Ook als het donker is

Aan het begin van de haggada komen wij twee inleidende stukken tegen die gaan over de vraag wat precies het juiste moment is voor sippoer jetsiat mitsraim (het vertellen over de uittocht uit Egypte). Het tweede stuk (na de vier zonen) suggereert dat we misschien al vanaf rosj chodesj over jetsiat mitsraim zouden moeten praten en laat zien dat de mitswa van het vertellen geldt op het moment dat matsa en maror op tafel liggen (Sederavond, dus – de Tora zegt met zoveel woorden dat matsot ’s avonds moeten worden gegeten).

Joel Erwteman

Het eerste stuk, een misjna uit de eerste perek van berachot (Berachot 12b), gaat over de vraag waarom wij ’s avonds (en niet overdag) de mitswa van sippoer jetsiat mitsraim (de verplichting om te vertellen over de uittocht uit Egypte) hebben.

De passage luidt:

אָמַר רַבִּי אֶלְעָזָר בֶּן עֲזַרְיָה: הֲרֵי אֲנִי כְּבֶן שִׁבְעִים שָׁנָה, וְלֹא זָכִיתִי שֶׁתֵּאָמֵר יְצִיאַת מִצְרַיִם בַּלֵּילוֹת, עַד שֶׁדְּרָשָׁהּ בֶּן זוֹמָא שֶׁנֶּאֱמַר ״לְמַעַן תִּזְכֹּר אֶת יוֹם צֵאתְךָ מֵאֶרֶץ מִצְרַיִם כֹּל יְמֵי חַיֶּיךָ״. ״יְמֵי חַיֶּיךָ״ — הַיָּמִים, ״כֹּל יְמֵי חַיֶּיךָ״ — הַלֵּילוֹת וַחֲכָמִים אוֹמְרִים: ״יְמֵי חַיֶּיךָ״ — הָעוֹלָם הַזֶּה. ״כֹּל״ — לְהָבִיא לִימוֹת הַמָּשִׁיחַ

Rabbi Elazar ben Azarja zei: ik ben als iemand van zeventig, maar kon niemand ooit overtuigen dat jetsiat mitsraim ook ’s nachts vermeld zou moeten worden, totdat Ben Zoma dat afleidde uit een pasoek. Er staat (Dewariem 16:3) “[je mag geen chamets eten en je moet matsot eten] zodat je je de dag dat je uit Egypte wegtrok alle dagen van je leven zal herinneren.” Als er alleen maar had gestaan: “de dagen van je leven” dan had ik geweten dat die mitswa overdag geldt. Dat er staat “alle dagen van je leven” voegt ook de avonden toe. De andere geleerden zeiden: “de dagen van je leven” leert de mitswa voor onze wereld. “Alle dagen van je leven” leert de mitswa voor de dagen van de masjiach.

De misjna waar dit uit komt gaat eigenlijk over het lezen van de derde parasja van Sjema en heeft niets met sederavond van doen. Ben Zoma leert dat ondanks het feit dat de derde parasja van Sjema over tsitsiet gaat en er ’s avonds geen verplichting bestaat om tsitsiet te dragen, je deze parasja toch moet lezen omdat daarin wordt gesproken over jetsiat mitsraim. De verplichting om het daarover te hebben bestaat ook ’s nachts.

De ba’al haggada (de auteur of redacteur van de hagada) past de misjna een klein beetje aan aan het doel waarvoor deze passage in de haggada is opgenomen: de eerste paar woorden van de misjna (מַזְכִּירִין יְצִיאַת מִצְרַיִם בַּלֵּילוֹת – “ook ’s avonds moet je jetsiat mitsraim in herinnering brengen”) laat hij weg. Deze woorden maken immers duidelijk dat het hier gaat over de verplichting van zechirat jetsiat mitsraim (= het lezen van sjema) en passen niet in de haggada. In plaats daarvan laat hij het segment beginnen met R’ Elazar ben Azarja. Hoewel er dus wat geweld wordt aangedaan de oorspronkelijke strekking van de misjna, is het duidelijk waarom dit stuk hier staat. Ook – vooral – ’s avonds moeten wij het over jetsiat mitsraim hebben. Dat ligt ook in het verlengde van het stuk dat wij later in de haggada lezen (“ik had gedacht dat dat de mitswa al vanaf rosj chodesj zou gelden”) – er is een verband tussen de eet-mitswot van de avond en het vertellen over de uittocht. Vandaar sederavond.

