Dit jaar bestaat de Nederlandse afdeling van het Israelische Holocaust-instituut en museum Yad Vashem 25 jaar. Tijdens een bijeenkomst in Amsterdam werd hierbij stil gestaan. Opperrabbijn Jacobs was een van de sprekers.
Herdenken? A continuing story.
Herdenken is voor mij een erg beladen en deprimerend gebeuren is. De confrontatie, iedere keer weer, raakt mij diep. Ik kan er niet goed tegen. Regelmatig, als namen worden voorgelezen, herken ik familie: broers en zusters van mijn opa’s en oma’s, neven en nichten van mijn ouders. Ik herken ze en probeer mij even hun onbekende gezichten voor de geest te halen. Ik probeer ze mens te maken, meer dan een naam, een nummer alléén. Maar hoeveel namen worden gelezen waarbij niemand probeert zich iets voor te stellen? Want de trieste realiteit is dat naar de meeste namen niemand omkijkt, omdat er geen nazaten of bekenden zijn overgebleven, hele families zijn weggevaagd, geen spoor meer overgebleven.
Pompstation
Enige jaren geleden ontving ik een uitnodiging om te spreken bij de onthulling van een herdenkingsplaquette bij een pompstation in Brunssum, Zuid Limburg. Een waterzuiveringsinstallatie, dat in de wandelgangen ‘het pompstation’ werd genoemd. In de oorlog woonde hier een gezin met zeven kinderen. Vader was de beheerder van het complex dat het water voor Limburg drinkbaar moest maken. Omdat dit pompstation een potentieel en aantrekkelijk doel zou kunnen zijn voor het verzet, om op te blazen, was er bij voortduring een zware Duitse bewaking.
In Amsterdam werden Joden die waren opgepakt, verzameld in de Hollandsche Schouwburg om vandaaruit afgevoerd te worden via Westerbork naar de vernietigingskampen. De kleine kinderen en de baby’s verbleven aan de overkant van de Plantage Middenlaan in een kinderverblijf. Het verzet heeft, met toestemming en medeweten van de ouders, tegen de duizend kinderen mee kunnen smokkelen uit het kinderverblijf en laten onderduiken. De blonde kinderen kregen onderduikplaatsen in Overijssel en de donker getinte kinderen werden ondergedoken in Limburg. In Brunssum zaten meer dan tweehonderd Joodse kleine kinderen ondergedoken.
Een goede politieman heeft op een zekere dag het verzet gewaarschuwd dat er een razzia op komst was. In allerijl zijn alle kinderen weggehaald bij hun duikouders en zijn alle kinderen tijdelijk elders ondergebracht. Toen het sein veilig kwam werden de kinderen weer teruggebracht naar hun duikouders. Maar voor drieëntwintig kinderen was er geen plaats meer. De duikouders, heel begrijpelijk, waren teveel geschrokken en durfden het niet meer aan. En dus zat het verzet in de gitzwarte duisternis van de oorlog met drieëntwintig kinderen opgescheept.
De beheerder van het Pompstation heeft de drieëntwintig kinderen in huis genomen tot het eind van de oorlog. De SS patrouilleerde bij voortduring en toch hebben zijn echtgenote en ook hun eigen zeven kinderen met groot gevaar voor eigen leven de moed gehad om hiervoor te kiezen. De huisarts werkte mee, een zuster uit het lokale klooster en uiteraard de verzetstrijders…..
Minste weerstand
Heeft dit te maken met herdenken? Neen. Dit is educatie. Dit is opvoeding. Dit is: niet meedoen met de kudde die gewoonlijk de makkelijkste weg kiest, de weg van de minste weerstand, ook als die weg de gruwelijke ondergang van medemensen betekent, omdat het voor mij het makkelijkst is. Hoeveel mensen zijn bereid zich in te zetten gelijk de beheerder van het Pompstation?
Is herdenken van het verleden louter om historische of folkloristische reden zinvol? Neen. Misschien wel leuk en interessant, maar niet zinvol. Is herdenken van belang voor de toekomst, voor morgen? Misschien. Maar zeker hebben wij herdenken nodig voor het heden.
Warm bloed
In de Thora, de Vijf Boeken Mozes, de Bijbel, staat nooit geschiedenis. Iedere historische gebeurtenis die uitsluitend historie is, komt in de Thora niet voor. En als er wel historie wordt gebracht, dan is dat omdat die historie van belang is voor vandaag en dus daarom ook voor morgen.
Voordat de Joden door G’d uit de Egyptische Slavernij verlost werden, meer dan 3300 jaar geleden, werd Egypte getroffen door de Tien Plagen. De plagen hadden tot doel om de Farao van Egypte ertoe te nopen om de Joden te laten gaan. Uiteindelijk na Tien Plagen vond dan de Uittocht uit Egypte plaats. De eerste van de Tien Plagen was: Het koude water van de Nijl verandert in warm bloed.
Om de verderfelijke Egyptische cultuur te verlaten, de cultuur die onder zware invloed stond van de Nijl, de economische slagader van Egypte, de afgod, moet het koude water getransformeerd worden tot warm bloed. Koudheid veranderen in warmbloedigheid is voorwaarde nummer één om de verdorven en immorele maatschappij te verlaten of nog beter: te veranderen. Als ik deze gedachte uitsluitend op het verleden betrek, is het lezen van de Thora totaal zinloos geworden. De Thora wordt dan verlaagd tot een boeiend verhalenboek of tot een interessant en oud geschiedenisboek!
Het enige doel van de vertelling van de geschiedenis van het koude water dat in warm bloed verandert, is om die verandering in de mens teweeg te brengen. Onze laksheid, koudheid en onverschilligheid vormen de grootste bedreiging in ons huidige bestaan.
Voorwaarde
Herdenken is een continuing story, is een must, maar wel op voorwaarde dat het een vertaling krijgt naar het nu. Dat het onze ogen doet openen voor de soms keiharde realiteit van het leven. Herdenken is opvoeden, allereerst onszelf. Herdenken is een educatief project dat van vitaal belang is, voor vandaag en dus ook voor morgen.
Maar herdenken van de Holocaust heeft ook een heel persoonlijk aspect. Op zijn minst een klein plaatsje geven aan allen en aan ieder persoonlijk, die uit ons midden werden weggerukt. Ook wij moeten die minuut stilte in acht blijven nemen. Ik heb nog een beetje een beeld van de moord op mijn familie via eerstehands overlevering. Ik heb de onderduikplaatsen van mijn moeder nog mogen aanschouwen.
En daarom wil ik blijven herdenken, niet vanwege opvoeding of educatie, maar enkel en alleen uit respect voor mijn familieleden die werden weggevoerd, vernederd, vermoord. Die paar minuten per jaar, die vermelding van hun namen op een mooi en waardig monument. Lefman Hartog Elkus, een keer per jaar hoor ik zijn naam noemen en denk ik even aan hem, de broer van mijn oma, omdat niemand anders meer aan hem kan denken… . Dat moet kunnen blijven, voor hem en voor mij, zolang mogelijk. Maar ik besef, en de realiteit gebiedt mij te aanvaarden, dat tijd doet vervagen… .
Zolang er nog vijandschap bestaat en actief haat wordt gekweekt in giftige geschiedenisboekjes, tegen christenen, tegen moslims die anders denken, tegen Joden en tegen Israël, zolang zullen wij moeten herdenken om alert te blijven en ons niet te laten overmeesteren door koudheid of door naïef positief denken. En tegelijkertijd bidden, hand in hand, vanuit het diepst van ons wezen, voor echte vrede en alomvattende sjalom, voor alle bewoners van Uw aarde.
