De gemeente Amsterdam heeft een inventarisatie gemaakt van gebouwen in het centrum die deel uitmaken van het joods historisch erfgoed. De inventarisatie is er gekomen nadat mede door het NIK bezwaar werd gemaakt tegen de afbraak van ‘Joodse’ panden in de Prof. Tulpstraat. Met de inventarisatie moet worden voorkomen dat panden gesloopt worden zonder dat de historische waarde ervan wordt ingezien. Dat was het probleem met de panden in de Tulpstraat die ooit waren gebouwd en speciaal ontworpen voor Joodse diamantairs. Na de oorlog huisde het NIK en de Joodse Gemeente Amsterdam in de panden. Op de lijst staan prominente gebouwen zoals bioscoop Tuschinski, het Amstelhotel en de warenhuizen Metz & Co. en De Bijenkorf.
Els Iping, voorzitter van het stadsdeel Centrum, heeft het rapport donderdag aangeboden aan vertegenwoordigers van de stadsdelen Oost-Watergraafsmeer (onder meer v/m synagoge Linnaeusstraat), ZuiderAmstel (onder meer synagoge Lekstraat, woning Anne Frank) en Oud-Zuid (bijvoorbeeld synagoge Obrechtplein, synagoge Gerard Doustraat), waar ook nog veel sporen van de joodse geschiedenis te vinden zijn. De publicatie omvat alleen gebouwen die in het stadsdeel Centrum staan. De andere stadsdelen moeten nog beginnen aan een inventarisatie.
Het onderzoek is eind jaren negentig in gang gezet nadat een aantal gebouwen in de Professor Tulpstraat gesloopt dreigde te worden. De panden waren vanaf de jaren twintig een belangrijk centrum van de joodse diamanthandel. Vereniging ‘Behoudt de Tulp’ daarin gesteund door het Nederlands-Israëlitisch Kerkgenootschap, maakte zich sterk voor het behoud en beheer ervan. Na die kwestie werd besloten tot een inventarisatie van gebouwen die een belangrijke rol speelden in de joodse geschiedenis van de hoofdstad.
