Ruim een jaar geleden werd rabbijn Eliahoe Philipson uit Enschede attent gemaakt op de verwaarlozing, die er op de oude begraafplaats in Delden heerste. Over wat er sindsdien is gebeurd schrijft hij onderstaand.
In het begin van de 18de eeuw bestond er reeds een georganiseerde Joodse gemeenschap in Delden. Ook voor die tijd woonden er al Joden in die plaats, zoals in veel plaatsen in Overijssel, maar niet in officieel geregistreerde vorm. Gezien de beperkingen, die aan de Joden waren opgelegd, konden zij maar in een beperkt aantal beroepen werken, waardoor zij min of meer gedwongen waren, lage beroepen uit te oefenen, die vaak ook een trekkend bestaan voorschreven. Dit uit zich in de beroepskeuze van vele Joden als marskramers, handelaars in manufacturen, huiden en vee. Deze beperkingen bleven overigens tot bijna het eind van de 18de eeuw bestaan. Pas na de Franse revolutie kregen de Joden in Nederland gelijke rechten als alle burgers.
In de Stad Delden woonden in 1748 22 Joden; het hoogste cijfer van Joodse bewoners, 70 in getal, vinden we in 1853, daarna daalde hun aantal tot 33 in 1940.
Al in 1771 genoemd
De sjoeldiensten werden in Delden in een gehuurd lokaal gehouden, totdat in 1861 een daartoe gebouwde sjoel in gebruik werd genomen.
Daarvoor bestond al een Joodse begraafplaats. Deze wordt reeds in 1771 genoemd in oude berichten. In verband met de wetgeving omtrent begraafplaatsen, werd deze in opdracht van de overheid gesloten in 1875. in plaats daarvan werd een nieuwe Joodse begraafplaats ingericht ten zuiden van het Twentekanaal.
Wanorde
Toen ik met mw. E. Denneboom en de heer B. v.d. Nieuwboer de begraafplaats voor het eerst bezocht, troffen wij er wanorde aan. Er staat nog slechts één matsewa. Deze dateert uit 1845.
Er lag bagger uit de aangrenzende sloot en stapels boomstronken en afgezaagd hout. De bagger is afkomstig uit de sloot en daar gedeponeerd zoals bij alle sloten verplicht is n.l. jaarlijks schonen van de sloot. In dit geval heeft de boer dit op eigen initiatief gedaan en daar bij ook bomen en struikgewas gezaagd en gesnoeid; maar niet weggehaald.
Na onderzoek bleek, dat de begraafplaats in de oorlog door de vijand zwaar beschadigd was, in het bijzonder als gevolg van vandalisme door Duitse soldaten. Daarna was er niet veel van de zerken over.
Na overleg en enige bezoeken aan de beheerder van Twickel, van wie de grond in erfpacht is, werd overeengekomen, dat zij een groep vrijwilligers zou organiseren, vrijbuiterkamp genaamd, die voor opruiming zorg zou dragen. De loopplank over de sloot zou worden vervangen door een nieuwe met leuning.
Nu, na ruim een jaar, is dit werk voltooid, en ziet de begraafplaats er weer netjes uit.
Dank aan allen, die hieraan hebben meegewerkt!
Persoonlijke ontdekking
Niet alleen is de begraafplaats nu weer zicht- en toonbaar. Rabbijn Philipson deed nog een opmerkelijke persoonlijke ontdekking “Bij het schrijven van dit artikel, kwam ik bij het raadplegen van enkele bronnen erachter, dat hier de overgrootouders van mijn grootvader [Meijer Abraham van Weij en Hendrina Mozes van Gelder] in 1861 en 1865 zijn begraven.
Bien etonne de se trouver ensemble!”
Rabbijn Eliahoe Philipson
