Beth Hamidrasj installeert rabbijn

Het Amsterdamse Beth Hamidrasj Ets Chajiem heeft rabbijn Pinchas Padwa geïnstalleerd als rabbijn van het leerhuis.

Rabbijn Padwa werd geïnstalleerd tijdens een drukbezochte bijeenkomst. Het beth midrasj was geheel gevuld met vele geïnteresseerde mannen en vrouwen en enkele kinderen.

Bij de installatie was onder meer rav Just, voorzitter van het Opperrabbinaat, aanwezig. Diens schoonzoon R. Loonstein, belangrijkste initiator van het aantrekken van rabbijn Padwa, sprak de nieuwe rabbijn toe. Daarna gaf Padwa een voordracht in het Engels.
Hij benadrukte dat iedereen een ‘soldaat van G-d’ is en iedereen dus een verantwoordelijkheid draagt in het verder uitdragen en uitvoeren van de voorschriften van de Tora en er naar te leven.

Andere aanwezigen waren onder meer hoofdrabbijn Jacobs van het IPOR en voorzitter van het Nederl. College voor Rabbinale Zaken, NIK-ondervoorzitter Joseph Elburg; de heren Hertzberger en Elzas, bestuursleden van de NIHS Amsterdam; Herzl Sharabani, lid van het College van Parnassim van de PIG Amsterdam, en bestuursleden en docenten van Cheider en Joods Bijzonder Onderwijs.
Ook uit Antwerpen was er belangstelling, nu daar zich een belangrijke groep Joden van de zelfde chassidische signatuur bevindt als de nieuwe beth hamidrasj-rabbijn.

De rabbijn is afkomstig uit Groot-Brittannië, maar woonde de laatste jaren in Zürich waar hij tot voor kort verbonden was aan de Israelitische Religionsgesellschaft.
Zolang hij met zijn grote gezin nog geen woning heeft, verblijft hij van zondag t/m donderdag in Amsterdam waar hij zijn dagen vult met het doel waar hij voor naar Amsterdam is gekomen en waartoe het beth hamidrasj enkele jaren is gereactiveerd: het geven van sjioeriem (cursussen).

Het Beth Hamidrasj Ets Chajiem werd zo’n 250 jaar geleden opgericht door Arye Leib Löwenstam, schoonzoon van de Chacham Zwi en de vader van rabbi Saul Amsterdam, auteur van het boek Binyan Ariel.
Voor de oorlog kende het beth hamidrasj aan het instituut verbonden leraren en rabbijnen. Dit waren veelal net aan het Seminarium afgestudeerde rabbijnen of rabbijnen in opleiding voor hun examen moré, waaronder S.J. Hirsch, de latere opperrabbijn van Overijssel, J. Vredenburg, de latere opperrabbijn van Gelderland en de latere Amsterdamse opperrabbijn L.H. Sarlouis.
Vanaf kort na de oorlog was de Hongaarse raw A. Katz, aan het beth hamidrasch verbonden. Met steun van Ets Chajiem publiceerde hij zijn halachisch werk Sefer Leket Hakemach Hechadasj, waarin hij ook aandacht schenkt aan een aantal Nederlandse gebruiken.

De naam Ets Chajiem voor een leerhuis vinden we ook op andere plaatsen. Ets Chajiem betekent de boom van het leven; daarmee wordt de Tora vergeleken. Het Portugese beth midrasj, waarvan nu nog met name de bibliotheek centraal staat, heeft de zelfde naam. In Rotterdam bestond tot de oorlog eveneens een beth midrasj Ets Chajiem.

Reacties zijn gesloten.