In de nieuw te bouwen woonwijk Groot Zonnehoeve in Apeldoorn zijn twaalf herinneringstekens onthuld, die verwijzen naar sporen van Het Apeldoornsche Bosch, voor de oorlog het joods-psychiatrisch centrum in ons land. Opperrabbijn Jacobs was een van de sprekers. In de nieuw te bouwen woonwijk Groot Zonnehoeve in Apeldoorn zijn twaalf herinneringstekens onthuld, die verwijzen naar sporen van Het Apeldoornsche Bosch. De onthulling van de herinneringstekens werd bijgewoond door opperrabbijn Jacobs. Namens het NIK was CC-lid Charles Koopman aanwezig, het IPOR werd vertegenwoordigd door Franklin de Liever.
De tekens vertellen in woord en beeld het verhaal van 100 jaar zorg in dit gedeelte van Apeldoorn. De plaatsing van de markeringen is een initiatief van ’s Heeren Loo Apeldoorn en het Herinneringscentrum Kamp Westerbork. Beide instellingen werken samen om belangrijk Nederlands, Apeldoorns én Joods erfgoed voor een breed publiek toegankelijk te maken: de geschiedenis van de Joods-psychiatrische inrichting Het Apeldoornsche Bosch.
Opperrabbijn Jacobs, is tevens verbonden aan het Sinai Centrum, opvolger van het Apeldoornsche Bosch als joods-psyciatrisch centrum. In zijn toespraall legde opperrabbijn Jacobs een link tussen de zorg toen en nu.
“Waarom terugblikken? Vooruitkijken is toch veel belangrijker? Wie kent ze nog, die 1300 vermoordde bewoners van het Apeldoornsche Bosch en van het Paedagogium Agisomoch? Kunnen we onze tijd niet beter besteden aan de zorg voor de huidige bewoners? Financieel loopt het allemaal moeizaam in de zorgsector. Gebrek aan personeel is helaas een chronische ziekte. Waarom dan toch tijd, zorg en geld besteden aan een verleden…dat we toch niet meer kunnen terugdraaien??
Misschien is het antwoord wel; om te leren van de geschiedenis. Maar eerlijk gezegd geloof ik dat het inmiddels wel bewezen is dat het enige dat we kunnen leren uit de geschiedenis is dat we helaas nooit van geschiedenis leren!
En toch zijn we hier bijeen en koppelen we de Zorg van vandaag aan de Zorg van toen. Ik zie in mijn gedachten hoe de stumpers van het Apeldoornsche Bosch in de treinen worden gesmeten, kermend en gillend…. Ik hoor nog steeds de getuige die het transport beschrijft en ik zie in mijn gedachten de artsen en verpleegkundigen die tegen beter weten in meegaan om hun patiënten te verzorgen….
Werken in de Zorgsector betekent dat je geen baan hebt, maar een roeping. En bij die roeping past het dat je je schaamt voor de wandaden van medemensen en vol onbegrip bent dat er van alles op afschuwelijke wijze misging.
Je wilt als zorgverlener uitschreeuwen en waarschuwen dat het weer kan gebeuren en dat alle prachtige en goede voornemens niets waard zijn als ze uitsluitend gelden als er geen verleidingen zijn, geen gevaren, geen beproevingen. Ook in een woestijn, neen, juist in een woestijn, daar bewijzen waarden en normen dat ze waarde hebben. Als er geen eer valt te behalen toch klaar blijven staan voor de zwakkeren in onze samenleving, niet beloningsgericht bezig zijn, maar vanuit een gedrevenheid en vanuit een diepgaand respect voor de medemens, ook als die medemens door anderen als waardeloos wordt beschouwd omdat hij een verstandelijke handicap heeft of een psychiatrische stoornis.
Ik ben innig dankbaar dat zij die ooit hier woonachtig waren en hier een gelukkig leven mochten leiden, om vervolgens op beestachtige wijze te worden vermoord, niet vergeten zullen worden, omdat er op hun voormalige woonplaatsen herinneringstekens zijn geplaatst.”
