De 60 jaar oude Altneu-maatschappij

Mazzel tov Israël – ‘met zestig jaar wordt men tot de ouderen gerekend’  (Avot 5:24).
In de rijpe volwassenheid van Israël culmineert onze lange geschiedenis, die veel bloeimomenten heeft gekend maar ook extreem veel dreiging.

Rabbijn mr. drs. R. Evers
Postzegels t.g.v. 60 jaar IsraelAls wij het woord vrede uitspreken, geeft dat een tegenstrijdig gevoel. Vrede staat centraal in het Joodse denken. Wij willen vrede en strekken onze hand regelmatig uit naar onze buren om tot oplossingen te komen. Maar er is een punt waarop wij het recht van zelfverdediging hebben en actie moeten ondernemen om huis en haard veilig te stellen.

Dit druist helemaal tegen onze volksopdracht in. Wij zijn het volk van het Boek – de Tora. Wij willen dat ook blijven. Maar soms worden we in de positie gedrongen, dat wij – zoals in de tijden van Tenach in de periode van Ezra en Nechemja – in de ene hand een troffel vasthouden om te bouwen maar in de andere hand een wapen moeten dragen uit voorzorg tegen mensen, die het in woord, geschrift en daad niet goed met ons menen.

De kibboets galoejot – de inzameling van de ballingen – heeft gestalte gekregen in een groeiend en bloeiend Israël. Uit de oude Joodse bronnen blijkt, dat terugkeer van het volk naar zijn vaderland en de wonderlijke opleving van Joodse cultuur, landbouw en economie hand in hand gaan en voorboden vormen van Messiaanse tijden. Israël was in de 19e eeuw volgens ooggetuigen een troosteloze woestenij. De teruggekeerde, zwaar gehavende zonen en dochters van het oude volk hebben onherbergzaam land weten te veranderen in een oase van Tora en techniek. De uiteindelijke verlossing lijkt naderbij te komen. Tora im derech erets was de klassieke richtlijn: de combinatie van beleving van het Jodendom in een moderne maatschappij.

Het Joodse volk is er in de staat Israël in geslaagd een `Altneu’ maatschappij uit de grond te stampen, die zijn weerga niet kent. Midden in een zee van virulent antisemitisme en antizionisme heeft Israël zijn hoge idealen weten vast te houden en waar te maken. Eerdere bewoners van Israël waren daar de afgelopen 1800 jaar niet in geslaagd. Voor wat er de laatste 60 jaar is gepresteerd, koesteren wij diepe bewondering.

Maar er is nog steeds geen vrede. Toch gloeit er hoop in onze harten dat in een nabije toekomst het wapengekletter zal verstommen en Am Jisra’eel zich volledig aan zijn ware opdracht kan wijden: de eeuwige schatten van onze traditie voor iedereen te ontsluiten.

Reacties zijn gesloten.