(Bemidbar/Numeri 19:1-22:1)
CHOEKAT (WET):
- Met de as van de rode koe is het mogelijk rein te worden na contact met een dode.
- Mirjam sterft. Er is geen water. Mosjé slaat met zijn staf op de rots. Er komt veel water uit. Mosjé en Aharon mogen het Land niet binnen.
- De koning van Edom wil het volk niet doorlaten en dreigt met geweld; daarom kiest men een omweg.
- Aharon sterft op de berg Hor. Hij wordt opgevolgd door zijn zoon Elazar.
- Weer verzet het volk zich tegen Mosjé, waarna giftige slangen veel slachtoffers maken. Ook hieraan weet Mosjé een einde te maken.
- Sichon, koning der Emorieten, en Og, koning van Basjan, voeren oorlog en verliezen hun land aan het Joodse volk.
Choekat is de 39e parsja, telt 87 verzen, 1245 woorden, 4670 letters en is de 40 na langste parsja. Bevat 3 mitsvot, geboden.
VERDIEPING: HET WAAROM VAN DE MITSWOT (GEBODEN)
Soms geeft de Tora wel een reden voor de mitswot maar meestal worden de achtergronden van de geboden niet gegeven. Sjelomo hamelech, koning Salomo probeerde de hele Tora te doorvorsen maar toen hij bij het voorschrift van de rode koe aankwam, moest hij toegeven, dat dit voor hem te hoog gegrepen was.
Het Jodendom kent drie soorten voorschriften:
- Edoejot, Getuigenissen: door Sjabbat te houden getuigen wij van een Schepping in zes dagen.
- Misjpatiem, Civiele wetten en sociale voorschriften, die de maatschappij in stand houden.
- Choekiem, Onbegrijpelijke wetten, waarvan de betekenis onduidelijk is en die tegenstrijdigheden lijken te bevatten.
De Tora zelf benoemt vier voorschriften als onbegrijpelijk:
- a) Jiboem, het zwagerhuwelijk, omdat hier in feite een verboden relatie een gebod wordt.
- b) Sja’atneez, het verbod om wol en linnen gemengd in één kledingstuk te dragen.
- c) De bok op Jom Kippoer voor Azazel; deze reinigde het Joodse volk maar maakte de begeleider van het dier onrein (Lev. 16:29).
- d) De rode koe; Mosjé begreep de reden ervan wel, maar koning Salomo kon de achtergrond ervan maar niet vatten. Bij de rode koe staat zot choekat haTora – dit is de chok (onbegrijpelijke wet) van de Tora omdat eigenlijk de hele Tora boven de menselijke inzichten verheven is.
Waarom wil G’d de achtergronden van Zijn geboden niet aan ons openbaren?
Omdat de mens nogal eens op het verkeerde spoor wordt gezet wanneer de Tora wel de reden van een gebod geeft. Zelfs de wijste van alle mensen, koning Salomo, speelde dit parten. Zo geeft de Tora wel een reden voor het verbod voor een koning om meer dan 18 vrouwen te huwen: “opdat zij zijn hart niet van Hasjeem (G’d) zullen doen afwijken” (Deut. 17:17). Sjelomo dacht van zichzelf, dat hij in staat zou zijn om een veel groter harem te houden – 1000 vrouwen – en toch aan Hasjeem gehecht te blijven, hetgeen helaas jammerlijk mislukte. Had Sjelomo de Tora niet goed begrepen of had hij zijn eigen psychische kracht overschat?
Mogen we de Tora uitleggen naar de maatstaven van ons menselijk begrip?
In het Hebreeuws bestaat er één en hetzelfde woord voor smaak en reden: ‘ta’am’. Over het algemeen verwarren wij de begrippen smaak en reden. Ik neem het eten als voorbeeld. Zou men ons vragen waarom wij eten, dan antwoorden wij meestal, dat wij eten om in leven te blijven. Als je dan gevraagd wordt waarom we brood eten en geen hout, dan antwoord je: “omdat alleen in brood voldoende voedselwaarde zit om ons in leven te houden”. Meer kunnen we niet antwoorden omdat ons niet duidelijk is waarom de noodzakelijke ingrediënten om ons in leven te houden nu juist in brood en andere etenswaar zit en niet in hout of steen. Alleen Hasjeem (G’d) weet waarom Hij de wereld zo geschapen heeft, dat er verschil bestaat tussen food en non-food.
