Dagboek Carry Ulreich werpt licht op religieus-Joods leven in de oorlog

's Nachts droom ik van vrede Carry UlreichHet dagboek van een 14-jarig Joods meisje in Rotterdam biedt nieuw inzicht in het religieus-joodse leven in de Tweede Wereldoorlog. Onder de titel ‘s Nachts droom ik van vrede, Oorlogsdagboek 1941-1945 verschijnt het ego-document dit najaar in een bezorging van de historicus dr. Bart Wallet.

Opvallend aan de inhoud van het dagboek is het licht dat wordt geworpen op de dagelijkse werkelijkheid van religieus levende Joden in Nederland onder de oorlogs- en onderduikomstandigheden.

De 14-jarige Carry Ulreich zit tijdens de Tweede Wereldoorlog met haar ouders en zus ondergedoken bij katholieke mensen op de Matthenesserweg 28-c in Rotterdam. Van 1941 tot 1945 beschrijft ze in zeven schriftjes hoe dat was.

Wallet: “Carry’s door en door persoonlijke en authentieke verhaal geeft nieuwe informatie over de geschiedenis van ondergedoken Joden in Nederland.” Hij controleerde alle in haar dagboek voorkomende feiten. Tegenover het AD zei Wallet: ,,Alles klopt. Zij heeft erg goed geobserveerd. Dit geeft een uniek kijkje in de Rotterdamse oorlog. Wat Anne Franks dagboek voor Amsterdam is, is Carry Ulreichs dagboek voor Rotterdam.”

Uit het dagboek blijkt dat al in 1942 via de Engelse radio bekend werd dat de wegevoerde joden in Polen massaal uitgemoord werden. Over degenen die opgepakt en weggevoerd werden, maakte de familie Ulreich zich dan ook weinig illusies. Waarschijnlijk hoorde Carry Ulreich op 17 oktober 1942 Koningin Wilhelmina spreken voor Radio Oranje. Een van de spaarzame gelegenheden waarin zij het onderwerp aansneed: ‘Ik deel van harte uw verontwaardiging en smart over het lot onzer Joodse landgenooten. En met mijn geheele volk voel ik de onmenschelijke behandeling, ja het stelselmatig uitroeien van deze landgenooten, die eeuwig met ons samen woonden in ons gezegend vaderland, als ons persoonlijk aangedaan.’
Historici betwisten of ‘het stelselmatig uitroeien van onze landgenoten’ door de Koningin zo letterlijk is bedoeld, of dat de uitdrukking staat voor eliminatie uit de samenleving.  Voor het gezin Ulreich is de droeve boodschap in ieder geval duidelijk. De dagboekaantekeningen van Carry plaatst de discussie van historici in een nieuw kader.

Wallet (VU Amsterdam; specialisme Joodse geschiedenis) stelt dat het dagboek op sobere en indringende wijze laat zien hoe het was om als Joods tienermeisje volwassen te worden in de Rotterdamse oorlogsjaren. ‘s Nachts droom ik van vrede, Oorlogsdagboek 1941-1945 bevat de originele, ongecensureerde tekst; een nauwgezet verslag geschreven met een scherp oog voor persoonlijke emoties.
Wallet: “Iedereen probeerde er ondanks de omstandigheden het beste van te maken – ook op religieus gebied. Doordat Carry en haar familie waren ondergedoken bij een katholieke familie worden de onderlinge spanningen voor de lezer voelbaar.”

Carry Ulreich emigreerde na de oorlog naar Israël en heet nu Carmela Mass. In november hoopt ze 90 jaar te worden. Haar zoon, zelf boekuitgever, bracht het dagboek onder de aandacht van Wallet wat leidde tot de publicatie die dit najaar verschijnt. Na de bevrijding trouwde Carry met Jonathan Mass, een soldaat van de Jewish Brigade die Nederland had bevrijd en vestigde zich met hem in Jeruzalem. De huwelijksvoltrekking vond plaats op zondag 30 juni 1946 in de synagoge Joost van Geelstraat in Rotterdam.

Carry Ulreich:

Zijn enige broer sneuvelde in de strijd voor de oprichting van de staat Israel, nog voor onze Onafhankelijkheidsoorlog (1948). We kregen een dochter en twee zoons, hebben twintig kleinkinderen en meer dan zestig achterkleinkinderen.

Drie jaar later vertrokken ook haar ouders uit Nederland en vestigden zich in Israel. (Opper)rabbijn L. Vorst sprak hen toe op een afscheidsbijeenkomst waar hun inzet vooral op sociaal gebied voor de Joodse Gemeente in Rotterdam werd geroemd.

Er zijn slechts enkele andere oorlogsdagboeken gepubliceerd waarin het religieus-joodse leven een belangrijke rol speelt. Zoals het oorlogsdagboek van de classicus dr. G. Italie uit Den Haag en Dignity to survive (Yesupar lador) van Jona Emanuel. Hij woonde met zijn uit Hamburg gevluchte ouders voor en in de oorlog in Utrecht en, net als Carry Ulreich, ook in Rotterdam.

Fragment uit het oorlogsdagboek van Carry Ulreich:

Gisteren was door de Engelse radio een uitzending weer over de joden. Toen werd het gebed voor de doden eerst in Pools, daarna in Engels overgezet. Tenslotte heeft een chazzan het gezongen. Zoiets ontroerends nog nooit gehoord. Een prachtige stem, zo huilend, hij zong echt voor ons joden, van hart tot hart. Tranen van ontroering kregen we in onze ogen. Papa zelfs een hoorbare huilbui, zo precies was het alsof hij zong voor zijn broers en zusters. Om nooit te vergeten, dit gebed, zo prachtig.
Alleen begrijp ik niet dat het juist op shabbat voor de radio doorgegeven werd, dat mogen wij toch eigenlijk niet luisteren?
En als we juist dit gebod niet overtreden hadden, dan hadden we dit gebed gemist. Ik begrijp het niet. Want zoiets werd toch voor de joden uitgezonden. De christenen voelen mee, maar begrijpen zoiets toch niet.

‘s Nachts droom ik van vrede, Oorlogsdagboek 1941-1945 verschijnt bij Uitgeverij Mozaïek, in samenwerking met Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument in Rotterdam. Stichting Loods 24 en Joods Kindermonument heeft als doel ‘het realiseren en in stand houden van blijvende herinneringen aan het leven, de verdrijving, de deportatie en het vermoorden van joodse mensen in Rotterdam en de Zuid-Hollandse eilanden tijdens de periode 1940-1945’.

Reacties zijn gesloten.