Een brief van de Protestantse kerk aan de Israelische ambassadeur heeft tot een boze reactie geleid bij zowel het Centraal Joods Overleg, Christenen voor Israel als de ambassadeur zelf.
Tot onze niet geringe verwondering hebt u in een open brief aan de ambassadeur van de staat Israel een aantal stellingen betrokken die op zijn zachtst gezegd leiden tot het op scherp stellen van de ontmoeting die staat gepland voor 9 maart a.s. waartoe u ons hebt uitgenodigd,” reageert het Centraal Joods Overleg op de brief van de Protestantse Kerk aan de Israelische ambassadeur in Den Haag.
Eenzijdig
Uw brief noemt een aantal uitgangspunten, die deels onjuist en in elk geval eenzijdig tegen Israel gericht zijn.Uw roep om schadevergoeding voor de plaatsing van de afscheidingsbarrière, hebben wij in het licht van de vele dodelijke slachtoffers van Palestijns terrorisme in het verleden en de doorgaande raketbeschietingen vanuit Gaza als ronduit ergerlijk ervaren. Maar wij hebben nimmer een brief van u aangetroffen aan diegenen die het gezag uitoefenen, maar nalaten schadevergoeding te betalen voor raketaanvallen op de burgers van Sderot (soeverein Israelisch gebied) en voor terreuraanslagen op Israelische burgers uitgevoerd vanuit Palestijns of Libanees gebied. Ook mensen van Nederlandse afkomst (joods en christelijk )zijn dodelijk slachtoffer geworden van dergelijke terreuraanslagen. Dat heeft tot gevolg dat de Joodse gemeenschap en individuele Joden in Nederland eveneens schade van de Palestijnse terreur ondervinden. De financiële en emotionele druk die dit teweeg brengt is ongekend hoog.
Voorbij
In uw brief gaat u volledig voorbij aan het feit dat de moeilijke positie van Christenen in het Midden-Oosten voor het grootste deel losstaat van de Israelische politiek. In Irak verlaten Christenen massaal het land, de Kopten in Egypte worden voortdurend getreiterd door Moslim Broeders en in Gaza en in de Westelijke Jordaanoever worden Christenen lastiggevallen door andere Moslim fundamentalisten. In delen van Saudi-Arabie mogen Christenen niet wonen en is de verkoop van Bijbels verboden. Daartegen groeit het aantal Christenen in Israel gestaag. De Israelisch-Druzische politicus Ayoub Kara zei eerder deze week nog: al er geen Israel zou zijn, dan zouden er ook geen kerken bestaan in het Midden-Oosten. Daarmee aangevend dat het belang voor de christenen (naar zijn opvatting, niet ons oordeel) bij Israel ligt en niet bij de Israel omringende mogendheden.
Niet gezien
U schrijft wel een beroep (voor erkenning van het bestaansrecht van Israel) te doen op uw Palestijnse partners. Maar dat zijn NGO’s. Brieven aan Hamas, de Palestijnse autoriteit, Syrië en Iran hebben we niet gezien en zijn in elk geval niet in de publiciteit gebracht. Van uw NGO partners verwacht u overigens niet meer dan de erkenning van Israel’s bestaansrecht. Geen recht op participatie in de internationale wereldgemeenschap, waar tot de dag van vandaag gepoogd wordt Israel als paria te positioneren, geen recht op de vrijheid van religie, voor joden en christenen en andere geloven, geen afzwering van geweld, geen beëindiging van de antisemitische hetze op radio en tv en geen stopzetting van de heiloze boycot van Israelische producten.”
Afschuw
‘Opnieuw wijst leiding van PKN op arrogante wijze Israel terecht’, aldus Christenen voor Israel. De christelijke organisatie zegt met afschuw te constareren dat de kerk er blijk van geeft ‘zich te laten influisteren met valse informatie en misleidende propaganda’.
Wat de kerk zou moeten doen, aldus CvI, is voor Israël op de bres staan nu het antisemitisme voortwoekert. Wat de kerk zou moeten doen is een dam op werpen tegen de demonizering van Israël. Waar de wereld Israël aanklaagt en isoleert zou zij de advocaat van Israël moeten zijn.
Gelijk het CJO opmerkt, noemt CvI het wrang om te moeten merken dat er wel een brief op het bureau van de Israëlische ambassadeur gedeponeerd wordt, maar dat de brievenbussen van dictaturen waar nota bene christenen vervolgd worden, inclusief de gebieden waar Hamas en de Palestijnse Autoriteit (P.A.) regeren, leeg blijven.
Christenen voor Israel roept het leiderschap van de kerk op met liefde om Israël heen te staan en de kritiek aan de wereld over te laten. “Opnieuw roepen wij het moderamen van de PKN op zich niet meer te laten inpraten door diegenen die het geloof in Gods beloften aan Israël al lang verloren hebben.”
