Opperrabbijn Jacobs over Rosj Hasjana, Jom Kippoer, en het herdenken van de Sjoa

Weer een herdenking, weer een monument, weer een boek over de oorlog, weer een Yad Vashem uitreiking, postuum …

Foto: Dirk PH SpitsIn de maand van de Hoge Feestdagen kijken we vooruit en blikken we terug. Opvallend was het aantal herdenkingen dat ik heb bijgewoond. De gebruikelijke, zoals het Apeldoornsche Bosch, Kamp Amersfoort, het Kindertransport te Vught, Westerbork. Maar ook nieuwe monumenten, Yad Vashem uitreikingen en Jom Hasjoa herdenkingen. Waarom ga ik naar dit soort plechtigheden, vroeg ik mezelf af, en wat is het nut zo lang na de oorlog?

Binyomin Jacobs, opperrabbijn Interprovinciaal Opperrabbinaat

Op Rosj Hasjana houden we onszelf een spiegel voor, kijken waar we onszelf kunnen verbeteren en creëren zo een soort reservoir van zegens voor het komende jaar 5776. Dan de Tien Dagen van Inkeer, een soort examentijd waarin we getoetst worden om te kijken of de goede voornemens van Rosj Hasjana voornemens blijven of dat ze ook daadwerkelijk worden uitgevoerd. En daarna de dag van het eindexamen, Jom Kippoer, waarop we vanuit het diepst van onze nesjomme G’d smeken voor een goed en gezond jaar, onder het luid uitroepen van het Sjema Jisraeel, na meer dan 25 uur geen eten en geen drinken. Een paar dagen later in feite een herhaling, maar dan vanuit simcha: Soekot en Simchat Thora. Vanuit de Soeka voelen we onze afhankelijkheid van de Eeuwige en weten ons letterlijk omringd door mitswot. En op Simchat Thora nemen we de basis en de bron van ons Jood-zijn, het geheim van onze existentie, in onze armen en dansen, dansen en dansen, vanuit een bijna spirituele extase.

Maar op de sjabbat voorafgaande aan Rosj Hasjana, lezen we in de Thora dat we allen als gelijken staan voor de Eeuwige, van de stamhoofden tot de waterdragers, van de VIP’s tot de vakkenvullers in de supermarkt.

Ook aan het begin van Jom Kippoer, voordat we het imponerende Kol Nidré beginnen, verklaren we dat iedereen welkom is. Ook zij die ernstig vervreemd zijn van hun Jodendom. En nog eerder behoren we elkaar vergiffenis te vragen voor aangedaan onrecht. Jom Kippoer kan alleen de verhouding tussen G’d en de mens verbeteren, als de intermenselijke verhouding vooraf hersteld is. Ook Soekot en Simchat Thora zitten weliswaar vol rijke spirituele waarden en gedachten, maar tegelijkertijd dansen we gezamenlijk met de Thora. De loelav, die de G’ddelijke aanwezigheid benadrukt, vertelt ons ook dat we allen moeten meedoen, zowel de Jood, die op het niveau staat van de etrog, die lekker smaakt en geurt, vol Thora en mitswot is, alsook de Jood die vergeleken wordt met het wilgentakje: geen smaak en geen geur, geen Thora en geen mitswot.

De herdenkingen en monumenten hebben voor mij iets spiritueels. Zij die geen graf werden gegund, krijgen weer een plaatsje in de omgeving waar zij zo graag een natuurlijke dood hadden willen sterven. We spreken een Jizkor uit voor hun zielenrust. Er wordt gelernd in de vorm van een toespraak. Ze worden even uit de vergetelheid weggehaald… Maar ook vormen dit soort bijeenkomsten een perfect platform om te waarschuwen tegen het opkomend antisemitisme. Wij mogen niet zwijgen en onze kop in het zand steken, ’omdat het niet zo’n vaart zal lopen”’. Het is beschamend dat wanneer er een prachtig boek is uitgegeven, OverLeven, waarin de verhalen van drieëntwintig overlevenden zijn vastgelegd, dat een recensent, nota bene werkzaam bij een Joodse instelling, de gotspe heeft om in zijn recensie te zeggen dat er al zoveel over de oorlog is geschreven … .

Bij de Hoge Feestdagen zien we geestelijke diepgang, maar voorafgaand iets heel basaals: herstel van onderlinge eenheid en verbondenheid. En die eenheid is voor mij misschien nog wel het belangrijkste aspect van de herdenkingen en de plechtigheden: ook Joden, die vaak erg ver weg zijn van hun Joodse wortels, komen naar de plechtigheid, omdat hun opa of oma, hun vader of moeder, tot de slachtoffers behoorden of omdat ze, ondanks de afstand, toch hun Jood-zijn voelen en hieraan uiting willen geven. Om die verdwaalde Jood of Jodin te ontmoeten en middels mijn toespraak te inspireren, reis ik graag vele kilometers en offer ik met liefde vele uren op … .

Want juist in een tijd van opkomend antisemitisme is het wapen van achdoet, eenheid, van eminent belang!

Lesjana towa oemetoeka – een goed en zoet jaar, voor ieder persoonlijk en voor Klal Jisraeel.

Rosj Hasjana 5776

Reacties zijn gesloten.