Een mens kan heel oud zijn, maar niet bejaard.

Aan de ander kunnen geven, is van vitaal belang voor de goede verhouding met onze omgeving, zo legt opperrabbijn Jacobs uit. Hij trekt een parallel met de groei van een boom, met het oog op Toe Bisjwat, het Nieuwjaarsfeest van de Bomen.
Ook Joods-Nederland is tegen discriminatie op grond van leeftijd!
15 Sjewat, Toebisjwat, sjabbat 30 januari, is het Nieuwjaarsfeest van de bomen.
De leeftijd van de bomen moeten we weten in verband met diverse wetten die gelden ten aanzien van het gebruik van de vruchten van een boom. Maar ook als ik geen boom bezit, hebben deze wetten betekenis.

Kie ha’adam eets hasadé – de mens is gelijk een boom in het veld, lezen we in de Tora.
Een boom heeft wortels, een stam met takken en een boom produceert vruchten.
Ook de Jood heeft wortels, roots. Zonder deze roots, de verbintenis met zijn joodse erfenis, kan de boom niet groeien. Een kleine rukwind zal de boom doen vallen.
De stam, de ruggengraat van de boom, symboliseert de kennis van Tora en Traditie. Zonder kennis overleven we niet als Joods volk!
Maar het uiteindelijke doel van het boomsysteem is het voortbrengen van vruchten.
Als een Jood of Jodin zich Joods voelt en zich verbonden weet met zijn of haar roots en als hij of zij beschikt over een grote joodse kennis, dan is dat erg fijn.
Maar als het Joodse gevoel en de Joodse kennis geen vruchten afwerpen, dan ontbreekt er iets heel wezenlijks: omdat van vruchten ook anderen profiteren.

Geven wij wel genoeg of zijn we gierig?
Een vrouw kwam bij de rabbijn van Brod, rabbijn Shlomo Kluger, en beklaagde zich over haar man. Haar man was schatrijk maar tegelijkertijd extreem gierig. Niets mocht ze kopen, alles was te duur…… .
Toen rabbijn Kluger dit hoorde zei hij dat hij hiermee een vraag, die hem al vele jaren bezig hield, beantwoord zag. In de Misjna in het traktaat Kidoesjin leren we m.b.t. huwelijkswetgeving: als een man een vrouw huwt op voorwaarde dat hijzelf rijk is, maar na het huwelijk blijkt dat hij onwaarheid heeft gesproken omdat hij arm is. Of als een man een vrouw huwt op voorwaarde dat hij arm is en hij blijkt achteraf zeer vermogend te zijn: in beide gevallen is het huwelijk ongeldig.
Ik begrijp, zo sprak de rabbijn, dat het huwelijk ongeldig is als de vrouw meende dat zij met een rijke man trouwde en hij blijkt achteraf straatarm te zijn. Zij voelt zich terecht bedrogen.
Maar als een vrouw denkt dat haar man arm is, zoals de man zelf aangaf tijdens de huwelijksplechtigheid, en achteraf blijkt hij zeer vermogend te zijn: waarom is het huwelijk dan ongeldig? Zij zal toch zeer blij zijn met deze geweldige meevaller?!
Maar nu weet ik het antwoord op deze vraag, sprak de rabbijn: om getrouwd te zijn met een rijke echtgenoot die door zijn gierigheid zich gedraagt alsof hij straatarm is, is ondraaglijk…..

Aan de ander kunnen geven, is van vitaal belang voor de goede verhouding met onze omgeving. Maar geven doe je zeker niet alleen met geld!
Inzet, vrijwilligerswerk, er zijn als je nodig bent, klaar staan voor de medemens: ook dat zijn vruchten!

Maar wat als iemand zich te oud meent om nog te kunnen produceren?
Ons Jodendom is van oudsher tegen discriminatie op grond van leeftijd! Wij kennen de 65 of 67 discussie niet. Een mens kan heel oud zijn, maar niet bejaard.
Natuurlijk zal de bijdrage met het stijgen der jaren een verandering ondergaan, maar in welke levensfase we ons ook bevinden, wie we ook zijn, hoe sterk of onverhoopt zwak we ons ook voelen, of we tiener zijn of tachtiger: altijd kunnen en moeten we vruchten afwerpen. Of die vruchten nu bestaan uit intensieve inzet of uit een begripvolle en een dankbare glimlach, of het gaat om een substantiële financiële bijdrage of een klein bedrag: een vrucht is een vrucht!
En die vruchten heeft onze gemeenschap, ook hier in Nederland, broodnodig, van oude en van jonge bomen.

Namens Rabbinaat en Bestuur: nog vele productieve jaren!

Binyomin Jacobs, opperrabbijn

Reacties zijn gesloten.