Een maand vol mitsvot

Tisjri is een maand vol met mitsvot. De belangrijkste reden waarom wij de mitsvot doen, is om de wil van Hasjeem te vervullen. Maar de Rambam draagt ons op om ook de achtergronden en diepere betekenislagen van de mitsvot te proberen begrijpen.

Rabbijn mr. drs. R. Evers, rabbijn van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap

Waarom bestaat er een verschil tussen soeka en loelav?De mitswa van de arba’a miniem (loelav-schudden) heeft mij altijd geïntrigeerd. Zeker als wij hem vergelijken met de mitswot van de soeka. De mitswa om in de soeka te wonen is 24 uur per dag actief. Terwijl de mitswa om de loelav en de etrog te schudden eigenlijk alleen maar op de eerste dag Jom Tov van toepassing is. In het Beet Hamikdasj werden de arba’a miniem elke dag opgenomen en de rest van de wereld slechts de eerste dag. Nadat de Tempel verwoest werd, hebben de chachamiem ingesteld, dat wij de loelav elke dag schudden als herinnering aan het Beet Hamikdasj.
Waarom bestaat er een verschil tussen soeka en loelav? Soekot is de tijd, dat wij langzamerhand Masjiew haroe’ach oemoried hagasjem beginnen te zeggen. Het herinnert ons er aan, dat het Hasjeem is, die ons in onze materiële behoefte voorziet. In ons dagelijks leven moeten wij door twee algemene gedachten geleid worden. Allereerst moeten wij weten dat het G’d is, die voor ons zorgt en ons beschermt en wij alle goedheid uit zijn hand ontvangen. Natuurlijk moeten wij ons best doen om ons leven een succes te maken, maar uiteindelijk komt het succes alleen van Boven. Bovendien moeten wij ons leven laten leiden door een tweede principe: dat het doel van onze bezittingen en al onze activiteiten is om G’d te dienen en onze materiële zaken als gezanten en vertegenwoordigers van Hasjeem op aarde te gebruiken. Rijkdom is voor Tsedaka of andere mitswot. Ons denkvermogen, onze krachten en talenten moeten gericht zijn op geestelijke doelen. Al onze aardse bezigheden moeten uiteindelijk gericht zijn op onze G’dsdienst.

Aanhankelijkheid
Soeka kleurDe soeka weerspiegelt ons eerste principe: dat G’d ons van alles voorziet en ons beschermt, dat de soeka er ons tevens aan herinnert, hoe de Joden in de woestijn door de Anané Kawod werden begeleid. De loelav en de etrog geven ons aan hoe wij Hasjeem in ons dagelijks leven moeten dienen. Misschien mogen wij zeggen dat de loelav als palmtak, als hout, bouwmateriaal symboliseert. Een etrog is voedsel. Hadassiem ruiken lekker en symboliseren alle aardse emotionele geneugten zoals parfum, kunst, muziek en vriendschap. En aravot (beekwilgtakken) stellen alle andere trivialiteiten in het leven voor. Ik neem ze allemaal samen met een bracha en schud ze in iedere richting om daarmee aan te geven: “waar ik mij ook op richt, wat ik ook bezit, alles gebruik ik om mijn aanhankelijkheid aan G’d te tonen”.

Hooggestemde idealen
De meeste mensen hebben regelmatig het gevoel dat G’d voor hen zorgt, vandaar dat de soeka een doorlopende mitswa is. Maar loelav en etrog, het besef dat al onze daden op Hasjeem gericht moeten zijn, is een ideaal. Helemaal geen realiteit voor de meeste van ons, daarom gebiedt de Tora dit slechts één keer, op de eerste dag van Soekot. Zouden wij dit alle dagen doen, dan zouden wij onszelf voor de gek houden. Als wij iedere dag zouden verklaren, dat al ons aardse streven gericht is op Hasjeem. In het Beet Hamikdasj, waar de sjechina (G’ddelijke Aanwezigheid) voor iedereen invoelbaar was, zouden we inderdaad kunnen spreken van zulke hooggestemde idealen gedurende zeven dagen, maar daarbuiten is het alleen een herinnering, een zecher. Herinneren betekent: we willen niet vergeten dat er ooit eens een tijd en een plaats was, waar Joden inderdaad zo dicht bij G’d stonden, dat zij hun hele leven aan Hasjeem wijden.

Iedereen danst
Iets dergelijks vinden wij ook op Simchat Tora. In het Beet Hamikdasj dansten alleen maar chassidiem en ansjé ma’asè. Tegenwoordig danst iedereen met de Tora, want ook Simchat Tora is een zecher, een herinnering om ons er nog even op te wijzen dat de Tora inderdaad de bron van ons leven en het doel van ons leven is. Een ideaal, waar wij vroeg of laat wel eens een keer aan toe zullen komen.

De etrog, boven de generaties verheven
Als wij de mitswa van de arba’a miniem zo beschouwen, liggen er nog veel diepere lessen verborgen. De Tora identificeert de etrog als prie eets hadar (de vrucht van een mooie boom). Maar de Talmoed zegt, dat het woordje hadar ook nog een hint is naar wonen, langdurig verblijven (Soeka 31b). De Talmoed legt uit dat de Tora de etrog definieert als een vrucht die lang aan de boom blijft hangen. De meeste vruchtenbomen produceren elk jaar een nieuwe oogst, die snel van de boom gehaald wordt. Maar een etrog kan een lange tijd, soms wel enkele jaren, aan de boom blijven hangen. Op het zelfde moment hangen daar jonge en oude etrogiem.
Een Chassidische rebbe legde eens uit dat de Tora de etrog als een vrucht symboliseert die boven de generaties verheven is om ons er aan te herinneren, dat wanneer het Jodendom gecentreerd is rond de Tora, er geen generatiekloof bestaat. Vergeet niet dat de etrog met zijn geur en smaak de ideale Jehoede symboliseert, die zowel leert als praktiseert.
Ik wil geen ideaal beeld schetsen van het Joodse leven, zeker niet in onze niet-Joodse omgeving. Maar in Tora families hebben ouders en kinderen iets te delen. Nederlandse teenagers hebben totaal andere foto’s aan de muur hangen dan hun ouders. Natuurlijk vinden ouders in religieuze gezinnen de muziek van de kinderen te hard, maar de woorden die daar gezongen worden, komen uit de Tora. Dezelfde woorden, die ouders en hun grootouders altijd hebben gezongen. Het is de etrog die ons herinnert dat wij allen gebonden zijn aan dezelfde Eets Chaïm (boom des levens).

Reacties zijn gesloten.