Hasjeem heeft ons echter ook smaakpupillen gegeven om het eten smakelijk te maken. Dit verandert niets aan de reden waarom wij eten. Ook als wij geen smaak zouden hebben – en sommige mensen kunnen inderdaad niet proeven wat zij eten – moeten we toch blijven eten om maar in leven te blijven. Als onze smaakpupillen ons eetpatroon volledig zouden bepalen, zou het wellicht slecht met ons aflopen. Wij zouden allerlei ongezonde dingen eten en dat zou onze gezondheid dusdanig kunnen bedreigen dat we zouden sterven.
De mitswot zijn ons geestelijk voedsel
We kunnen de mitswot met ons geestelijk voedsel vergelijken. Gelijk het lichaam heeft ook de `nesjama’ (ziel) geestelijk voedsel nodig. De mitswot en Tora leren zijn het spirituele menu voor de ziel. Waarom een bepaalde mitswa de ziel geestelijk sterkt, weten we niet. Om de mitswot aangenamer te maken heeft G’d soms een reden gegeven of een achtergrond toegelicht. Deze worden de ‘ta’amee hamitswot’ genoemd, de redenen of smaken voor de mitswot. Daardoor wordt het ons makkelijker en aangenamer om een mitswa uit te voeren.
Er zijn inmiddels duizenden sefariem (boeken) verschenen waarin de mitswot zo veel mogelijk worden toegelicht. Maar de redenen voor de mitswot geven ons geen recht om te beslissen wanneer wij een bepaalde mitswa wel en wanneer wij die bepaalde mitswa niet hoeven te doen.
Medelijden als achtergrond?
Zo kunnen we ook een bekende vraag beantwoorden. Er staat in de Gemara, dat wij tijdens de tefilla (het gebed) niet mogen zeggen: “Gelijk Uw medelijden neerdaalt op het vogelnest – omdat wij het moederdier moeten wegsturen alvorens de eieren te pakken – zal Uw barmhartigheid over ons komen”. De reden voor dit verbod ligt in de gedachte, dat Hasjeem ons de mitswot als een G’ddelijk decreet heeft gegeven en wij niet de hele mitswa van het wegzenden van de moeder enkel mogen uitleggen als een uiting van medelijden. Er zit veel meer achter. Ons beperkte verstand is niet in staat alles van de G’ddelijke wijsheid te vatten. Maar aan de andere kant wordt in dezelfde bronnen toch aangegeven dat het wegzenden van de vogel een uiting is van Hasjeems barmhartigheid. Hoe is deze tegenstrijdigheid te harmoniseren?
Dagelijks zeggen wij in het ochtendgebed: “Het is een chok (onbegrijpelijk voorschrift) voor Israël (het Joodse volk) maar een misjpat (begrijpelijk voorschrift) voor de G’d van Ja’akov” (Tehilliem 81:5). Wat hier bedoeld wordt door koning David, schrijver van vele Psalemen, is dat de achtergronden van de geboden voor ons onbegrijpelijk kunnen zijn maar deze niettemin perfect passen in G’ds plan met de wereld.
Hasjeems perspectief en het menselijk perspectief
Wanneer wij vanuit Hasjeems perspectief redeneren, zitten we fout als wij de redenen voor de mitswot als uitgangspunt nemen omdat wij niet overzien wat Hasjeems beweegredenen zijn. Aan de andere kant kunnen we wel zaken afleiden uit de mitswot, zoals een bepaalde `moesar-les’ of een reden om onszelf een gevoel van inzicht te verschaffen.
Sjelomo’s dwaling
We moeten dus goed onderscheiden tussen de `ta’amee hamitswot’ als `smaakmakers’ en de redenen voor de mitswot, die aangeven wanneer bepaalde details van de mitswot wel of niet van toepassing zijn. Sjelomo hamelech maakte een fout in die zin, dat hij het verschil tussen uitleg en reden uit het oog verloor. Het was niet zo zeer overmoedigheid als wel een foute interpretatie van de Tora.
Uiteindelijk zijn alle aspecten van ons bestaan alsmede alle mitswot ondoorgrondelijke besluiten van Hakadosj Baroech Hoe.
OZEER JISRAEEL BIGEWOERA – “Geprezen…Die Jisraeel omgordt met sterkte.”
TWAALFDE OCHTENDBERACHA.
Wij zeggen deze beracha omdat:
- VERBONDENHEID. Deze beracha als een riem rond het lichaam, onze verbondenheid met en trouw aan G’d aangeeft.
- SCHEIDING. Wij beseffen, dat wij een aantal karaktereigenschappen delen met de dieren en onderscheid moeten maken tussen hogere en lagere functies. Dezelfde gedachte van scheiding van hoger en lager komt tot uitdrukking in de gordel, die het bovenlichaam van het onderlichaam afgrenst. Tijdens het gebed zijn we bezig met hogere zaken en willen wij ons niet laten afleiden door onze driften en lagere impulsen.
