Rosj Pina-leerlingen eerste gebruikers nieuwe NIK-sidoer

Twee jaar geleden verscheen de sidoer (gebedenboek) voor sjabbat, Chemdat Hajamiem. Sindsdien wordt reikhalzend uitgezien naar het vervolg, de sidoer voor door de week. Het goede nieuws is dat die er aan zit te komen. De verwachting is dat hij voor de zomervakantie van de drukpers rolt. Één groep gebruikers kon zolang niet wachten. Zij hebben nu een gebedenboek nodig. Dat zijn de leerlingen van de Joodse basisschool Rosj Pina. Zij zitten thuis in plaats van in het klaslokaal.

Dagelijks beginnen de leerlingen in de klas met een stuk uit het ochtendgebed. Naar gelang de leeftijd van de leerlingen groeit dat stuk groter. Doordat de scholen zijn gesloten in verband met het Coronavirus krijgen de scholieren thuis online onderwijs. Niet iedereen heeft hetzelfde gebedenboek thuis en de eigen sidoer, die ligt op school. Dus wendde Rosj Pina zich tot het NIK met de vraag of er een digitale oplossing is voor dit probleem. Op basis van de nog te verschijnen sidoer van door de week heeft het NIK voor iedere groep, van de kleuters in groep 1 & 2 tot en met de achtstegroepers, een apart dawwendocument gemaakt. Ruben Vis heeft de teksten geordend. “Ieder document bevat alleen die teksten die in die bepaalde groep worden gezegd. Er hoeft niet te worden gebladerd en er hoeven geen bladzijdenummers te worden onthouden. De docent kan zich met de leerlingen nu echt op de tekst concentreren zonder dat er aandacht moet uitgaan naar bijzaken. Omdat het niet alleen gaat om dawwenen maar ook om het dawwenen onder de knie te krijgen, zijn de zinnen in de drie stukken van Sjema genummerd. Dat is iets wat je in een normale sidoer niet zo gauw zou doen.”

Net als het lesmateriaal voor taal, rekenen of Ivriet, presenteert de docent het dawwendocument op het scherm en de leerlingen die thuis voor het scherm van hun laptop, computer of tablet zitten, kunnen meedoen alsof ze niet virtueel maar echt in het klaslokaal zitten.

Leila Notoadikusumo van Rosj Pina: “Je ziet als docent de leerlingen op je scherm. De microfoons worden door de docent uitgezet op drie leerlingen na die het stuk mogen opzeggen of zingen, begeleid door de juf. Tegelijk kan ik de tekst laten zien op het scherm en bijwijzen waar we zijn. Sommige stukken worden op muziek gezegd of gezongen. Die muziek kunnen we aanzetten in de ‘klas’. Ouders die ook in de kamer thuis bij hun kind zitten, kunnen ook meedoen.” Leila is enthousiast. “Dit maakt het Jodendom leuker!”

Reacties zijn gesloten.