, getallenwaarde reden voor het woord `koesji’?
Antwoord: Hoewel de gematria verklaring verre van de psjat, de eenvoudige verklaring is, geeft Rasji toch een getallenwaarde-verklaring omdat het woord `koesji’ (Ethiopische) uitleggen als `mooi’ niet eenvoudig in het woord koesji past. Als nu een getallenwaarde de verklaring `mooi’ ondersteunt, is er iets meer steun voor Rasji’s interpretatie van het geheel.
Vraag 6: Waarom legt Rasji `al odot ha’isja’ als echtscheiding uit?
Antwoord: omdat er staat: Mirjam (en Aharon) sprak over Mosje (dwz. Mosje zelf) en Rasji aanneemt, zoals hij ook zelf zegt, dat Mirjam in principe positief sprak over Mosje. Het kwaadspreken moest dus over iets of iemand anders in relatie tot Mosje zijn.
Vraag 7: Waarom moet Rasji verklaren, dat Tsippora zowel begasjmioet als beroechnioet perfect was? Antwoord: om duidelijk te maken, dat het niet de schuld van een mogelijk gebrek bij Tsippora was dat Mosje zich van haar had afgezonderd maar dat het lag aan het profetisch niveau van Mosje.
(Bronnen:
Jalkoet Sjimoni I:168, Ramban Sjemot 2:23, Rasjbam 12:1-2, The Midrash Says met toestemming van Rabbi Moshe Weissman, Siftee Chagamiem)
