Jodenhaat is nog springlevend, constateert rabbijn mr. drs. R. Evers. Hoe komt dat? Rabbijn Evers zoekt naar een verklaring, maar die is moeilijk te vinden.
Het is weer 4 mei. Vele gedachten gaan door mijn hoofd. Met de spookvraag, die steeds terugkomt, voel ik me uiterst verlegen en ongemakkelijk: hoe kan het zijn dat het antisemitisme zestig, zeventig jaar na de Shoah nog zo manifest in de samenleving aanwezig is? Het lijkt zelfs weer toe te nemen.
Een van de mogelijke antwoorden is dat het antisemitisme nooit is weggeweest. De bejegening van de Joden direct na de Tweede Wereldoorlog spreekt hier boekdelen.
Harde realiteit
Mijn moeder, Auschwitz-Häftlinge, waarschuwt ons regelmatig dat het antisemitisme aan het begin van de Tweede Wereldoorlog niet zo virulent en salonfähig was als nu. Voor degenen die niet in hun totale bestaan bedreigd werden, lijkt 65 jaar geleden ver weg. Maar voor ons is het nog steeds een harde realiteit, die wij in ons (onder)bewustzijn meedragen: het kan zo maar weer gebeuren.
Moderne Nederlanders voelen zich niet verantwoordelijk voor wat de vorige generatie heeft gedaan. We leven inmiddels in een geïndividualiseerde, verharde maatschappij. Misschien is daarom discriminatie niet meer zo verwerpelijk. Iedereen maakt zijn eigen afwegingen. Het beeld van Israël als onderdrukker en schender van mensenrechten draagt ook niet bepaald bij aan een sympathieke houding tegenover Joden.
Psychische bedreiging
Antisemitisme is een veelkoppig monster dat ons alle eeuwen door bedreigd heeft en miljoenen Joodse levens heeft gekost, nog ongeteld de velen die in de armen van christendom of islam gedreven zijn om zich het vege lijf te redden. Zelfs als zij binnenshuis nog aan de eigen rituelen vasthielden, moesten hun kinderen mee in de hoofdstroom en bleven daar bijna altijd in.
Behalve een fysieke bedreiging vormt antisemitisme ook een psychische bedreiging voor het Joodse volk. Weinigen ontkomen aan de invloed van de demonisering van de eigen groep, van de haatformules, het afbreken van je zelfrespect, het gevoel dat je buren, je collega’s, je klanten of leveranciers je aankijken op wat je wel of niet op je kerfstok zou hebben omdat je Joods bent.
Ondanks alle ‘vooruitgang’ blijken de vooroordelen over Joden en het stereotypische beeld dat de meeste mensen hebben steeds weer de kop op te steken. Andere negatieve reacties zijn selbsthass oftewel Joods antisemitisme. Een groep Duitse Joden in de jaren dertig had de leuze ”Heraus mit uns”. Ook ziet men nogal eens identificatie met de onderdrukker optreden, zoals de kapo’s in de concentratiekampen, en soms ontvlucht men het Jodendom door een ander geloof aan te nemen.
Paplepel
Antisemitisme kan al op heel jonge kinderen overgedragen worden. Het jong leren beklijft het meest. Wanneer ouders een negatieve houding hebben tegenover Joden, hoe subtiel dit soms ook kan zijn, heeft dit sterke invloed op de kinderen. Zij groeien op met een ‘aangeboren’ afkeer waarvan zij zelf niet eens kunnen benoemen wat de reden is, maar omdat het met de paplepel is ingegoten, wordt deze vicieuze cirkel van haat onderhuids voortgezet.
De aangevallen groep is altijd een minderheidsgroep, waarbij de meerderheidsgroep zich verheft door de ander minderwaardig te achten. Als je een ander lager neerzet dan stijg je zelf, een zeer oud verschijnsel.
Ballotage
Het vooroorlogse Nederlandse antisemitisme ging niet over tot vervolging, wel tot discriminatie. In bepaalde verenigingen kwamen Joden niet door de ballotagecommissie onder valse voorwendselen. In de Grote Club kwamen geen Joden, er waren weinig hoge officieren in het leger en er werden vóór 1940 nooit Joden tot burgemeester benoemd. Ik noem dat een mild antisemitisme dat veelal te vinden was in gentlemen’s agreements, geheime afspraken onder de bevoorrechten.
Waar moet dit naartoe? Moeten we maar weer onze koffers pakken? Kennelijk komt er geen einde aan de stroom antisemitisme die door de geschiedenis gaat. Antisemitisme heeft altijd en overal bestaan, onafhankelijk van het niveau van aanpassing aan de overheersende cultuur.
Heviger
Soms lijkt het er zelfs op alsof het antisemitisme heviger wordt wanneer er minder Joden in de buurt wonen. Een typisch voorbeeld daarvan is Polen op dit moment. Het antisemitisme past niet binnen een wetenschappelijke of sociologische theorie.
Antisemitisme wordt nog wel eens teruggevoerd op de strijd tussen Ezau en Jakob uit de Bijbel. Aan hun zwangere moeder Rebekka werd geprofeteerd dat haar kinderen niet goed zouden kunnen coëxisteren. Ezau ambieerde het aardse leven, Jakob het hemelse. Maar wie herinnert zich deze Bijbelse figuren nog in het seculiere Nederland anno 2010?
Antisemitisme lijkt onuitroeibaar. Naar het waarom blijf ik gissen. Een prettige 5 mei!
[Tevens gepubliceerd in Ref. Dagblad, 4 mei 2010]
