(Sjemot/Exodus 38:21 – 40:38)
PEKOEDEE (inventaris-berekening): Mosje geeft een overzicht van alles wat er gedaan is met de gewijde gaven. Mosje zegent het volk. Daarna verneemt Mosje dat de Woning op de eerste van de maand Nisan 2449 moet worden opgezet. Mosje zorgt er voor dat alle onderdelen van de Woning op de juiste plaats terecht komen. Aharon en zijn vier zonen worden gekleed in de priesterkleding en worden gezalfd. Als alles klaar is daalt de Wolk op de Woning, ten teken dat G’ds glorie is neergedaald. Als de Wolk optrekt, reist het volk verder.
Pekoedee is de 23e parsja van de Tora, de elfde van het tweede Tora-boek, Sjemot. Parsja Pekoedee telt 92 pesoekiem, verzen, 1182 woorden, 4432 letters en is hiermee de 41 na langste parsja. Pekoedee bevat geen geboden.
VERDIEPING I: MENSEN HELPEN IS BETER DAN ALLE OPENBARINGEN
We leven in het New Age tijdperk. We zweven maar al te graag weg in onze virtuele realiteit of zwemelen mee met allerlei spirituele winden. Toch is het Jodendom anders. Het begon al bij onze eerste Aartsvader Avraham. Hij werd door G’d aangesproken maar onderbrak dit gesprek om zijn gasten te ontvangen. Dit is ongelofelijk! Hoe kan men het Opperwezen laten staan? Is dat niet uiterst onbeleefd? Onbeleefd is het woord niet. Is dit niet het verkwanselen van die weinige gelegenheden om spiritueel te groeien?
In Pirkee Avot (4:17) zegt Rabbi Ja’akov: Beter één uur in boete en goede daden op deze wereld, dan het hele leven van de toekomstige wereld. (Maar beter één uur van zielenrust in de toekomstige wereld, dan het hele leven in deze wereld).
Rasjie legt het als volgt uit: in de toekomstige wereld kan men geen verdiensten verwerven. Verdiensten moeten verworven worden in deze wereld. De toekomstige wereld is de plaats waar de beloning genoten wordt. Aan de andere kant bestaat er in deze wereld geen werkelijke zielenrust en spirituele genieting. Daarom is de toekomstige wereld bestemd voor geestelijke verademing.
In de toekomstige wereld kan men zich niet verder ontwikkelen of perfectioneren. Wijze mensen begrijpen dit en besteden het grootste deel van hun tijd hier op aarde aan hun daadwerkelijke groei en ontwikkeling in Tora en mitsvot en weinig tijd aan materiële besognes. Vele mensen doen echter het omgekeerde. Het is dus niet goed om deze wereld als het ultieme levensdoel te beschouwen en alle tijd te besteden aan het najagen van aardse geneugten. Het boek Kohelet (Prediker) moet op deze wijze begrepen worden, aldus de Rambam (Maimonides).
Rabbi Jisra’eel Salanter vindt dat deze wereld, die ‘haveel havaliem’ – ijdelheid der ijdelheden – is, als een nul is: pas als je er een ander getal aan toevoegt, krijgt het waarde.
Hoewel deze wereld als doel in zichzelf onbelangrijk is, mag het toch niet geminacht worden omdat het dient als middel om de geestelijke rijkdom van de toekomstige wereld te verwerven, volgens Seforno.
Rabbenoe Jona stelt, dat men zich binnen korte tijd een groot aandeel in de toekomstige wereld kan eigen maken wanneer de tijd productief benut wordt. Er bestaat geen beschrijving van de beloning in de toekomstige wereld omdat dit het menselijke voorstellingsvermogen te boven gaat. Zelfs de profeten waren niet in staat om zich een goede voorstelling te maken van de toekomstige wereld.