Israelische ambassadeur
Ambassadeur Harry Kney Tal reageert verbaasd op de brief van de PKN. Zijn integrale reactie luidt als volgt:
Verbouwereerd las ik over de brief die aan mij was overhandigd door het dagelijks bestuur van de PKN. In mijn naïviteit nam ik de verklaring van het dagelijks bestuur op het eerste gezicht aan, namelijk dat zij niet geïnteresseerd waren om hun demarche openbaar te maken. Terugkijkend konden zij het waarschijnlijk niet laten om zich bij het koor aan te sluiten en punten te scoren bij het pro-Palestijnse kamp.
Desalniettemin zijn de eenzijdige posities, zoals beschreven in het artikel, een raadsel voor mij. Want uiteindelijk gaat het Israëlisch-Palestijnse conflict om twee partijen, met twee uitgesproken verhalen. Door één van die verhalen te omhelzen en vrijwel alle schuld voor de huidige sombere situatie in het Midden-Oosten bij Israël te leggen, kan men nauwelijks een bijdrage leveren aan meer begrip en verzoening. Beide zijn essentiële voorwaarden om dit historische conflict op te lossen.
Het artikel refereert aan reizen naar de regio die hebben bijgedragen aan een verandering van gedachten. Sta mij toe serieuze twijfel te uiten over de kwaliteit van het onderzoek dat werd uitgevoerd voordat de PKN besloot op diplomatieke demarche te gaan. Eenzijdige “exposure trips” naar het Midden-Oosten, georganiseerd, betaald en begeleid door NGO’s met een duidelijke politieke agenda kunnen niet als basis dienen voor serieus onderzoek of als rechtvaardiging dienen voor een meningsommezwaai over het conflict. Ik vraag me af waarom de zorgen van bijna de helft van het Joodse volk dat in Israël woont, niet duidelijk en naar verhouding zijn meegewogen, voordat het appèl aan de Israëlische regering werd gemaakt. Is hun onvervreemdbare recht om te leven zonder angst, terreur, raketten, geweld, ontvoeringen en opstoking minder belangrijk? In dit ongelukkige conflict heeft geen enkele zijde een monopolie op lijden. Beide kanten dragen een zware, pijnlijke last met zich mee, die de zoektocht naar een politieke oplossing meer dan ooit noodzakelijk maakt.
De PKN beweegt zich ongemakkelijk tussen theologische en politieke niveaus in hun eisen. Mijn commentaar verwijst naar de politieke punten in de demarche. Nogmaals, ik heb geen goede verklaring waarom het dagelijks bestuur ervoor koos om de expliciete roep van de Israëlische premier voor de tweestatenoplossing, te negeren.
In plaats van Israël op te roepen tot het stoppen met de uitbreiding van nederzettingen, zou de PKN notitie moeten hebben gemaakt van het recente besluit van de Israëlische regering tot een gedeeltelijk moratorium op uitbreiding van de nederzettingen voor een periode van tien maanden, om een goed klimaat te garanderen voor de voortgang van de vredesonderhandelingen. Het Palestijnse leiderschap, niet dat van Israël, weigert terug te keren naar de onderhandelingstafel, waardoor de doorstart van het vredesproces wordt vertraagd. De PKN koos er daarbij voor om de opmerkelijke economische groei op de Westoever en de Israëlisch-Palestijnse samenwerking die dit mogelijk maakt, te negeren. Zou het kunnen dat positieve ontwikkelingen, die niet passen in vooringenomen ideëen over het Palestijnse lijden, terzijde worden geschoven? In plaats deze feiten nauwkeurig te wegen, gebruikt de oproep aan Israël de taal van degenen die ons willen delegitimiseren. Hoe kan men dit verzoenen met christelijke liefde voor – en bezorgdheid over – het volk van Israël?
Alleen door liefde en medeleven aan beide partijen te tonen kan de fundering voor verzoening worden gelegd. Sterke vereenzelving met één partij verlengt het conflict, in plaats van het te beëindigen. De ware supporters van het Vredesproces in het Midden-Oosten zouden hierop moeten reflecteren en zouden niet moeten kiezen voor de makkelijke weg: door één partij verantwoordelijk te houden voor het conflict.
Beraadsgroep dominees
Elf dominees binnen de Protestantse Kerk en actief in de Gereformeerde Bond, de Confessionele Vereniging, het Evangelisch Werkverband en de Christelijke Ambassade in Jeruzalem, hebben als beraadsgroep Israel gereageerd op de PKN-brief. Zij noemen het jammer dat de brief aan de Israelische ambassadeur is geschreven. “Het raakt opnieuw de Joodse gemeenschap – de ambassadeur spreekt in een openlijke reactie over een taal die gebezigd wordt door hen die Israël delegitimeren – en het mist de instemming van een aanzienlijk deel van onze kerk.”
