Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft kennis genomen van het rapport over de Roodvleesketen dat is uitgebracht door het bureau Risicobeoordeling & Onderzoeksprogrammering (BuRO) van de NVWA. Het rapport behandelt een veelheid aan onderwerpen; een daarvan is het religieus slachten.
Positie NIK
Het NIK is partner in het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. De essentie van het convenant en waaraan wij ons committeren, is de continuering van de van de slacht op religieuze grondslag. Essentie daarbij is het verhogen van het dierenwelzijn. Daaraan wordt door ons gewerkt samen met de convenantpartners. Door het nemen van maatregelen en het plegen van aanpassingen kan het niveau van dierenwelzijn worden verbeterd.
Inhoudelijke achtergrond
Uitvloeisel van het Convenant is de instelling van een Wetenschappelijke Adviescommissie. Met het ministerie en andere convenantpartijen voeren wij overleg over de stand van zaken met betrekking het Convenant, gericht op het verbeteren van de slacht volgens religieuze riten gericht op het bereiken van de doelstellingen in het convenant.
Dwars door dit proces heen verschijnt recent een rapport van BuRO (onderdeel van de NVWA) over de roodvleesketen. De nadruk in de communicatie over het rapport van BuRO dat voor 98 procent niet over slachten volgens religieuze riten gaat, ligt niettemin juist op deze verhoudingsgewijs ultrakleine vorm van slachten.
Er worden jaarlijks 14,6 miljoen varkens geslacht (CBS, 2014). Feit is dat BuRO vaststelt dat in de industriële slacht in 20 procent van de gevallen varkens niet goed worden bedwelmd en dat er in alle gevallen dat gasbedwelming plaatsvindt er sprake is van onnodige pijn of spanning; een situatie die de wet- en regelgeving verbiedt. Een oplossing voor dit probleem wordt niet aangedragen.
Meermalen wordt in de rapportage gesteld dat er gebrek is aan onderzoek en registraties, waardoor de omvang van dierenwelzijnsrisco’s onbekend is. Als er gebrek aan onderzoek en registratie is, hoe kan men dan stellig beweren dat de onbedwelmde slacht tot meer en onacceptabel dierenleed leidt dan de bedwelmde slacht?
De conclusie zou dan ook moeten zijn dat er zowel voor bedwelmde als onbedwelmde slacht goede regelgeving en controle zou moeten komen om het aantal ‘foute slachtingen’ te minimaliseren. Die regelgeving en controle bestaat al voor de Sjechita slacht en is door het convenant verder ontwikkeld. Bij Sjechita is er sinds de ondertekening van het convenant nagenoeg 100 procent controle van inspecteurs van de NVWA. Maar het BuRO-rapport stelt vast dat de in omvang vele malen grotere industriële slacht zo ver nog niet is.
Dat neemt niet weg dat wij altijd groot voorstander zijn van verder verbeteren van de slachtomstandigheden, -technieken en voorwaarden voor zover dit binnen de religieuze grenzen (in het kader van het grondrecht van godsdienstvrijheid) mogelijk is. Wij zijn dan ook continu aan het bekijken waar dergelijke verbeteringen mogelijk zijn.
Wij zetten op het gebied van dierenwelzijn tijdens de Sjechita belangrijke stappen en zijn voortvarend bezig met verdere stappen. Wij hopen dat de industriële slacht snel volgt.
