In zijn woonplaats Jeruzalem is op 82-jarige leeftijd Gershon Eisenmann overleden. Hij was van 1999 tot 2007 lid van de Permanente Commissie (bestuur) van het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap.
Het bestuurslidmaatschap van het NIK was de laatste bestuurlijke functie in Joods Nederland die hij aanvaardde nadat hij eerder onder meer voorzitter van de NIISA en van de fondsen Friedmann’s stichting en Cientje van Aalst was geweest, bestuurslid van Joods Bijzonder Onderwijs, het Nederlands Israëlietisch Seminarium en van het Doodgraverscollege van de Joodse Gemeente Amsterdam. Gershon Eisenmann was begin jaren ’60 een van de oprichters van de sjoel in Buitenveldert, de woonwijk die uit zou groeien tot het hart van het Joodse leven.
In de Permanente Commissie maakte Eisenmann zich sterk voor goede verhoudingen tussen bestuur en rabbinaat. Zijn grote Joodse kennis, zijn jarenlange bestuurlijke ervaring en zijn minzame persoonlijkheid vormden een zeldzame mix die hem groot respect en persoonlijke waardering opleverden bij zijn bestuurlijke collega’s en bij het corps der geestelijkheid.
Van zijn vader, in de jaren ’60 eveneens bestuurslid van het NIK, had hij de belangstelling en detailkennis van de Amsterdamse minhag meegekregen, van zijn moeder de voorliefde voor het Mizrachi Zionisme. Zijn beide zoons zag hij in zijn voetsporen treden als initiatiefnemers tot een jeugdminjan op sjabbat in Amsterdam (in het eerste Maimonides-gebouw in de Noordbrabantstraat) en later van de AMOS-sjoel, naast de vervulling van allerlei andere bestuurlijke posities.
Gershon Eisenmann was bescheiden in zijn geldingsdrang, tegelijkertijd deed hij veel, onnoemelijk veel. Maar bovenal gold voor hem: asee Toratècha keva – maak je de studie van de Tora tot een vaste plicht. Gershon Eisenmann was veertig jaar geleden een van degenen van een toen heel klein clubje mensen in Amsterdam die de-dagelijkse-daf samen leerde. Nu is het dagelijks bestuderen van een blad Talmoed iets waar alleen al in Nederland tientallen mensen zich iedere dag toe zetten.
Honderdtwee jaar geleden overleed in Amsterdam Gershon Eisenmann, de grootvader waarnaar de nu overleden kleinzoon is vernoemd. De gelijkenis in naam, in actieve inzet en het gedenken na hun dood, is verbluffend. Ook die Gershon Eisenmann was uitzonderlijk intensief en op breed terrein bestuurlijk actief ten bate van de kehilla en van Joodse kennisoverdracht, beiden hielden zich bezig met de zorg voor de minder draagkrachtige geloofsgenoten, beiden ook met het vizier gericht op Israël (in 1918 nog Palestina). Bij het overlijden in 1918 werd over Gershon Eisenmann gezegd “Hij was een jehoedie van de oude stempel die zich onder alle omstandigheden zijn plicht bewust was”. Een oordeel dat in 2020 één op één kan worden uitgesproken over de kleinzoon Gershon Eisenmann bij diens overlijden.
Hechower rabbi Gershon ben hechower rabbi Sjemoe’el halevi, jehi zichro baroech, moge zijn aandenken tot zegen zijn.
Tehee nafsjo Tseroera Bitsror Hachajiem.