Wat minder duidelijk is, is waarom de ba’al hagada de introductie van R’ Elazar ben Azarja heeft laten staan. Hoewel de letterlijke betekenis hiervan niet duidelijk is, lijkt R’ Elazar ben Azarja te zeggen dat hij eruit zag alsof hij zeventig was of misschien zelfs zeventig was. Waarom is dit voor de haggada van belang?

In zijn verklaring van de haggada suggereert Rabbiner dr. Marcus Lehmann (Mainz, Duitsland, 1831 – 1890) dat deze woorden door de ba’al haggada door zijn subtiele bewerking tot de kern van deze passage worden gemaakt.

In de manier waarop de haggada de misjna aanhaalt gaat deze immers over Sederavond (daarom zijn de eerste woorden weggelaten). Volgens Lehmann gaat de misjna niet alleen over de vraag waarom wij in letterlijk zin ’s avonds over de uittocht praten. Het antwoord op die vraag kennen we al – dat is het moment van de matsot. De passage gaat over iets diepers – de vraag waarom we het in deze tijden, waarin wij wederom in galoet zijn, nog over een eerdere verlossing moeten hebben. De ba’al haggada suggereert dat we de woorden הֲרֵי אֲנִי כְּבֶן שִׁבְעִים שָׁנָה moeten begrijpen als “ik ben als iemand die leefde gedurende de zeventig jaar durende Babylonische ballingschap” – in galoet dus. R’ Elazar ben Azarja zegt: ik weet eigenlijk niet waarom we het in die omstandigheden nog over jetsiat mitsraim moeten hebben – we waren verlost, maar nu zijn we weer terug bij af.

Het antwoord daarop is de limmoed van Ben Zoma: we moeten het niet alleen over jetsiat mitsraim hebben als het dag is – als het ons goed gaat – maar ook, vooral, als het nacht is – in tijden van donkerte en galoet.

In die interpretatie moeten we het einde van de misjna zo begrijpen dat chachamiem nog verder gaan. Niet alleen nu moeten wij het over jetsiat mitsraim hebben – nu dat de grootste verlossing is die we als volk hebben meegemaakt – maar ook als in de toekomst de geschiedenis is voltooid en masjiach is gekomen blijft de jetsiat mitsraim van belang.

Het lijkt gek om in deze dagen van beperking een feest van vrijheid te vieren. We zetten de deur open voor Elijahoe, maar hopen dat hij 1,5 meter afstand houdt.

Het lijkt gek om in deze dagen van beperking een feest van vrijheid te vieren. We zetten de deur open voor Elijahoe, maar hopen dat hij 1,5 meter afstand houdt. In Ha Lachma Anja nodigen we iedereen uit te komen eten bij ons feestmaal – maar eigenlijk houden wij het liever bij ons gezin. Deze Pesach is echt anders dan alle andere keren Pesach die eraan vooraf gingen. Hoewel de vraag zich opdringt of we in die omstandigheden wel onze vrijheid kunnen vieren, wijst de limmoed van Lehmann ons de weg. Juist als het donker is vinden we kracht in de verhalen en rituelen die ons binden. Onze traditie en de wetenschap dat we – hoewel fysiek niet samen – tegelijk dit feest beleven geven ons kracht.

Ik zal dit jaar, met nog meer kavanna dan anders, aan het eind van de Seder de wens uitspreken dat we volgend jaar de Seder in vrijheid en gezondheid mogen vieren in een hersteld Jeroesjalaim.

Reacties zijn gesloten.