“Tendentieuze conclusies doen meer schade aan Brit Mila dan de ingreep zelf”

 

De conclusies van een Israëlisch-Amerikaanse onderzoeker aan de universiteit van Sheffield brengen meer schade toe aan de Brit Mila (religieus-Joodse besnijdenis) dan de ingreep zelf. Eran Elhaik concludeert op basis van zijn onderzoek dat er een verband bestaat tussen besnijdenis en wiegendood, het fenomeen dat zuigelingen in de eerste weken of maanden sterven maar de doodsoorzaak niet duidelijk is.

Emeritus-hoogleraar kindergeneeskunde dr. Hugo Heijmans maakte korte metten met het onderzoek en media die kritiekloos de onderzoeksresultaten overnamen. Het Reformatorisch Dagblad had een vraaggesprek met professor Heijmans waarin de oud-geneesheer-directeur van het Amsterdamse Emma kinderziekenhuis/AMC het werk van Elhaik op zijn werkelijke merites beoordeelt.

Prof. Heijmans windt er geen doekjes om: “Dat er vaker wiegendood optreedt na besnijdenis is onzin. Er is veel op het onderzoek van Elhaik aan te merken. Joodse ouders hoeven zich geen zorgen te maken.”

Joodse ouders hoeven zich geen zorgen te maken

Elhaik gaat uit van de theorie dat langdurige stressfactoren zoals vroeggeboorte, roken van de moeder en te hoge lichaamstemperatuur een stapeleffect hebben en het risico op wiegendood verhogen. Heijmans: „Vervolgens keek Elhaik naar twee voor de hand liggende stressfactoren – hij noemt dat laaghangend fruit – die deze verschillen zouden kunnen verklaren: besnijdenis en vroeggeboorte. Er is een zee van andere factoren die een rol kunnen spelen en die zijn uitkomsten kunnen beïnvloeden.”
Elhaik keek in het kader van zijn studie hoe vaak wiegendood voorkomt in vijftien landen en onder blanke Amerikanen en hispanics. Hij vond op die manier een „sterk statistisch verband” tussen besnijdenis en wiegendood, zo’n zeven tot achttien weken nadat de ingreep heeft plaatsgehad. Zijn conclusie: „Besnijdenis verhoogt als stressfactor mogelijk het risico op wiegendood.”
Besnijdenis komt veel meer voor in Engelstalige landen dan in andere landen, meer onder blanke Amerikanen dan onder hispanics: Amerikanen afkomstig uit Latijns-Amerika. In de VS worden ook veel blanke jongetjes besneden. Heijmans: “Als je hispanics en blanke Amerikanen vergelijkt liggen de verschillen al direct voor de hand: sociaal-economische factoren, eetgewoonten en dergelijke. Elhaik heeft een statistische exercitie gedaan maar causaliteit compleet over het hoofd gezien.”

Brit Mila-stoel, Amsterdam, <1913

Geen grote kans op complicaties
Heijmans weerlegt de opvatting van Elhaik dat besnijdenis een grote kans op complicaties kent. Heijmans wijst op onderzoek waaruit blijkt dat de kans op complicaties als de ingreep plaatsheeft door een professionele besnijder thuis, een moheel, 0,3 procent is. Heijmans: “Er wordt goed gekeken naar contra-indicaties. Een kind dat geel is, te vroeg geboren is of uit een familie komt waarin bloedstollingsstoornissen voorkomen, mag pas na grondig onderzoek besneden worden.”
“Die 20 procent herken ik absoluut niet”, zegt Heijmans over de signalering van Elhaik dat er sprake is van bloedverlies tot soms 20 procent van het circulerend volume, een lagere hartslag en bloeddruk waardoor de zuurstofvoorziening verslechtert en het risico op wiegendood toeneemt. Heijmans: „Het bloedverlies is miniem. In de praktijk zie je dat het al snel weer bij zijn moeder drinkt. Dus het valt nogal mee met die ‘langdurige ernstige’ stress waar Elhaik over spreekt.

Laaghangend fruit en laag-bij-de-grondse conclusies
Blijkens de studie van Elhaik zou de ingreep, weken later, van week 7 tot 18, leiden tot een hoger risico op wiegendood. Heijmans gelooft er niets van. “Elhaik heeft laag fruit geplukt, maar ook wel erg laag-bij-de-grondse conclusies getrokken. De complicaties van dit soort onderzoek en de tendentieuze conclusies zijn erger dan de zeldzame risico’s die de ingreep zelf met zich meebrengt.”

De Amerikaanse vereniging van kinderartsen concludeert in een rapport uit 2012 dat de gezondheidsvoordelen van besnijdenis de mogelijke risico’s op complicaties overtreffen. Zo leidt besnijdenis tot een lager risico op hiv en urineweginfecties.

Reacties zijn gesloten.