Het kabinet wil het verbod op godslastering uit het Wetboek van Strafrecht halen. Daarmee komt de in de wet verankerde impliciete erkenning van het bestaan van God, te vervallen: God bestond en Hij genoot ook nog bescherming, maar binnenkort niet meer.
God beledigen, dat mag voortaan volgens de Nederlandse wetgeving. Een Kamermeerderheid wil uit oogpunt van de neutraliteit van de Staat op het terrein van religie, af van het wetsartikel. Gelovigen beledigen blijft daarentegen wèl strafbaar.
‘Honen van de persoon Gods’
Het artikel in het Wetboek van Strafrecht over smalende godslastering verdwijnt en daarmee de in de Wet impliciet opgenomen erkenning van het Godsbestaan. Sinds 1932 is het strafbaar zich door smalende godslasteringen op voor godsdienstige gevoelens krenkend uit te laten.
Minister Jan Donner van Justitie (grootvader van de huidige minister Piet Hein Donner) wilde in 1932 met het het instellen van dit wetsartikel uitingen bestraffen “die in haar uitdrukkingswijze zelf een honen van de persoon Gods bevatten.”
Anti-discriminatiewetgeving
Het gegeven dat het beledigen van gelovigen strafbaar was, kon nog uitgelegd worden als een vorm van anti-discriminatiewetgeving à la art 137c-e: “Hij die zich in het openbaar, mondeling of bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend uitlaat over een groep mensen wegens hun ras, hun godsdienst of levensovertuiging, …. wordt gestraft met …”
Erkenning Godsbestaan
Met het bestraffen van het honen van de persoon Gods, c.q. de bestraffing van het smalend lasteren van God, bevatte het Wetboek van Strafrecht een erkenning van het bestaan van God. De Wetgever wilde immers strafbaar stellen dat de persoon Gods beledigd zou worden. Iemand beledigen, kan alleen als degene bestaat.
Mr. dr. Henry Sackers, hoofddocent strafrecht en mede-auteur van een advies aan de minister van Justitie zei hierover vorig jaar: ,,Godslastering is het neerhalen van God.”
Wie in de toekomst God beledigt, zal voor de bestraffing voortaan aan God alleen overgelaten blijven. Waar mensen, door God te lasteren, elkaar beledigen, blijft een beroep op artikel 137c-e mogelijk, waarin een verbod is opgenomen om te beledigen vanwege iemands godsdienst.
