Het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap heeft kennis genomen van de brief die staatssecretaris Martijn van Dam aan de Eerste en Tweede Kamer heeft gestuurd. De brief behandelt de stand van zaken met betrekking tot het convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten dat de staatssecretaris in 2011 met onder meer het NIK heeft afgesloten.
NIK-voorzitter Jonathan Soesman:
Het convenant is de basis; die staat overeind. Net als ons gezamenlijke streven om de praktijkomstandigheden en daarmee het dierenwelzijn verder te verbeteren.
Het NIK benadrukt dat het bij de onbedwelmde slacht volgens de Joodse religieuze rite om een uiterst klein aantal dieren gaat en dat uiterste zorg wordt besteed aan het dierenwelzijn. Het gaat per jaar om enkele duizenden kosjere dieren. Een verwaarloosbaar aantal ten opzichte van 20 miljoen industrieel geslachte runderen, schapen en varkens waarvan een groot deel bedwelmd wordt door middel van methoden die in de praktijk tot dierenwelzijnsproblemen leiden. Wij zullen de onterechte focus op de Sjechieta steeds blijven benadrukken.
Wij merken op dat de “wetenschappelijke” rapporten die zijn bijgevoegd bij de brief van de staatssecretaris elkaar op belangrijke punten tegenspreken en vragen onbeantwoord laten. Reden te meer dat wij de politiek op roepen om voorzichtig te zijn met het trekken van stigmatiserende conclusies.
Sinds 2011 zijn er diverse maatregelen genomen om uitvoering te geven aan het convenant. Doel van de convenantpartners is – binnen de vrijheid van religie – het dierenwelzijn bij de uitvoering van de onbedwelmde slacht volgens religieuze riten te verhogen. In het convenant is een aantal afspraken gemaakt om het welzijn bij deze slacht te verbeteren. Het is ook onze inzet daaraan inhoud te geven. Wij hebben in de besprekingen met de staatssecretaris onze bereidheid daartoe uitdrukkelijk uitgesproken en ook in praktische zin steeds voorstellen gedaan om dit ook tot uitvoering te brengen, en aan deze uitvoering concrete inhoud te geven.
De extra maatregelen die de staatssecretaris in zijn brief noemt vergen een grote inspanning van de convenantpartners, ook voor de slacht op uiterst kleine schaal zoals dit het geval is voor de Joodse slachtwijze. Met name op het gebied van de minimaal benodigde hoeveelheid kosjer te slachten vlees is het NIK met het ministerie in overleg over een werkbare invulling ten behoeve van de kosjere slacht. De maatregelen mogen niet leiden tot een feitelijk onmogelijk maken van de voortzetting om het recht op kosjer slachten uit te oefenen. Waar nodig zullen wij ons in blijven zetten om een dergelijke situatie te voorkomen.
