Afgelopen maandag vond de jaarlijkse herdenking plaats van de deportatie van bewoners en personeel van het Apeldoornsche Bosch, een Joodse instelling voor geestelijke gezondheidszorg. Hoofdrabbijn Jacobs was een van de sprekers. Binnenkort opent een expositie die aan het Apeldoornsche Bosch is gewijd.
Rabbijn Jacobs legde in zijn toespraak een verband met de parasja van j.l. sjabbat: Besjalach. De Joden waren uit Egypte getrokken, maar de angst was nog bij hen. Tot dat de Egyptenaren zijn verdronken, dan lijkt ook hun angst weg. Maar aan het einde van de sidra staat dat de strijd blijft voortgaan. Hoewel de Tweede Wereldoorlog en de verschrikkingen achter ons liggen en steeds op verdere afstand van ons komen in de tijd, blijft voor de overlevenden de strijd. De overlevende blijft met de angst. Hetgeen ook voor ons allen geldt, ook voor wie van na de oorlog is. Want de vrees voor oorlog, uitsluiting en geweld blijft steeds aanwezig.
Naast rabbijn Jacobs sprak ook Salomon van Son, die overlevende is van het verblijf in het Apeldoornsche Bosch en Dirk Mulder, directeur van Herinneringscentrum Westerbork.
Op zondag 3 februari werd in het Herinneringscentrum Westerbork een expositie geopend die is gewijd aan het Apeldoornsche Bosch. Bijna 1.300 joodse psychiatrische patiënten en 50 verpleegkundigen werden in de nacht van 21 op 22 januari 1943 vanuit Apeldoorn direct naar Auschwitz gedeporteerd en vermoord.
Op een speciale website is te lezen wat het resultaat is van onderzoek dat leerlingen van het Veluws College hebben verricht op basis van verzamelde verhalen en herinneringen van deze donkere episode.