Als er zich een gelegenheid voordoet om een goede daad te doen, moeten we die met beide handen aanpakken. Rav Jisra’eel Salanter hoorde eens twee mensen ruzie maken over de vraag wie iemand moest begraven. Rabbi Salanter deed accuut zijn tefillien (gebedsriemen) af om de overledene te begraven. Hoe intens we ook staan te davvenen (bidden) toch gaat actie om de mitsvot (geboden) uit te voeren voor.
Rav Sjelomo Wolbe leerde zelf nog in de Mirrer jesjieva toen vlak voor Moesaf (het extra gebed) op Jom kippoer werd uitgeroepen, dat een aantal `bochriem’ een zieke leerling gingen bezoeken. Ondanks alle heiligheid van deze unieke dag, ging het helpen van anderen voor.
Moraal van het verhaal: deze wereld is de arena van actie om in de Olam haba, de toekomstige wereld van G’ds aanwezigheid te genieten.
VERDIEPING II: AANDACHT VOOR DE MATERIE
In Pekoedee worden alle gedoneerde voorwerpen en onderdelen van het Misjkan nogmaals vermeld en wordt aangegeven hoe deze werden gebruikt. Tot de laatste cent kon en wilde Mosje aangeven wat er met de gedoneerde gelden en goederen gebeurd was en dat er `niets aan de strijkstok was blijven hangen’.
Het tweede boek van de Tora, Sjemot/Exodus, begint met de eerlijkheid van Jocheved, de moeder van Mosje en eindigt met Mosje’s totale transparantie. Jocheved moest kiezen tussen riet of stevig cederhout voor het mandje om Mosje in de Nijl te plaatsen om hem te verbergen voor de moorddadige Egyptische soldaten. Jocheved koos voor een rieten mandje. De Talmoed leidt hier uit af, dat tsadikiem (grote geesten) meer belang hechten aan hun goederen dan aan hun eigen lichaam.
Maar waarom vertelt de Talmoed dit en wat kunnen we hier uit leren? Tsadikiem zijn uiterst zorgvuldig met hun aardse goederen en bezittingen omdat ze die eerlijk verdiend hebben. Ze realiseren zich, dat iedere euro van Boven aan hen toebedeeld, bedoeld is voor een speciale bestemming. Toen Jocheved eenmaal besloten had, dat riet voldoende bescherming zou bieden voor haar drie maanden oude zoon Mosje, was dat genoeg om te beslissen om hier verder geen dure materialen aan te besteden.
Die gevoeligheid voor aardse goederen zijn we een beetje kwijtgeraakt in onze tijd. Ja’akov ging terug om wat kleine kruikjes op te halen, die hij vergeten was. Rav Wolbe stelt, dat als wij zorgeloos met onze spullen omgaan, dat dat een teken zou kunnen zijn van het feit, dat we er niet eerlijk aan gekomen zijn. Als we begrijpen, dat al onze bezittingen ons gegeven zijn om Hasjeem (G’d) zo optimaal mogelijk te kunnen dienen, kijken we heel anders aan tegen onze materie.
- STUKJE VAN DE GEBEDEN: OCHTEND-GEBED
ADON OLAM: LIEFDE VOOR G’DS EENHEID
Liefde voor het G’ddelijke in de Schepping is de hoeksteen van onze Joodse insteek. Hiermee beginnen we ons ochtendgebed. Hoe uit zich die liefde? Liefde is wederzijds. En hoe houdt G’d van ons? Zoveel als wij van Hem houden: ‘Je moet van de Eeu-wige je G’d houden met heel je hart, heel je ziel, en heel je vermogen.’
Als wij ons in Hasjeem laten opgaan, zal Hasjeem ons vervullen. Alles wat we nodig hebben, is een hart en een nesjomme. Die hebben we gekregen. Dat zijn de elementen die ons tot mens maken. Het is het vermogen om Hasjeem te zoeken en te vinden, dat ons richting geeft. Daarom zeggen we Sjema, de verklaring van G’ds Eenheid tweemaal daags, om warm, aanwezig en scherp te blijven
